Opinie

De angst voor links

Frits Abrahams

De doorbraak was nog steeds niet doorgebroken. Zo zou je de boodschap kunnen samenvatten waarmee premier Rutte het Nederlandse volk, nog coronapasvrij sudderend in het zondagse zonnetje, probeerde te verblijden.

Het klonk alsof het een steenpuist op een lastig te bereiken lichaamsdeel betrof. Misschien kon er met langdurig knijpen nog iets worden geforceerd, misschien was operatieve verwijdering noodzakelijk. De artsen zouden het nog eens goed bekijken, intussen zou Sophie Hermans, nog arts in opleiding, het zaakje met wat pleisters aan het zicht onttrekken.

De sfeer op het Hilversumse landgoed waar de politieke leiders hadden vertoefd (nooit voltrekt zich zoiets in het buurthuis van de Baarsjes) was volgens de premier „uitstekend” geweest. Ook CDA-leider Wopke Hoekstra, getooid in een extra sportief T-shirt maar gelukkig zonder ijsmuts, toonde zich „gematigd optimistisch”; tevoren had hij beklemtoond dat ,,iedereen een beetje moest inschikken’’, waarbij hij in het midden liet of ‘links’ eigenlijk iets meer moest inschikken dan ‘rechts’.

Toen iedereen op het landgoed was uitgepraat voor de tv-camera’s, wisten we thuis één ding heel zeker: er was helemaal niets ingeschikt, laat staan bereikt, onze politieke leiders waren weer de wielrenners die elkaar vanuit stilstand beloeren op de korte baan van het eigenbelang.

’s Morgens had ik in het tv-progamma WNL op Zondag een oud-wielrenner gezien die maar geen afscheid van zijn sport kan nemen. Hans Wiegel. Altijd bereid om zijn partij, de VVD, op te poken tot samenwerking met een of andere rechts-radicale partij, of het de LPF is, de PVV („Ik betreur het uitsluiten van samenwerking met de PVV”), of JA21 – als het maar stijf rechts is.

Ooit had hij ook een groot zwak voor Thierry Baudet, die hij met dezelfde vertedering („Er zijn al genoeg grijze muizen”) behandelde als een oom zijn dierbare neefje. Maar Baudet is door al zijn idioterieën zelfs bij Wiegel uit de gratie geraakt en vervangen door Joost Eerdmans van JA21, over wie Wiegel al eerder in WNL zei: „Het lijkt me heel slim om daarmee om tafel te gaan” – een verlangen dat later ook door Rutte gedeeld werd. Eerdmans heeft als belangrijkste politieke thema: de migratie. Dat belooft nog wat voor de vluchtende medemens.

Wiegel heeft een enorme hekel aan links en zal daarom zijn partij samenwerking met links altijd ontraden. Het is zijn goed recht, maar waarom klaagt ook hij dan zo meewarig over het uitblijven van succes in de formatie? Het is toch moeilijk vol te houden dat dit alleen aan links ligt?

Wiegel en een belangrijk deel van zijn partij willen links niet als regeringspartner. Ze behandelen de PvdA en GroenLinks als een soort cryptocommunistisch uitschot waarmee geen land te bezeilen is, in ieder geval Nederland niet. Zondag waren de linkse leiders, Lilianne Ploumen en Jesse Klaver, samen te bezichtigen in Buitenhof. In dezelfde uitzending zat nog meer links gespuis: ex-PvdA-leider Diederik Samsom.

Luisterend naar hun brave, ingetogen taal kon ik alleen maar denken: „Waar zijn jullie toch zo bang voor, Hans met je VVD, en, niet te vergeten, Wopke en zijn CDA? De rode revolutie? Ik ben al vijftig jaar met zo’n cryptocommuniste getrouwd en, heus, in de praktijk valt het doorgaans reuze mee.”