Hie hie hie : mensenbaby lacht als een chimpansee

Psychologie Veel baby’s lachen door geluid te maken bij het inademen, net als primaten. Pas later leren ze om te lachen bij het uitademen.

Lachende baby. Hoe meer baby's lachen op een uitademing, hoe aanstekelijker hun lach is.
Lachende baby. Hoe meer baby's lachen op een uitademing, hoe aanstekelijker hun lach is. Foto Manuel Breva Colmeiro / Getty Images

Baby’s van drie maanden kunnen al hardop lachen, maar dat doen ze nog op de manier van niet-menselijke primaten: met veel geluidsproductie tijdens het inademen en niet vooral bij de uitademing zoals volwassen mensen doen. Als baby’s ouder worden, daalt dat percentage inademlach gestaag, van meer dan 50 procent bij drie maanden tot minder dan 40 bij anderhalf jaar. En opvallend genoeg: hoe meer baby’s lachen op hun uitademing, des aanstekelijker wordt hun lach gevonden door volwassenen. Dit blijkt allemaal uit onderzoek van meer dan 100 videofilmpjes van lachende baby’s tussen drie maanden en anderhalf jaar oud en de beoordeling van die lach door panels van deskundigen en ‘gewone’ mensen, onder leiding van de Leidse primatoloog Mariska Kret. De analyse verscheen begin september in Biology Letters.

Verschillende zoogdiergroepen lachen, behalve primaten ook sommige knaagdieren. Bij dieren wordt het lachsignaal, waarmee ze aangeven het naar hun zin te hebben, voortgebracht bij in- en uitademen. Het signaal is waarschijnlijk ontstaan uit de gespannen ademhaling tijdens lichamelijk actieve spelletjes.

Intens sociaal

Bij mensen is dat signaal verder geritualiseerd tot de bekende ha-ha-klank (in allerlei varianten) die hoofdzakelijk bij uitademing klinkt. Net als bij dieren is lachen bij mensen een intens sociale activiteit die onderlinge banden versterkt. Kret vertelt in een persbericht van de Universiteit Leiden hoe ze op het idee kwam om de vroege kinderlach te analyseren toen ze vijf jaar geleden met een vriendin een lezing bezocht van de Nederlandse primatoloog Jan van Hooff. Van Hoof werd begin jaren zeventig befaamd doordat hij vaststelde dat de menselijke lach verwant is aan het ontspannen-open-mond-gezicht en het opgewekte hijgende geluid (panting) dat chimpansees en andere mensapen vertonen bij sociaal spel. Toen hij bij de lezing een lachende aap liet zien en horen, zei de vriendin van Kret: ‘zo lacht mijn baby ook.’

Lachen ontstaat vrijwel altijd in een sociaal proces, zoals kietelen of kiekeboe

Om die observatie wetenschappelijk te onderbouwen verzamelde Kret filmpjes van lachende baby’s, fragmenten van 4 tot 7 seconden, met ook gegevens over de context van het lachen. Opnames van lachende baby’s jonger dan drie maanden werden niet gevonden, voor die tijd kunnen baby’s niet hoorbaar lachen. Het bleek niet mogelijk om het in- en uitademende lachen automatisch van elkaar te onderscheiden louter op basis van het audio-kanaal, zodat Kret verschillende teams van experts en ‘gewone’ panelleden het lachen liet beoordelen. Ze moesten ook aangeven of de lach aanstekelijk was.

Baby van vier maanden die lacht met inademing en uitademing

Baby van achttien maanden die vooral lacht met uitademing

Dat pasgeboren kinderen nog niet de geavanceerde typische menselijke uitademlach beheersen, is niet gek, vinden de onderzoekers. Hun strottenhoofd lijkt nog heel erg op het ‘gewone’ primatenstrottenhoofd. Het typisch menselijke, aan spraak aangepaste strottenhoofd dat ook de preciezere controle op de lach mogelijk maakt volgroeit pas geleidelijk na de geboorte. Vanaf zeven à acht maanden gaan baby’s ook al uit zichzelf ‘babbelen’, die aangename stroom klanken die al een beetje op taal lijkt maar het niet is.

Kiekeboe

Maar lachen gaat niet vanzelf, ook niet met een beter geschikt strottenhoofd. Lachen ontstaat vrijwel altijd in een sociaal proces, zoals kietelen of kiekeboe. Imitatie is het voor de hand liggende mechaniek voor dat leerproces, schrijven de auteurs. Kinderen van zes maanden imiteren tenslotte al allerlei klanken die volwassenen om hen heen maken. Maar er is nog een andere proces, vermoeden ze: kleine kinderen zijn extreem gevoelig voor de reacties van volwassen op hun klankproducties. En dan wordt de grotere aanstekelijkheid van de uitademlach belangrijk. Als baby’s beter gaan uitademlachen worden ze onmiddellijk beloond met een grotere positieve reactie van de volwassenen om hen heen. Die schieten dan meestal ook in een spontane uitademlach.

Net als bij apen heeft lachen bij mensen meer met communicatie van een goed gevoel te maken dan met lachen óm iets grappigs, zoals de Amerikaanse socioloog en neurobioloog Robert Provine al in de jaren negentig vaststelde. In gezelschap lachen mensen veel vaker dan wanneer ze alleen zijn. De ‘besmettelijkheid’ van de lach is het meest opvallend: mensen lachen ook veel vaker omdat iemand anders lacht, dan omdat ze iets grappigs horen. Provine vergelijkt de auditieve besmettelijkheid van een lach met de visuéle besmettelijkheid van gapen, en niemand gaapt ‘om’ iets.

Met dank voor audio aan Mariska Kret