Vertrouwen in kabinet daalt fors

Kiezersonderzoek De kiezer heeft steeds minder vertrouwen in het demissionaire kabinet-Rutte III. Ook het vertrouwen in instituties daalt hard.

Kamerleden vragen een schorsing van het debat aan, tijdens het debat in de Tweede Kamer over de situatie in Afghanistan.
Kamerleden vragen een schorsing van het debat aan, tijdens het debat in de Tweede Kamer over de situatie in Afghanistan. Foto Bart Maat

Het vertrouwen in het demissionaire kabinet-Rutte III, dat deze dinsdag op Prinsjesdag een nieuwe begroting presenteert, is fors gedaald. Meer dan de helft van de kiezers, 52 procent, is ontevreden over het kabinet. Hiermee is de steun die het kreeg in de coronacrisis, verdampt.

Lees ook: Aan de flanken radicaliseert een deel van de kiezers

Dat blijkt uit een onderzoek van I&O Research onder 1.100 kiezers, in opdracht van NRC. Uit het onderzoek blijkt dat er een groeiende verwijdering ontstaat tussen kiezers van flankpartijen en die van de middenpartijen. Onder kiezers in het midden is de steun voor Rutte III stabiel, aan de flanken is die sterk afgenomen.

Het wantrouwen ten opzichte van instituties is toegenomen. Nog maar 32 procent van de ondervraagden heeft vertrouwen in ministers, mede door het hoge aantal afgetreden bewindspersonen. In maart was dat nog 49 procent. Het vertrouwen in de Tweede Kamer is gedaald naar 36 procent, en dat in de overheid naar 42 procent. Opvallend detail: het vertrouwen in Mark Rutte als premier is juist toegenomen, van 39 procent in mei naar 45 procent nu. De populairste politicus is Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt, hij krijgt een 7. Rutte krijgt een 5,6. Slechts 8 procent van de kiezers is enthousiast over het vooruitzicht van een minderheidsregering, een optie die informateur Johan Remkes onderzoekt. Voor een kleine meerderheid, 53 procent, is deze optie acceptabel, en 22 procent van de kiezers noemt het onacceptabel.

Test voor minderheidskabinet

Afgelopen weekend leidden gesprekken hierover tussen Remkes, VVD-leider Mark Rutte, D66-leider Sigrid Kaag en CDA-leider Wopke Hoekstra tot niets. VVD-Kamerlid en waarnemend fractievoorzitter Sophie Hermans heeft van VVD, D66 en CDA de opdracht gekregen om te kijken bij de PvdA, GroenLinks en de ChristenUnie of die de begroting voor komend jaar willen steunen. Deze steun zou kunnen fungeren als een testcase voor een minderheidskabinet. Hermans ging maandag op stap met 800 miljoen euro, een restant uit de grote pot met geld die ooit voor lastenverlichting voor het bedrijfsleven was bedoeld. Daarmee zouden de wensen van die partijen kunnen worden ingewilligd.

Maar PvdA en GroenLinks weigerden vooraf te onderhandelen over de begroting. Om dit punt te onderstrepen, nodigden Lilianne Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) in de middag de parlementaire pers uit in de Tweede Kamer. „Áls de VVD wil onderhandelen, dan moeten ze ons uitnodigen voor de formatie. Dan staan we vanmiddag nog klaar om een kabinet te vormen”, zei Klaver. „Als het gaat over de begroting van 2022, dan komen we met eigen voorstellen die we in de plenaire zaal naar voren brengen en dan gaan we kijken of er meerderheden zijn.”

De poging van Hermans én de Algemene Politieke Beschouwingen die na Prinsjesdag plaatsvinden, zijn een voorproefje voor de kansen van een minderheidskabinet, dat voor ieder voorstel moet zoeken naar meerderheden in de Tweede Kamer. Wat de linkse partijen betreft, is het een kans om te laten zien dat zij niet vooraf van plan zijn deals te sluiten. En dat het voor een minderheidskabinet dus lastig wordt om tot meerderheden over links te komen. De twee partijen vinden nog steeds dat een meerderheidskabinet moet worden geprobeerd. Daarover zijn sinds de verkiezingen van maart nog altijd geen serieuze onderhandelingen gevoerd.

Opvallend is dat Hermans de opdracht heeft gekregen om ook met de ChristenUnie te praten. Die partij is een van de vier partijen in het demissionaire kabinet Rutte III en is dus medeopsteller van de begroting voor volgend jaar.

Lees ook: VVD gaat samenwerking voor minderheidscoalitie testen

Bij andere coalitiepartijen is na vorige week twijfel ontstaan over hoe betrokken de partij van Gert-Jan Segers nog is. In een paar dagen tijd stemde de ChristenUnie als enige regeringspartij tegen de coronapas, vóór een motie van de SP om 600 miljoen euro extra uit te geven aan zorgsalarissen en vóór de moties van afkeuring die leidden tot het vertrek van demissionair ministers Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) en Ank Bijleveld (Defensie, CDA) uit het kabinet.

Vanuit de ChristenUnie klinkt dat zij gecommitteerd zijn aan de begroting – en die dus zullen steunen.