Recensie

Recensie Muziek

Gergjevs Rusland is ronkend en overdonderend

Het Rotterdam Philharmonic Gergjev Festival beleefde een sterke 25ste editie. Opwindend musiceren en een grandioos concert door het orkest van het Mariinsky Theater onderstreepten het belang van het festival.

Nevski Prospekt onderdeel van het Gergjev festival Foto Guido Pijper
Nevski Prospekt onderdeel van het Gergjev festival Foto Guido Pijper

Na de gecancelde coronaeditie van vorig jaar vierde het Gergjev Festival van het Rotterdams Philharmonisch Orkest dit weekend de vijfentwintigste editie rondom thema ‘St. Petersburg’. Valery Gergjev, chef-dirigent in Rotterdam van 1995-2008, begon het festival in 1996 – toen nog tien dagen lang en door vele tv-camera’s gevolgd.

Een jubileum is een reflectiemoment, zeker ook voor het Gergjev Festival. Vorig jaar werd bekend dat Rotterdam de subsidie stopzet: de Kunstraad aldaar vindt het festival onvoldoende urgent en vernieuwend. De internationaal bij tijd en wijle opflakkerende controverse rondom Gergjevs banden met de Russische president Poetin, speelde daarbij geen herleidbare rol. Dat het festival dit weekend samenviel met de Russische verkiezingen, en dat Poetins tegenstander Navalny vindt dat Gergjev moet kiezen tussen Europa of zijn loyaliteit aan Poetins Rusland (Nezavisimaya Gazeta, 8/10/20): je hoorde er niets over. Burgemeester Ahmed Aboutaleb huldigde Gergjev donderdag juist om zijn gave „muziekliefhebbers overal ter wereld samen te brengen”.

LEES OOK: Valery Gergiev: ‘Het Gergiev Festival overleeft, als het publiek dat wil’

Het Rotterdams Philharmonisch opende het festival met de wereldpremière van het korte en turbulente Madame en noir van componist Alfred Momotenko-Levitsky. Tsjaikovski’s Notenkraker-suite klonk daarna zeker niet volmaakt, maar het vertrouwde Gergjev-geluid was er direct; zwierige strijkers, opwindende versnellingen. Ook slijtvast is het plezier de methode Gergjev te observeren. Hoe hij fraseringen in zijn bewegingen „voorzingt” (met heftige blaasbalg-ademgeluiden), de intensiteit provocerende fladderhand, het dirigeerstokje van tapasprikkerformaat. Na de pauze was Sjostakovitsj prille Eerste symfonie met geagiteerde achtervolgingen, urgent spel van concertmeester Igor Gruppman en fraaie blazerssoli een geweldige vervanger voor geannuleerde (te grote) Zevende symfonie.

Leven en dood-attitude

De komst van het Mariinsky Orkest bleek vrijdag opnieuw het festivalhoogtepunt. Je keek even vreemd op van de slechts 32 strijkers, maar die krappe coronabezetting werd gecompenseerd met ongehoorde spelintensiteit. Ook hier een programmawijziging, in plaats van Tsjaikovski’s opera Evgeny Onjegin klonk een lang Russisch feestmenu. Vernieuwend was het geenszins, maar in deze context kon je daar stiekem bij denken: des te beter. Welk ander orkest speelt zo ronkend en overdonderend (delen uit) Prokofjevs balletmuziek Romeo en Julia – met zoveel vertelkracht, geurige intimiteit en pizzicati alsof een slager een bot klieft?

In Rimksi-Korsakovs Sheherazade was solerend concertmeester Lorenz Nasturica-Herschcowici met zijn onverstoorbare supervirtuositeit een visitekaartje voor de hele Mariinsky-attitude: musiceren op leven en dood, geen noot slap, elke inzet klaarwakker. De uitverkochte zaal klapte zich ook daarna de handen lens voor Mariinsky-tenor Alexander Mikhailov en powersopraan Irina Churilova, die je in aria’s van Tsjaikovski inwreven hoe liefdesontreddering de ziel volledig kan ontwrichten én verheffen.

Pianovirtuoos

In de randprogrammering bood de voorstelling Nevski Prospekt een gelaagd en geslaagd uurtje inventief muziektheater met weinig middelen. Regisseur Willem Bruls wekte Gogols novelle uit 1835 tot leven met actrice Loes Wouterson (verteller, vrouw 1 en 2) en pianisten Rembrandt Frerichs (impro) en Mengjie Han (Sjostakovitsj), die beiden ook de geplaagde minnaars belichaamden. Beelden van de St. Petersburgse beroemde straat Nevski Prospekt en flarden stomme film trokken je het verhaal in, indringend spel van Wouterson en mooie muzikale interacties tussen Frerichs en Han (impro en Sjostakovitsj) deden de rest.

Na een late matinee met de strijkers van het Rotterdams Philharmonisch in Sjostakovitsj’ Kamersymfonie en Tsjaikovski’s Strijkersserenade (ook met Gergjev) was het slotconcert zaterdagavond voor Tsjaikovski. Diens onbekende Tweede pianoconcert heeft een mooi introspectief middendeel, met een ontroerend intieme vioolsolo door concertmeester Marieke Blankestijn. Maar als geheel blijft het een atypisch werk, hoe veelzijdig en virtuoos Alexandre Kantarow (24), winnaar van het Tsjaikovski Pianoconcours in 2019, het ook speelde: met aambeeld-achtige forte’s en imposant heldere lichtheid in de poëtische passages.

De Zesde symfonie (‘Pathetique’) had daarna even tijd nodig om op stoom te geraken, maar toen de opwinding (Allegro) er was, rolde Gergjev die spanning ook strak door naar het intense slotdeel.