Vaak verzamelde soorten zijn ook talrijk in natuur

Biologie Het aantal dieren en planten in collecties van natuurhistorische musea weerspiegelt hoe talrijk een soort is in het wild.

Museumcollectie van vlinders.
Museumcollectie van vlinders. Foto Joshua Brown, UVM

Op spelden geprikte kevers en vlinders. Opgezette vogels en zoogdieren. Gedroogde planten. De omvangrijke collecties van natuurhistorische musea vormen een belangrijke bron voor biologen die archiefonderzoek willen doen. En nu blijkt er zelfs aan af te lezen of een soort veelvoorkomend is in het wild, schrijft een internationaal team onder leiding van Amerikaanse biologen in Methods in Ecology & Evolution. Hoe meer individuen er van een bepaalde soort er zijn verzameld, des te talrijker die soort in het veld is. Die correlatie is goed nieuws, want daardoor is in musea ook te bestuderen of soorten door de tijd in aantal zijn toegenomen of afgenomen, door bijvoorbeeld klimaatverandering.

Of een soort zeldzaam is of niet, wordt vaak bepaald op basis van veldwerk. Maar zulke onderzoeken zijn tijdrovend en trekken soms charismatische soorten voor. Bovendien zijn het momentopnames: er blijkt niet uit hoe lang bepaalde dieren of planten al in zwaar weer verkeren. Om die reden besloot het onderzoeksteam statistisch te analyseren in hoeverre museumcollecties de veldstudies kunnen ondersteunen.

In totaal vergeleken de onderzoekers 1,4 miljoen veldobservaties en 73.000 museumstukken van ruim 2.200 soorten, verspreid over zeventien datasets – waaronder mieren, vissen, kleine zoogdieren, vlinders, bijen, bomen en wilde bloemen. Grotere zoogdieren en vogels werden buiten beschouwing gelaten, omdat die relatief makkelijk te vangen zijn en daardoor vaak oververtegenwoordigd zijn in museumcollecties.

Hoe moeilijk het is om een representatieve collectie op te bouwen in een museum, bleek ook al uit onderzoek van Australische en Poolse biologen in 2019. Die concludeerden toen in PNAS dat in natuurhistorische musea vaak sprake is van een scheve verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke dieren in een collectie: de mannetjes zijn vaak oververtegenwoordigd, mogelijk omdat hun skeletten vaak groter en imposanter zijn.

Uit de huidige analyse bleek dat er in zestien van de zeventien datasets een sterke correlatie was tussen veld- en museumdata. Juist omdat de aanwezigheid van planten en dieren in het wild steeds sterker wordt beïnvloed door menselijke activiteiten en klimaatverandering, worden analyses van museumcollecties steeds belangrijker, concluderen de auteurs: die zouden in de toekomst als referentiepunt kunnen dienen.