Reportage

Een mestfabriek? Nee bedankt, zeggen Brabantse steden

Mestoverschot De provincie met meer varkens dan mensen zoekt koortsachtig naar locaties om het mestoverschot te verwerken. Alleen, geen enkele grote stad werkt mee. „Het antisentiment ontplofte.”

Een boerderij in het Brabantse Someren.
Een boerderij in het Brabantse Someren. Foto Rob Engelaar/ANP

In het noorden van Tilburg stinkt het naar afval. Op industrieterrein De Spinder rijden vuilniswagens af en aan. Er staan vier windmolens, een grote afvalberg, een vergistingsinstallatie en de waterzuivering. Het industrieterrein grenst aan de noordelijke wijken van de stad, met veel flats en eengezinswoningen. De Efteling is vlakbij, net als de gemeente Loon op Zand en de natuurgebieden Loonse en Drunense Duinen en Huis ter Heide.

En toch moet hier, vlak bij de stad, een mestbewerkingscentrale komen, waar jaarlijks 325.000 ton mest verwerkt gaat worden. Harrie Meeuwesen, voorzitter van de wijkraden Tilburg-Noord, maakt zich zorgen. „Wij zijn bang voor vrachtwagens of tractoren die de mest af- en aanvoeren. En voor de geur; de wind staat meestal zo dat de stank van het industrieterrein recht over onze wijk zal waaien.”

Hij snapt dat de Brabantse boeren een oplossing willen voor hun problemen. Maar: „Wat zijn de effecten voor de stadswijken? Als ik door het Brabantse buitengebied rijd, ruik ik de mest. Krijgt de stad daar nu ook mee te maken?”

De provincie Noord-Brabant is hard op zoek naar geschikte plekken voor mestbewerkingslocaties, plekken waar mest omgezet kan worden in onder meer mestkorrels. Er zijn 56 grote bedrijven in de provincie die een vergunning hebben mest te verwerken, maar dat moeten er meer worden. De veehouderij in Noord-Brabant heeft een mestoverschot. De provincie wil „voldoende mestbewerkingscapaciteit om een duurzame veehouderij te realiseren” en zegt perspectief te zien om op maat bewerkte dierlijke mest te gebruiken als grondstof voor kringlooplandbouw.

Iedereen ligt dwars

MACE, een samenwerkingsverband van honderdzestig varkensboeren, is al ruim elf jaar bezig om meerdere grote mestfabrieken in Noord-Brabant van de grond te krijgen. Maar steeds lukt het niet. Dan weer ligt er een gemeente dwars, dan weer stappen omwonenden naar de rechter. En ook nu dreigt vertraging: het rapport met geschikte locaties voor mestverwerking is deze zomer voor de derde keer uitgesteld: gedeputeerde Elies Lemkes-Straver (Landbouw, CDA) heeft meer tijd nodig voor de zoektocht naar geschikte locaties.

Varkensboer Frans Meulenmeester. „Als er drie grote mestfabriekenworden neergezet, zijn vrijwel alle agrarischeproblemen in hetzuiden opgelost” Foto Merlin Daleman

Maar het draagvlak bij gemeenten voor grootschalige mestfabrieken is minimaal, blijkt uit een rondgang van NRC langs Eindhoven, Den Bosch, Tilburg, Breda, Oss, Roosendaal, Helmond en Bergen op Zoom. Niet één van deze steden zegt te zitten wachten op een grote mestfabriek binnen de gemeentegrenzen, terwijl voor de plaatsing vaak wel wordt gekeken naar stedelijke gebieden met grote industrieterreinen.

De gemeente Breda laat weten dat het probleem „bij de bron” moet worden aangepakt, en mest dus verwerkt moet worden op de plek waar het overschot is – in het oosten van de provincie. De gemeente Den Bosch zegt geen ruimte te hebben op haar bedrijventerreinen en betwijfelt of ze nog wel nodig zijn vanwege de inkrimping van de veestapel. Ook Oscar Dusschooten, wethouder in Tilburg (Milieu, VVD), wil eerst die ontwikkelingen afwachten. „Eerst moet hierover het gesprek gevoerd worden, en wat dit dan betekent voor de hoeveelheid vee en mest in Brabant. Tot die tijd ben ik helder: geen mestfabriek in Tilburg.”

