Opinie

Ondertussen rot de woningmarkt verder

Ellen Deckwitz

Afgelopen vrijdag gaf Pieter Omtzigt een lezing in De Balie waarin hij zijn plannen als kersverse eenmansfractie uit de doeken deed: hij wil zich gaan inzetten voor bestaanszekerheid en natuurlijk voor het herstel van de rechtsstaat. Een derde aandachtspunt zag ik iets minder aankomen maar juich ik luid toe: het aanpakken van de woningnood. Omtzigt benadrukte in zijn lezing dat de afgelopen kabinetten een groot aandeel hebben gehad in de huidige huizencrisis: ze verstoorden het marktevenwicht door allemaal fiscale en praktische struikelblokken in het leven te roepen, waardoor de huidige nood niet zozeer het gevolg van de markt is, maar van overheidsbesluiten.

Dat houd ik in mijn achterhoofd als ik straks naar de Troonrede kijk. De kopstukken van de regering zullen zich verzamelen in een prachtige, ruime zaal. De bewindslieden zelf zitten er stuk voor stuk warmer bij dan de meerderheid van het land dat zij vertegenwoordigen. Zo zijn zij niet het gros van hun inkomen kwijt aan woonruimte en hebben ze dus geld over voor een leuk hoedje of een mooi pak van Oger. Wie een beetje googelt, ontdekt dat de meesten meer dan prima wonen en dat het mensen betreft van wie je kan aannemen dat zij de huizencrisis niet uit eigen ervaring kennen. Ik vrees daarom dat velen er niet echt haast mee zullen maken. Mijn oudoom Karel mompelde laatst nog dat er in de jaren tachtig pas wat aan de jeugdwerkloosheid werd gedaan toen het de kinderen van ministers begon te raken. Het spreekt boekdelen dat er, zoals Omtzigt in zijn lezing al zei, nog geen enkel concreet doorwrocht plan ligt van hoe die extra 100.000 woningen per jaar er bijvoorbeeld moeten komen.

En ondertussen rot de woningmarkt verder. Vrienden stellen het krijgen van kinderen uit, anderen zijn wanhopig omdat ze niet meer in het dorp kunnen wonen waar ze opgroeiden. Op verjaardagen gaat het niet meer over sport of hobby’s, maar over de enorme stress die het zoeken naar een huis met zich meebrengt. Uit de relazen spreekt eenzelfde wanhoop als uit het gedicht ‘Waakhuis’ van Ingmar Heytze, dat de dichter schreef over zijn eigen frustrerende woningjacht: „Achtenzeventig huizen van binnen gezien. Makelaars gehaat, / … op zoek naar leugens / achter leugens. / Nacht na nacht in bed, bij Caravaggistisch licht, op Funda / gekeken in plaats van de liefde bedreven.”

Daar denk ik aan als ik dinsdagmiddag de goedgekleden en welbehuisden zal zien knikkebollen tijdens de Troonrede. Als er tien jaar geleden anders was omgesprongen met de woningmarkt, hadden mijn vrienden al wél een gezin gestart. Werd geld dat nu opgaat aan huur of hypotheek geïnvesteerd in een levensverzekering, studiefonds of pensioen. Maar helaas leven we in een wereld waarvan het dak lekt. Waar terwijl de zakken worden gevuld, de zekerheden in rook opgaan.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.