Recensie

Recensie Beeldende kunst

Met het Namenmonument heeft Libeskind een wonder verricht

Holocaustslachtoffers De vroegere Amsterdamse Jodenbuurt kreeg een imponerende gedenkplek. Alle eerdere twijfels bleken ongegrond.

Het Holocaust Namenmonument van de Amerikaanse architect Daniel Libeskind in de Weesperstraat in Amsterdam.
Het Holocaust Namenmonument van de Amerikaanse architect Daniel Libeskind in de Weesperstraat in Amsterdam. Foto Walter Herfst

Toen twee jaar geleden na een lange juridische strijd de bouw van het door de Amerikaanse architect Daniel Libeskind ontworpen Nationaal Holocaust Namenmonument begon, dachten velen dat het veel te groot zou worden voor het Amsterdamse Weesperplantsoen. Ook ik had mijn twijfels. Het leek me onmogelijk dat de schuin oplopende muren met een totale lengte van vijfhonderd meter, die van boven gezien de Hebreeuwse letters voor ‘ter herinnering’ vormen, op een fatsoenlijke wijze konden worden neergezet in het plantsoentje aan de drukke Weesperstraat. De muren, deels bestaand uit bakstenen met daarin de namen gegraveerd van de 102.000 Nederlandse Joden en 220 Sinti en Roma die tijdens de Holocaust zijn vermoord, zouden een benauwend labyrint vormen, vreesde ik. Bovendien was de kitscherige ‘deconstructivistische’ stijl van Libeskind, die wordt gekenmerkt door schots en scheve vormen, niet geschikt voor een nationaal Namenmonument, vond ik. Herdenking en bezinning zouden er maar moeilijk worden, vreesde ik.

Sprekende muren

Nu het deze zondag geopende Namenmonument is voltooid, blijkt deze vrees ongegrond. Samen met Rijnboutt architecten, die de landschappelijke inbedding van het monument en de tuinarchitectuur voor hun rekening namen, heeft Libeskind een wonder verricht. Het Namenmonument is een imponerende gedenkplaats geworden in het hart van de vroegere Amsterdamse Jodenbuurt. Van benauwdheid is nergens sprake. De ‘sprekende muren’ zijn zo geplaatst dat het monument niet alleen beschutte plekken heeft waar het stadgedruis ver weg lijkt, maar ook open ruimtes waar in totaal dertien bomen en een aantal lange banken van zwart basalt staan. Een pleintje met een rechte, met brons beklede muur, heeft de gedenkplek zelfs een hart verschaft. Het is er grotendeels bedekt met witte stenen die de bezoekers, volgens een oud Joods gebruik bij grafmonumenten, kunnen leggen bij een van de bakstenen met namen en geboorte- en sterfdag. Er is zelfs ruimte voor een ‘wachtmuur’ met duizend stenen, waarin de namen van nog onbekende Nederlandse slachtoffers van de Holocaust kunnen worden gegraveerd. De muur draagt al een stuk of twintig namen die de afgelopen jaren alsnog bekend zijn geworden.

Volmaakte spiegels

De zigzaggende muren zijn gemiddeld 4,5 meter hoog, met uitschieters naar 6,5 meter. Dit is een forse hoogte, zeker voor het Weesperplantsoen dat de omvang van een perk heeft. Toch ogen de muren niet massief noch te hoog. Dat komt niet alleen doordat het Namenmonument is gelegen op een omheind terrein met drie ingangen, dat door een hoge beukenhaag wordt gescheiden van de een meter hoger gelegen Weesperstraat. Ook de muren zelf dragen bij aan het open karakter van de gedenkplaats. Ze bestaan uit twee delen, waarvan het onderste oogt als een traditionele, Nederlandse baksteenmuur. Het bovenste deel wil eigenlijk geen muur zijn en bestaat uit roestvast stalen platen van 6 millimeter dik die zo zijn gepolijst dat het volmaakte spiegels werden, zonder de geringste oneffenheid. Bovendien wijkt het patroon van de bovenste muren iets af van de onderste muren en staan ze, los daarvan op slechts enkele kolommen. Zo vormen de bovendelen sublieme bliksemschichten die op het punt staan weg te zweven in het niets.