In de Taghi-zaak wordt zelfs een abc’tje een loopgravengevecht

Marengoproces Dinsdag gaat de strafzaak tegen Taghi en zestien medeverdachten verder. Is er nog wel sprake van een eerlijk proces waarin partijen elkaar wat gunnen?

De extra beveiligde rechtbank de Bunker in Amsterdam, waar het Marengoproces wordt gehouden.
De extra beveiligde rechtbank de Bunker in Amsterdam, waar het Marengoproces wordt gehouden. Foto Nico Garstman/ ANP

Heel veel vertrouwen heeft Ridouan Taghi nooit gehad in de afloop van zijn strafzaak. „Alstublieft, laten we effe duidelijk zijn: waarheidsvinding bestaat gewoon niet in mijn zaak”, zegt hij in zijn eerste verhoor in Nederland op 26 januari 2020. Taghi is dan ruim een maand in Nederland na zijn arrestatie in Dubai. „Geef mij gewoon levenslang. Dan zijn we ook [af] van het mediacircus en deze hele neppe proces die ik ga krijgen.”

Na afgelopen week zal het vertrouwen van Taghi in de rechtspraak niet groter zijn geworden. Maar dat geldt niet alleen voor de hoofdverdachte. Ook advocaten van de medeverdachten vragen zich af of er nog sprake is van een eerlijk proces, waarin de partijen – advocaten, officieren van justitie en rechters – elkaar wat gunnen en de ruimte geven.

Tekenend was de hervatting van de strafzaak Marengo die na het zomerreces meteen uitliep op een confrontatie tussen Taghi’s advocaat Inez Weski, het Openbaar Ministerie en de rechtbank. Inzet: een powerpoint-presentatie van Weski ter ondersteuning van onderzoekswensen over de deal die justitie heeft gesloten met Nabil B., de kroongetuige in de strafzaak.

Niets bijzonders, zo lijkt het. De verklaringen van Nabil B. vormen – naast tienduizenden ontsleutelde PGP-berichten – een cruciaal onderdeel van het bewijs tegen Taghi en zijn zestien medeverdachten. Daarom moeten de verklaringen van Nabil worden getoetst, net als de deal die is gesloten tussen Nabil en justitie. De vraag is of die deal wel door de beugel kan: Nabil is zelf immers óók betrokken geweest bij liquidaties. En ook de vraag of zijn verklaringen betrouwbaar zijn, is onmiskenbaar relevant.

Geschiedenis

Maar zelfs dit abc’tje verwerd in de strafzaak al snel tot een loopgravenoorlog. Het is een gevecht met een geschiedenis, die teruggaat tot de zomer van 2019. Dan wordt tijdens het eerste openbare verhoor van Nabil B. duidelijk dat de kroongetuige tijdens zijn detentie in 2017 een PGP-telefoon heeft gebruikt om heimelijk te communiceren met Taghi. Volgens Nabil heeft hij dat gedaan om in te schatten hoe groot het gevaar is dat hij en zijn familie op dat moment lopen.

Tijdens het bewuste verhoor in 2019 verzwijgt de kroongetuige dat hij naast die PGP-telefoon ook de beschikking heeft gehad over een tweede telefoon: een iPhone 5. Daarmee communiceert hij met zijn partner en broer en zus over een mogelijke deal en de gevolgen daarvan. Het bestaan van die iPhone komt aan het licht na de moord op advocaat Derk Wiersum. In zijn zoektocht naar een nieuwe advocaat komt Nabil terecht bij Oscar Hammerstein die in eerste instantie anoniem zijn werk doet.

Tussen Nabil B. en Hammerstein gaat het vrij snel mis en bij de overdracht van het dossier in het voorjaar van 2020 is het uiteindelijk Hammerstein die de iPhone aan het OM geeft. Het toestel komt daarna in handen van de rechter-commissaris die het Marengo-onderzoek leidt. Die rechter constateert dat Nabil B. de telefoon onder andere heeft gebruikt voor contact met zijn advocaat, maar dat er ook berichten met derden op staan die van belang kunnen zijn voor de strafzaak.

Lees ook: Hoe betrouwbaar is Nabil B.?

Na een lang juridisch gevecht wordt in 2021 door de Hoge Raad besloten dat de inhoud van de iPhone mag worden toegevoegd aan het Marengo-dossier. Berichten tussen Nabil en zijn advocaten blijven geheim. En dat geldt ook voor communicatie die de veiligheid van Nabil en zijn familie kunnen schaden, alsmede voor berichten die niet relevant zijn maar wel de privacy van betrokkenen raken.