Groundhog Day

Frans Meulenmeesters, varkensboer in Elsendorp, zucht achter zijn eettafel, waarop een groot glas frisdrank staat. De afgelopen jaren heeft hij ervaren als een soort Groundhog Day, vertelt hij, een dag die zich steeds lijkt te herhalen. Hij heeft het gevoel gevangen te zitten tussen gemeenten, provincie, milieuclubs en boze burgers. Steeds als hij dacht de ideale plek voor een grote mestfabriek te hebben gevonden, volgde protest, en ging het niet door.

„Ik ben tot de conclusie gekomen dat het niet sexy is om over mest te praten. Voor niemand. Mest is eng en vies. Dus gebeurt er niks. Terwijl: als er drie grote mestfabrieken in Brabant worden neergezet, dan zijn vrijwel alle agrarische problemen in het zuiden opgelost.”

Zevenhonderd zeugen met biggen heeft Meulenmeesters. De mest die de varkens produceren, vangt hij op onder de stal. De 63-jarige varkensboer is acht jaar gemeenteraadslid geweest voor het CDA in Gemert-Bakel, en elf jaar voorzitter van MACE. Het mislukken van de zoektocht naar locaties voor enkele grote mestfabrieken kostte de varkensboeren volgens Meulenmeesters al een miljoen euro aan juristen en rechtszaken, naar aanleiding van protesten van bewoners. „Als we alle mest in Brabant willen verwerken hebben we twee of drie grote locaties nodig, waar op grote schaal mest verwerkt kan worden. Dat kan niet op veel plekken in Brabant: je komt dan uit op een groot industrieterrein, waar ook goede infrastructuur aanwezig is.”

De zoektocht begon om economische redenen: de kosten van mesttransport zijn hoog, 25 euro per kuub. Boeren mogen namelijk maar een deel van hun mest op het land strooien, de rest moeten ze afvoeren, vaak naar het buitenland.

Overigens bleek, na onderzoek van NRC, dat op grote schaal gefraudeerd wordt met het mesttransport. Volgens Meulenmeesters kunnen de transportkosten gehalveerd worden door een grote mestfabriek, die mest onder meer omzet in veel lichtere mestkorrels, die dus ook goedkoper kunnen worden vervoerd, naar bijvoorbeeld plekken met een mesttekort.

De varkensboer stelt daarbij dat sprake zal zijn van minder uitstoot van ammoniak, omdat de mest minder lang opgeslagen ligt. Dat mestfabrieken in het verleden illegaal chemisch afval verwerkten, zoals NRC in 2019 onthulde, noemt Meulenmeesters „niet helemaal te voorkomen”. Hij zegt dat in de mestfabrieken die hij neer wil zetten alle mest bemonsterd zal worden, zodat hij weet wat er wordt aangeleverd.

Lees ook: Geen maïsafval maar verfslib en xtc-resten in de mest

Harrie Meeuwesen, voorzitter van de wijkraden Tilburg-Noord. „Als ik door het buitengebied rijd, ruik ik mest. Krijgt de stad dat nu ook?” Foto Merlin Daleman

Problemen blijven

Volgens diverse milieuverenigingen in Noord-Brabant lossen mestfabrieken de problemen niet op, maar houden ze die in stand. Het verwerken van meer mest zal er mogelijkerwijs toe leiden dat het aantal dieren in Brabant gelijk blijft, zegt Geert Verstegen, voorzitter van het Brabants Burgerplatform. En daardoor zal het stikstofprobleem in stand blijven.

En: mestfabrieken zorgen voor overlast en zullen tot nog meer conflicten tussen boeren en burgers leiden, volgens Verstegen: „Wat je nu ziet, is wat er altijd gebeurt: er wordt een oplossing bedacht voor een aspect van het probleem. Terwijl er maar één oplossing is: het inkrimpen van de veestapel.”

Aan de bar in zijn Brabantse dorp Sint Hubert trekt Verstegen vaak de vergelijking met een doktersbezoek: „Als er een man bij de huisarts komt en zegt dat-ie uit zijn bek stinkt, zijn handen trillen, slecht slaapt en ’s ochtends hoofdpijn hebt, dan kan zo’n dokter hem medicijnen voor elke kwaal geven. Of hij zegt: u moet minder drinken.”

