Opinie

De gijzeling

Marcel van Roosmalen

Een vriend had vroeger de neiging om op feestjes zijn zoontje op tafel te zetten. Het joch begon dan te oreren, het bezoek verwerd tot publiek. „Er zit niets anders op”, legde hij uit. „Hij komt anders toch telkens uit bed.”

Later kreeg hij ook nog twee dochters.

Ik ging toen al niet meer naar zijn verjaardag, waar drie kinderen om beurten voorstellingen gaven.

Inmiddels sta ik aan de andere kant. Ik hoor nu bij de groep die de handen in de lucht steekt als de kinderen beginnen.

Zaterdag nodigde ik de regisseur van onze voorstelling en zijn vriendin uit voor een spontaan drankje in de achtertuin, ze hadden me tenslotte helemaal van het theatertje in Voorburg naar Wormer gereden.

Even vergeten dat ik een gezin heb.

De vriendin was net al onze kinderen aan het voeden. Ik sleepte de tuinstoelen naar buiten en schroefde een fles wijn open.

Daar zaten we dan, in de zon.

„Lekker dat zonlicht”, was de eerste en laatste zin die ik kon zeggen.

Daarna werd het een kindervoorstelling.

Lucie van Roosmalen (6) wilde eerst niet zeggen hoe het kwam dat ze een tand miste. Ze zei dat ze te verlegen was. Even later liep ze op de lieslaarzen van haar moeder met vijf ballonnen in haar mond drie wijnglazen omver. In haar kielzog volgde Leah van Roosmalen (4) half struikelend op mijn gymschoenen. Er werd om gelachen.

De plant had water gekregen. Het bezoek zat de gijzeling braaf uit. De vriendin vertelde dat ik wel eens voor monster speelde op de blauwe speelmat. De speelmat werd alvast uitgerold. Mijn twee dochters trokken aan mijn colbert en smeekten me om te veranderen in een monster.

De vriendin: „Doe maar hoor, pluis…”

Ik was ‘pluis’, monster tegen wil en dank.

Er zat niets anders op dan grommend achter mijn eigen kinderen aan te jagen, de regisseur en zijn vriendin gingen maar weer eens.

Ik kon het dus wel, heel overdreven spelen.

Toen het bezoek weg was zakten Lucie van Roosmalen en Leah van Roosmalen als plumpuddingen in elkaar. Zonder publiek was er niets aan. De clown en de acrobaat veranderden in lusteloze wezens, ze wilden alleen nog maar naar een scherm kijken.

„Van wie hebben ze dat toch?”, riep ik vragend naar de vriendin.

De vraag stellen was hem beantwoorden.

Ik had mezelf vermenigvuldigd.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.