De overgebleven berichten – dat zijn er nog altijd enkele tienduizenden – worden in stapjes vrijgegeven. Eerst voegt het OM een paar honderd berichten toe en krijgen advocaten inzage in ettelijke duizenden berichten. In de zomer van dit jaar beslist de rechtbank dat alle berichten ter inzage moeten komen op basis van een verzoek van advocaat Nico Meijering. Hij heeft berichten gevonden die niet in het dossier zitten, waaruit kan worden afgeleid dat de kroongetuige veel geld heeft gekregen om zijn eigen veiligheid te regelen. Dat is mogelijk in strijd met de regels en ook de rechtbank vindt dat het OM die stukken in het strafdossier had moeten stoppen.

Afgelopen dinsdag wilde Inez Weski, precies zoals Meijering dat voor het zomerreces deed, verzoeken doen op basis van de ter inzage gegeven berichten. Het OM en de verdediging van Nabil B. willen niet dat de berichten worden besproken op een openbare zitting, met als argument dat de veiligheid van Nabil B. en zijn naasten mogelijk in het geding is. Weski is het daar niet mee eens: de inhoud van die berichten is toch al getoetst, zo stelt zij. Bovendien heeft zij de berichten geanonimiseerd. Maar het OM houdt voet bij stuk. Weski moet alle berichten die het OM in eerste instantie niet relevant achtte voor het dossier alsnog voorleggen.

Lees ook: In het Marengo-proces is de sfeer slechter dan ooit

Weski krijgt ook bij de rechtbank geen voet aan de grond: de advocaat van Taghi wordt niets gegund. Ze moet zich voor overleg maar melden bij de grote vijand van haar cliënt, het OM. Of haar voordracht achter gesloten deuren houden, ongebruikelijk voor een toelichting op onderzoekswensen. De facto wordt Weski met een keuze uit twee kwaden teruggestuurd naar haar cliënt om te overleggen. De uitkomst is voor alle aanwezigen onvermijdelijk: Weski wraakt de rechtbank wegens vooringenomenheid jegens haar cliënt Taghi.

Een dag later, vorige week woensdag, gooit de speciaal samengestelde wrakingskamer nog wat olie op het vuur. De wraking wordt afgewezen zonder Weski ook maar te horen. Een gang van zaken die doorgaans alleen wordt gebruikt als er sprake is van evident misbruik van het wrakingsrecht. Dat was hier volgens geen van de aanwezige advocaten het geval: haar verzoek tot wraking was gemotiveerd en ze heeft een dergelijk verzoek niet eerder gedaan in deze zaak.

Zo draait een ‘normaal’ wrakingsverzoek uit op een keiharde confrontatie. En dat op een dag die de rechtbank is begonnen met stichtelijke woorden over de dood van Peter R. de Vries, de misdaadverslaggever die ook werkte als vertrouwenspersoon voor Nabil B. en diens familie. Nabil verloor eerder al zijn broer en zijn advocaat. Met name de moord op Wiersum had enorme impact en leidde tot scherpe veiligheidsmaatregelen voor officieren en rechters. Maatregelen die na de moord op De Vries niet minder zijn geworden.

De hervatting van het Marengoproces liep meteen uit op een confrontatie

De moeizame verhouding tussen advocaten, officieren van justitie en rechters in de Marengozaak is nauwelijks los te zien van de gewelddadige dood van drie mensen uit de kring rond de kroongetuige. Het is niet duidelijk wie er achter die moorden zit, maar justitie en politie hebben laten doorschemeren dat ze Taghi wel zien als mogelijke opdrachtgever.

Testcase van de rechtsstaat

Het maakt Marengo tot een uiterst complexe strafzaak en een testcase van de rechtsstaat. En juist als het ingewikkeld wordt moeten waarden die in onze rechtsstaat belangrijk zijn niet worden genegeerd, betoogde de Rotterdamse strafrechter Jacco Janssen vorige week op de site van NRC, zonder in te gaan op de gang van zaken in de Marengozaak: „Het helpt gewoonweg niet als we de basisbeginselen van ons strafproces uit het oog verliezen: procedurele rechtvaardigheid en het recht op eerlijk proces.”

Voordat de strafzaak dinsdag verder gaat hebben advocaten en officieren op initiatief van de rechtbank een informeel overleg. Aanleiding is de commotie over de afhandeling van het wrakingsverzoek, maar er zal vermoedelijk meer ter sprake komen. Tijdens de voortgang van de openbare zitting daarna zal moeten blijken of het onderonsje heeft geholpen.