Vergunning onherroepelijk

Ondanks de vele bezwaren lijkt er een nieuwe mestfabriek in Tilburg te gaan komen. De vergunning is in 2012 geleden afgegeven door de provincie. In 2018 is deze nog aangepast, bevestigt wethouder Dusschooten. Omdat Tilburg destijds geen juridische stappen heeft gezet, is die vergunning onherroepelijk. De bewoners van de wijken in het noorden van Tilburg moeten het via de krant vernemen. „Dat steekt”, zegt Harrie Meeuwesen, voorzitter de wijkraden Tilburg-Noord. „Er komt een mogelijk stinkende fabriek vlak bij een woonwijk en de burgers worden er niet in gekend.”

Via een brief aan de provincie verzocht de Tilburgse burgemeester Theo Weterings (VVD) de provincie begin deze maand om de vergunning in te trekken. Volgens de gemeente zijn de inzichten over mestverwerking veranderd en zijn er zorgen in de samenleving rondom mestfabrieken gegroeid. „De wereld ziet er zo anders uit dan in 2012”, zegt Dusschooten. „Ik wil niet overkomen als’ een ‘not in my backyard’, maar er is landelijk en provinciaal nog geen beleid rond mest of stikstof vastgelegd waar we het allemaal mee eens zijn. Dan moet je niet toch zo’n grote mestfabriek neerzetten.”

Hij erkent dat de gemeente oplettender had kunnen zijn en de bewoners eerder had moeten informeren, ondanks dat het de provincie is die de vergunning heeft verleend.

Litteken van Q-koorts

In Oss kijken ze met gemengde gevoelens naar de situatie in Tilburg. In 2016 werd er door de provincie aangekondigd dat er een grote mestfabriek zou komen, vlakbij een nieuwbouwwijk. Een plan van MACE, van varkensboer Meulenmeesters. Het leidde in Oss tot enorme woede. Het litteken van de Q-koorts is er groot. In het dorpje Herpen in die gemeente brak in 2007 de ziekte uit die werd overgedragen van dier op mens, en in het zuiden tot tienduizenden besmettingen en tientallen doden leidde.

Er ontstonden actiegroepen en een stichting tegen de mestfabriek. Er volgden heftige bewonersbijeenkomsten. „Het antisentiment ontplofte”, zegt de Osse wethouder Johan van der Schoot (Milieu, CDA). „Maar ik heb toen geen andere Brabantse gemeenten gehoord over hun bedenkingen bij mestfabrieken op grote industrieterreinen. Nu er mogelijk op andere locaties mestfabrieken komen, hoor je ze ineens wel. Dat valt me op.”

Lees ook: In Nederland wordt met duizelingwekkende hoeveelheden mest gefraudeerd

Deur dichtgetrokkken

Aanvankelijk wil het college van Oss een nieuwe, grote mestfabriek niet meteen uitsluiten, met als gedachte: als we een landbouwgemeente zijn, moeten we ook mest verwerken. Maar als Oss bij de provincie en initiatiefnemers van de fabriek tevergeefs om een milieueffectrapportage vraagt, verandert dat standpunt. Van der Schoot: „Toen hebben we de deur dichtgetrokken en zijn we alles gaan doen om de mestfabriek tegen te houden.”

Het bestemmingsplan van het industrieterrein is zo aangepast dat geen mestfabriek meer op het bedrijventerrein mag komen, maar de Raad van State zette daar vorig jaar een streep door. In Oss hopen ze nu dat de provincie zich alsnog bedenkt. „Ik denk dat we eerst moeten weten wat we met de dieren en stalsystemen in Brabant gaan doen, voordat er nieuwe mestfabrieken komen. Dan weten we wat op lange termijn het probleem is”, zegt wethouder Van der Schoot. Hij benadrukt dat er in de gemeente Oss al vier kleine mestverwerkers zijn, die in totaal meer dan 300.000 ton mest per jaar verwerken.

Ook Tilburg heeft de provincie inmiddels verzocht af te zien van een mestfabriek in de gemeente. Volgens de provincie wordt onderzocht wat het verzoek betekent. Ze zegt zorgen over mest „heel serieus” te nemen en samen met de Noord-Brabantse gemeenten op zoek te gaan naar geschikte locaties voor mestbewerking.

Harrie Meeuwesen, voorzitter van de wijkraden Tilburg-Noord, schudt nog maar eens zijn hoofd, als hij op het industrieterrein rondrijdt waar de mestverwerker zou moeten komen. „Ik vind: als je in het buitengebied gaat wonen, moet je niet te veel zeuren over de stank, dat hoort erbij. Maar dat er zo veel dieren in Brabant zijn, dat de stank nu ook letterlijk naar de stad komt, dat had ik nooit verwacht.”