Klimaathulp aan arme landen haalt niet de beloofde doelstellingen

Klimaatgeld Rijke landen beloofden ontwikkelingslanden jaarlijks 100 miljard dollar voor klimaataanpak. Het pakt nu veel slechter uit.

Zuid-Soedan vorige week. In 2020 kregen 100 miljoen mensen te maken met overstromingen en stormen.
Zuid-Soedan vorige week. In 2020 kregen 100 miljoen mensen te maken met overstromingen en stormen. Foto Ashraf Shazly/afp

Ga er maar niet vanuit dat tijdens de klimaattop in Glasgow, in november, de eerder beloofde 100 miljard dollar voor klimaatfinanciering in arme landen wordt bereikt. Dat zei de Britse premier Boris Johnson, gastheer van de top, voor hij naar New York vertrok om de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bij te wonen. Ook daar is klimaat een belangrijk thema.

Die 100 miljard werd al in 2009 toegezegd. Rijke landen wilden na een mislukte klimaattop in Kopenhagen niet zonder resultaat thuiskomen en beloofden ontwikkelingslanden financieel te helpen met hun klimaatbeleid. Jaarlijks zou een flink bedrag beschikbaar komen, oplopend tot 100 miljard dollar (ongeveer 85 miljard euro) in 2020 en telkens weer voor de jaren daarna. Dat geld zou projecten financieren om die landen weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering, en ze ook helpen hun CO2-uitstoot te reduceren.

Vorige week schreef de OESO, de organisatie van geïndustrialiseerde landen, dat het bedrag niet wordt gehaald. Weliswaar zijn de cijfers nog niet definitief, maar in 2019 was ongeveer 79,6 miljard dollar beschikbaar – zo’n 2 procent meer dan de 78,3 miljard uit 2018. Volgens de OESO is het vrijwel onhaalbaar om het bedrag voor de komende jaren met 20 miljard te laten groeien.

Geen solidariteit

Ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib becijferde in een maandag verschenen onderzoek op basis van bestaande toezeggingen dat de 100 miljard ook in de jaren tot 2025 niet wordt gehaald. Volgens een schatting van Oxfam zal dat jaar 93 tot 95 miljard dollar beschikbaar zijn. Ontwikkelingslanden lopen in de vijf jaar tot 2025 volgens de organisatie 68 tot 75 miljard dollar voor klimaat mis.

Intussen groeit de noodzaak voor landen om zich aan te passen. Vorig jaar alleen al kregen bijna 100 miljoen mensen te maken met de gevolgen van overstromingen, stormen en andere klimaatgerelateerde problemen. De economische schade liep op naar meer dan 170 miljard dollar.

Bertram Zagema, klimaatexpert van Oxfam Novib, wijst op het contrast met de coronacrisis, waarvoor in korte tijd een paar duizend miljard dollar beschikbaar kwam. Het kan dus best, zegt Zagema, geld vrijmaken bij een crisis. „Maar het coronageld gaat naar eigen land. Dat laat het gebrek aan internationale solidariteit in de klimaatcrisis zien.”

Goede sier maken

Niet alleen de hoogte van het bedrag wordt niet gehaald. Ook de aard van de financiering wijkt af van wat in 2009 werd afgesproken. Het geld was vooral bedoeld voor ‘adaptatie’, aanpassing aan de gevolgen van de opwarming. Maar Oxfam becijferde dat slechts een kwart (ongeveer 26 miljard) daaraan wordt besteed. Veel geld gaat naar mitigatie, reductie van broeikasgassen. Beide zijn nodig, maar geld voor adaptatie dient vooral de belangen van de ontwikkelingslanden zelf, terwijl een regering met ontwikkelingshulp voor mitigatie ook goede sier kan maken in eigen land – omdat reductie van broeikasgassen in ieders voordeel is.

Toegezegde leningen

Overheden blijken veel klimaatgeld te verstrekken als lening – volgens Oxfam in 2019 liefst 70 procent. Daarnaast tellen de meeste landen, ook Nederland, investeringen van het bedrijfsleven mee en geld dat toch al was geoormerkt als ontwikkelingshulp. De afspraak was juist dat klimaatgeld ‘nieuw en additioneel’ zou zijn.

„Tegenwoordig wordt ieder project dat over water gaat, gemakshalve meegeteld als klimaatfinanciering”, zei onderzoeker Pieter Pauw, die promoveerde op dit thema, in 2018 in NRC. „Want water heeft nou eenmaal met klimaat te maken.” Pauw wees er destijds op dat ruzie over het klimaatfonds de voortgang van de klimaatonderhandelingen kan vertragen. „Geld is een smeermiddel in de moeizame onderhandelingen.”

Hij stelde toen al dat 100 miljard over een paar jaar volstrekt onvoldoende zou zijn. UNEP, het VN-Milieuprogramma, heeft becijferd dat in 2030 eerder 300 miljard nodig is en in het midden van de eeuw waarschijnlijk 500 miljard.