Opinie

Anti-witwasstrategie EU moet mikken op grote vissen

Het anti-witwasbeleid van de EU is een zaak van goede intenties en magere resultaten, meent . Effectief wordt de aanpak pas door samenwerking met lokale experts.

De Europese Unie wil een Europees agentschap te starten om witwassen doelmatiger aan te pakken, en voorziet een verdere amendering van de bestaande EU-wetgeving. Het anti-witwasbeleid vandaag is een zaak van veel goede intenties, maar grote verschillen in aanpak met magere resultaten. De EU heeft met reeds vijf verschillende richtlijnen sedert 1991 het witwassen steeds steviger proberen aan te pakken, maar op hooguit 1 procent wordt volgens Europol beslag gelegd. Reden is vooral de gebrekkige opvolging door de opsporingsdiensten, de ‘Financial Intelligence Units’ (FIU’s), de grote verschillen in straffen en procedures in de lidstaten en de vele achterdeurtjes die een goede informatie-uitwisseling belemmeren.

Zowat 2 tot 5 procent van het wereldwijde bbp wordt jaarlijks witgewassen. Witwassen wordt veelal geassocieerd met belastingparadijzen of bananenrepublieken, maar gebeurt meest in gevestigde financiële centra met grote financiële instellingen. De westerse landen hebben de laatste jaren hun acties tegen witwassen aangescherpt, met miljoenenboetes voor veelal banken.

Cryptomunten

Toch blijft het een gevecht tegen de bierkaai om verdachte transacties te detecteren. Nieuwe technologieën, gebaseerd op AI (kunstmatige intelligentie), laten beter opsporingswerk toe, maar dat geldt ook voor de witwaspraktijken, met bijvoorbeeld cryptomunten.

Het problematische voor een doeltreffend beleid is dat witwassen een goede samenwerking van verschillende overheden vereist: financiële en niet-financiële toezichthouders, opsporingsdiensten, en de rechterlijke macht. Dit is reeds moeilijk op nationaal vlak, maar is nog veel complexer op het Europese en internationale. Witwassers en criminelen weten dit maar al te goed, en proberen de toezichthouders altijd een stap voor te zijn. Ze profiteren van de logge en gebrekkige samenwerking tussen al die verschillende niveaus, of van zwakke schakels, en van landen die de regels niet zo strikt toepassen.

Lees ook: Sorry, zegt de bank, na jaren van falend witwasbeleid

Voor de EU en veel van haar lidstaten is dit al lang een probleem, maar de gaten in het net zijn groot. Samenwerking tussen al die verschillende overheden is ook in de EU niet gemakkelijk, het heeft veel weg van spaghetti. Lidstaten zijn wel voorstander van een beter beleid, tot ze het zelf moeten uitvoeren. Bij EBA, de Europese bankautoriteit die nu het anti- witwasbeleid voor de financiële sector coördineert in de EU, zitten 57 verschillende instanties rond de tafel. Het zou al schelen als ze dit konden terugbrengen tot één instantie per lidstaat.

Wat de EU nu wil doen met de start van AMLA, de ‘Anti-money Laundering Authority’, is een uniform witwastoezicht voor de financiële sector, zoals al bestaat voor prudentieel toezicht van banken bij de ECB. Bedoeling is naleveving van de wetgeving strikt te controleren, en één methode toe te passen, met een gespecialiseerde staf. AMLA zal direct toezicht uitoefenen op ‘verdachte banken’, banken zoals misschien ING, waarvan de EU redenen heeft om ze op een zwarte lijst te plaatsen.

De nieuwe toezichthouder wil ook de niet-financiële sector strikter controleren. Maar vat krijgen op de accountants, advocaten- en notariskantoren, op gaming en kunsthandel zal moeilijk zijn, aangezien daarvoor geen Europees toezicht bestaat. De gebrekkige samenwerking tussen de opsporingsdiensten (FIU’s) in de EU wil de Europese Commissie ook aanpakken, en AMLA zal het Europese netwerk, FIU.net, opvolgen.

Lokale expertise

Maar de vraag kan gesteld worden of één autoriteit de goede oplossing is. Een gedegen anti-witwas beleid vergt vooral goede lokale expertise en goede onderlinge samenwerking, om steeds veranderende patronen op te volgen. Neem nu in Belgisch-Nederlands verband de drugshandel rond de havens. Zal AMLA daar veel aan wijzigen? Wat vooral nodig is, is meer samenwerking tussen en middelen voor de nationale opsporingsdiensten, en meer samenwerking tussen de gerechtelijke diensten, om snel te reageren. Voor deze beide aspecten verandert er niet veel onder de nieuwe voorstellen van de EU Commissie.

Meer in het algemeen kan gesteld worden dat een ander beleid tegen witwassen nodig is. De nieuwe Commissievoorstellen zullen de vereisten voor de banksector nog verscherpen, met nog meer details in de wetgeving en ‘box ticking’, terwijl een meer risico-gewogen en kosten-efficiënte benadering nodig is. De miljoenenfraudes en grote criminaliteit moeten aangepakt worden, eerder dan de lat te verlagen en nog meer de kleinere criminaliteit te pakken.

Het is dus niet zo dat de EU geen oog heeft voor het witwassen in de drugssector, zoals de Antwerpse burgemeester De Wever tegen NRC zei (29/7). Een beter beleid is al lang een prioriteit voor veel Europese lidstaten, en met de vooruitgang in de fiscale harmonisatie is een ander hinderpaal aan het verdwijnen. Wel is zo het dat de prioriteiten voor het Europese en lokale beleid verschillen, en dat daar meer dialoog voor nodig is. Europese beleidsmakers kennen de problemen niet waarmee een burgemeester van een grote havenstad wordt geconfronteerd.