Kleuren om te koesteren

Natuur De Zapoteekse weefkunstenaar Porfirio Gutiérrez wijdt zijn leven aan het conserveren van kleuren, ziet . Daarin gaan traditie en natuurbehoud samen.
Kleurrijke, handgemaakte garen.
Kleurrijke, handgemaakte garen. Foto Alamy Stock Photo

Zwart voor rouw. Wit voor reinheid. Geel voor gevaar. Groen voor biologisch en voor doorgang. Rood voor stoppen – maar ook voor liefde én boosheid, een enigszins schizofreen kleurtje. In Nederland dienen kleuren vaak een doel, tegelijkertijd zijn ze opgezadeld met een emotie of gevoel. We weten welke kleuren ‘in’ zijn, respectievelijk in de mode of in het interieur. We hebben misschien een lievelingskleur, iets dat goed staat, of wat vrolijkheid of juist rust oproept. Maar kleuren koesteren? Dat niet.

Hoe anders is dat voor Porfirio Gutiérrez, een uit Mexico afkomstige, in Californië wonende weefkunstenaar. Voor Gutiérrez, een Zapoteek, is kleur zo belangrijk dat hij zijn werkzame leven wijdt aan het bewaren en koesteren ervan, bang dat ze anders zullen verdwijnen. Hij wordt ‘El Maestro’ genoemd, en ziet zichzelf als een artiest met een missie, vertelde hij in een interview met BBC, voor de artikelenreeks 50 Reasons to Love the World. In kleuren ziet hij de wijsheid van zijn cultuur, van pijn en verdriet, blijheid en plezier, maar ook van het groeien en bloeien van de natuur. Hij ziet kleur als dat wat de wereld interessant maakt.

De Zapoteken behoren tot een Mexicaanse inheemse civilisatie. De kleuren die Gutiérrez kent uit de tradities van zijn volk zijn kleuren vervaardigd uit de natuur. Niet de synthetische tinten die wij kennen, maar natuurlijke pigmenten verworven uit gedroogde planten en insecten, zoals bijvoorbeeld een klein blauw keverachtig insectje dat voorkomt in Mexico, waaruit, gek genoeg, na verwerking het diepste rood ontstaat. Maar ook met de schijven van de cactus, diverse kruiden en pompoenen verft hij de wollen draden die hij verwerkt in zijn weefkunstwerken.

Kleuren kunnen de saaiste objecten leuk maken en zorgen dat je herinneringen langer kunt bewaren. Voor Gutiérrez is het nog meer. Het is niet alleen een verbinding met zijn eigen herinneringen, maar ook die van de ouders van zijn ouders, en van hun ouders voor hen. Al zijn voorouders die leefden als één met de natuur.

Hij koestert die manier van kleurgebruik, niet omdat hij wil dat natuurlijke verfstoffen weer de meest gebruikte pigmenten worden. Juist niet. Dat zou kunnen leiden tot een nieuwe aanslag op de natuur, dit keer voor nog één van haar rijkdommen: haar kleuren. Door deze tradities in leven te houden wil hij laten zien dat er manieren zijn om te kunnen leven van én met de natuur. Om gelijk te spelen, te pakken wat je ook terug kunt geven en in de balans dus goed uit te komen.

Het conserveren, preserveren en innoveren van generaties en eeuwen aan kleur is zijn doel. Waar dat is, voor Gutiérrez? Waar kleuren groeien zal hij volgen.