Kwame Anthony Appiah: ‘Ik ben een optimist, ik blijf hoopvol’

Levenslessen Dit heeft Roos Aduagyei geleerd van Kwame Anthony Appiah over identiteit

Beeldbewerking NRC

‘Ik werkte voor een bedrijf dat evenementen organiseert. Ik deed de marketing – dat is mijn vak. Vorig jaar april zat ik opeens zonder werk, door corona, en had ik tijd om diep na te denken. Hoe kan ik ander werk vinden? Kan ik zelf een bedrijf beginnen?

„Met een collega, die ook haar baan kwijt was, ben ik er echt voor gaan zitten. Al vaker hadden wij tegen elkaar gezegd: vreemd eigenlijk, dat wij tot nu toe vooral hebben gewerkt met mensen die dezelfde Nederlandse achtergrond hebben. De samenleving is multicultureel. Maar in ons werk zien wij dat amper.

„Je kunt dat abstract zeggen, met woorden als inclusie en diversiteit. Wij zijn onderzoek gaan doen naar de concrete problemen: hoe werkt dat, op de arbeidsmarkt? Wie vinden sneller een baan dan anderen? Hoe komt dat?

„Het probleem is bekend: je achternaam en uiterlijk zijn wezenlijk van invloed op je kans een baan te vinden. Een oplossing is, wat ons betreft: anoniem solliciteren. In augustus vorig jaar zijn we met ons bedrijf gestart. We bemiddelen tussen bedrijven die banen aanbieden en mensen die werk zoeken. De eerste selectie gaat op basis van profielen zonder namen en gezichten.

‘Zelf heb ik een Nederlandse moeder en een Ghanese vader. Dat is een verklaring voor waarom ik nu dit werk doe. Tot enkele jaren geleden was ik nauwelijks met mijn eigen roots bezig. Op de middelbare school wilde ik vooral niet opvallen, niet ‘apart’ zijn, gewoon onderdeel zijn van mijn vriendengroep.

„Inmiddels denk ik: ik bén voor de helft Ghanees, en dat niet alleen. Niemand heeft één identiteit. Ieder mens bestaat uit verschillende lagen. Je ontwikkelt jezelf. Als scholier gedraag je je anders dan als student, of als partner, of als vriendin of collega.

„Ik luister nu, vaker dan een paar jaar geleden, naar Ghanese muziek. Maakt dit mij Ghaneser? Mensen stoppen elkaar nogal snel in hokjes. ‘Die is dít, dus die zal wel dát zijn…’ Microagressie, heet dat met een mooi woord. Elkaar uitsluiten zit ’m vaak in zogenaamd onschuldige woorden en grappen – maar intussen…

„Iemand wees mij onlangs op een boek, Identity, van de Ghanees-Britse schrijver Kwame Anthony Appiah. Ik heb het meteen besteld, en las enkele interviews met hem. Vaak doen mensen met negatieve drijfveren een beroep op hun identiteit: niet zozeer omdat zij zich met een bepaalde groep identificeren, maar omdat zij zich tegen andere groepen willen afzetten, zegt Appiah. Dat herken ik. Eén citaat uit een van de interviews spreekt mij in het bijzonder aan: ‘Ik ben een optimist, ik blijf hoopvol.’ Ik ook! Ik hoop veel mensen aan een baan te helpen die nu nog te vaak aan de kant staan.”