Recensie

Recensie Muziek

Hoe het zwarte gat klonk was vrijdag te horen in TivoliVredenburg

Hoe klinkt een zwart gat? Componist Jan-Peter de Graaff zette zijn verbeelding aan het werk. Zijn Event-Horizon, een groots werk voor het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor, ging vrijdag in première.

Foto Anna van Kooij

Het was een ouderwets lange concertavond, de seizoensopening van het AVROTROS Vrijdagconcert in TivoliVredenburg. Het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor brachten naast de wereldpremière van Event-Horizon van Jan-Peter de Graaff ook het grootschalige oratorium Rédemption van César Franck, met als originele opwarmer het klankdicht De Oceaniden van Sibelius. Een tikje onwennig maar geestdriftig onthaalde de redelijk gevulde Grote Zaal de musici en zangers, die onder leiding van vaste gastdirigent James Gaffigan ouderwets goed speelden en zongen.

Lees ook: Honger om weer voor publiek te musiceren is hoorbaar bij jubilerend RFO en Groot Omroepkoor

De Graaff componeerde zijn reusachtig bezette opdrachtwerk voor het 75-jarig jubileum van koor en orkest vorig jaar, maar in het coronaseizoen was uitvoering onmogelijk – in plaats daarvan schreef hij toen het kortere Les cymbales sonores. De Graaff moest dus lang wachten om zijn muziek in het echt te horen, maar Event-Horizon bleek het wachten waard. De veelgevraagde De Graaff (1992) is nog jong en toch al behoorlijk ervaren, en de wijze waarop hij zijn honderdvijftigkoppige troepenmacht inzette dwong bewondering af. Hij verbeeldde hij in vier heel diverse delen de aantrekkingskracht van een zwart gat.

Krachtenvelden

Inspiratie putte De Graaff uit de gezamenlijke inspanning van sterrenkundigen die een paar jaar geleden de eerste foto van een zwart gat maakten. Hij componeerde geluidsimitaties van wervelende deeltjes en suizende galactische krachtenvelden, met verbluffend oor voor detail en originele combinaties, zoals een uitzinnig krioelende melodie voor unisono viool en xylofoon aan het begin van het tweede deel. In de finale mondde het werk uit in de toonzetting van een liefdesgedicht van e.e. cummings. In vergelijking met het exuberante orkest klonk het koor wat monochroom, maar de lyrische eenvoud had ook een louterend effect: de overweldigende veelheid van het Al ingeklonken tot de maat van het menselijk hart.