Hoe de werknemer een half miljoen stal

Wie: Ingmar van E.

Kwestie: verduistering

Waar: Haarlem

De Zitting

Financieel medewerker Ingmar van E. stal 514.451 euro en 57 cent van twee opdrachtgevers, voor wie hij al zo’n twintig jaar werkte. Dat deed hij geleidelijk en heel geraffineerd. Van E. maakte tussen 2014 en 2018 plukjes geld over naar eigen rekeningnummers die hij speciaal voor het bedrog gebruikte, maar die hij in de bedrijfssystemen opsloeg onder namen van bekende klanten waar vaak zaken mee werden gedaan. Sommige bedragen maakte hij over naar rekeningen op naam van zijn vriendin. Ondertussen leidde Van E. een luxeleven, hij was bezig met vastgoed in Amerika en handelde in cryptovaluta. Zijn bazen, die zich ook zijn mentoren voelden omdat zij hem al van jongs af aan kenden, hadden niets door, tot de bank bij een routinecontrole op de vreemde overschrijvingen stuitte.

„Tsja”, zegt de voorzitter, en strijkt over zijn kin. „Normaal gesproken zou de rechtbank nu met de verdachte praten en de waarom-vraag behandelen.” Maar Ingmar van E. is er niet. Hij was gemaild over de zittingsdatum, maar toen zijn advocaat hem belde om de zaak voor te bespreken, kreeg hij zijn cliënt niet te pakken.

Verkeerd nummer, bleek.

„Om acht uur gisteravond had ik hem uiteindelijk aan de telefoon. Hij zei dat hij er niet bij wilde zijn: ‘Het maakt me allemaal niet zoveel meer uit’, zei hij.” De advocaat: „Hij heeft een ‘gooi-mij-maar-in-de-gevangenis-houding’.”

De voorzitter van de rechtbank richt zich tot één van de gedupeerden, die wel in de rechtszaak aanwezig is. „Meneer, de psychische klachten zijn niet te overzien voor u.”

„Meneer de rechter”, zegt een grote man in een ruim grijs pak. Hij ontvouwt een A4’tje met aantekeningen. „Hij was 21 jaar toen hij bij ons in dienst trad. We hebben zestien jaar lang drie of vier keer per week contact gehad. Hij had vrijheid, want hij had vertrouwen opgebouwd. Mijn pensioen is weg, en ook dat van mijn neef. Ik heb er geen goed woord voor. Ik hoop dat u begrijpt hoe ik me voel. Ik voel me bedrogen. Hier wou ik het bij laten.”

„Ik hoorde uw stem kraken”, zegt de voorzitter. „Het is duidelijk dat het grote impact heeft gehad. De combinatie van vertrouwensbreuk en financieel verlies maakt het heel pittig voor u.” De voorzitter vertelt later nog dat deze gedupeerde slaapproblemen heeft.

De gedupeerden, twee neven, topmannen van succesvolle bedrijven, hadden gehoopt in de rechtbank een verklaring van Van E. te horen, maar een uitleg voor zijn daden komt er ook vandaag niet. In eerdere verhoren heeft Van E., die een blanco strafblad heeft, zich vaak beroepen op zijn zwijgrecht en is hij niet op zijn motieven ingegaan. Van E.’s relatie is gesneuveld nadat zijn daden aan het licht kwamen. Zijn advocaat vertelt dat zijn cliënt „berooid” is. Dat zijn enige bezit een fiets is. Dat hij van onderdak naar onderdak gaat. De officier van justitie vindt dat Van E. zijn verantwoordelijkheden ontduikt door niet in de rechtbank aanwezig te zijn, maar volgens de advocaat is diens cliënt juist zeer schuldbewust. „Ik had ook een uitstelverzoek kunnen doen, maar dat hoefde niet van hem.”

Er is al een civiele procedure geweest, waarbij de benadeelde partijen in het gelijk werden gesteld en het geld is teruggeëist. De neven hebben inmiddels beiden enkele tienduizenden euro’s van Van E. ontvangen.

Waarom dan vandaag toch nog deze strafprocedure? Dat heeft ermee te maken dat het dan gemakkelijker is het geld dat Van E. hun verschuldigd is, daadwerkelijk te krijgen. Als er in een strafzaak een „schadevergoedingsmaatregel” wordt opgelegd, int het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) het bedrag bij de dader.

Omdat de verdachte volgens de rechtbank „eigenmachtig, onrechtmatig en kennelijk louter uit financieel gewin handelde” wordt Van E. veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeventien maanden. Maar de schadevergoedingsregel wordt niet opgelegd. Die is er volgens de uitspraak om „natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding”. Maar van deze rechtspersonen mag volgens de rechtbank worden verwacht dat zij zelf de wegen kennen om een toegewezen vordering te incasseren.