Recensie

Recensie

Tweefrontenstrijd in de geliefde stadstuin

Boek | Wildernis-vernis Ook stukjes van het Vondelpark moeten verwilderen. Maar volgens filosoof Norbert Peeters is dit slechts een nieuwe vorm van tuinieren.

De Schapenweide met ooievaars in het Vondelpark.
De Schapenweide met ooievaars in het Vondelpark. Foto Co de Kruijf/HH

Bijna het hele Vondelpark is toegankelijk voor de sportende, fietsende, luierende of terrashangende mens. Maar niet helemaal: twee stukjes worden omgeven door sloten en hekken met het blauwe bordje dat de toegang verbiedt aan onbevoegden. Het zijn de Schapenweide en de Koeienweide, waar ooievaars nestelen en wilde bijen rond wilde bloemen zoemen. Hier is, midden in de stad, ongerepte natuur te aanschouwen, zo lijkt het.

Botanisch filosoof Norbert Peeters heeft het Vondelpark en speciaal deze weides uitgekozen als onderwerp van een kritisch betoog over wildernis: het deze zomer verschenen Wildernis-vernis – Een filosoof in het Vondelpark. Daarvoor duikt hij in de geschiedenis van het Vondelpark en van tuinen en parken in het algemeen. Hij gaat ook op „natuurexpeditie”, op zoek naar de wilderniservaring midden in het stadspark.

Bomen op palen

Maar wat is wildernis? De gangbaarste interpretatie is natuur die niet door de mens wordt beïnvloed. Aan de hand van de Amerikaanse filosoof Henry David Thoreau, de schrijver van het beroemde boek Walden, komt Peeters met een andere uitleg. Wildheid is het oncontroleerbare, het onvoorspelbare, onberekenbare, alles wat zich onttrekt aan de beheersingsdrang van de mens. En dat kan net zo goed menselijk gedrag zijn. Met die blik blijkt het Vondelpark het middelpunt te zijn van een „tweefrontenstrijd”, een constructie die steeds beschermd moet worden tegen onstuimige krachten van mens én natuur.

De natuur manifesteert zich vooral in de zompige ondergrond van het park. Die zompigheid is een van de grootste bedreigingen voor de huidige toestand. Het Vondelpark is „ontworsteld aan het moeras”, zo citeert Peeters de natuurliefhebbers Eli Heimans en Jacobus Thijsse uit hun boekje In het Vondelpark (1901). Het grondwater moet steeds op het juiste peil worden gehouden om te voorkomen dat het park onder loopt. Bomen kunnen moeilijk wortelen. Tegenwoordig worden ze op een vlonder geplaatst die rust op houten palen om verzakking en omvallen te voorkomen. Niet alleen de Amsterdamse huizen, ook de bomen zijn nu gefundeerd op palen.

Fly KLM, visit Amsterdam, sleep in the Vondelpark

Advertentie van KLM in Amerikaanse kranten

En de mens manifesteert zich eveneens telkens als een verwilderd element. Nadat de Damslapers in de jaren 70 uit het centrum waren verdreven, werd het Vondelpark de ideale overnachtingsplek voor vrijbuitende jongeren. De KLM adverteerde er zelfs mee in Amerikaanse kranten: „Fly KLM, visit Amsterdam, sleep in the Vondelpark”. Volgens The New York Times sliepen er op een gegeven moment tweeduizend mensen in het park. Dat werd in 1975 verboden.

Onbekende insecten

In het park moet de wildernis dus vooral teruggedrongen worden. Maar wildernis wordt ook gekoesterd: het nieuwe natuurideaal dat op beperkte schaal in het park tot uiting komt. En wel op die twee weides waar eerst dieren rondliepen. Op de Koeienweide graasden tot 2001 lakenvelders. Ruim tien jaar geleden zijn deze gebieden afgesloten en ze maken de indruk van ongerepte natuur. Peeters, die eerder het mooie boek Botanische revolutie schreef, betrad ze tijdens een expeditie, op zoek naar onbekende insectensoorten, die ook werden gevonden. De bezoekers, ook Peeters, zijn onder de indruk. „De oude graasweide is veranderd in een wilde weide, gevuld met planten die zich hier spontaan hebben gevestigd.”

Maar als hij er, met behulp van de Franse filosoof Jacques Rousseau, verder over nadenkt, beseft hij dat de weides een imitatie zijn van de natuur. Die wildheid op die paar hectaren is tot stand gekomen door maaien, zaaien, hooien, graven en scheuren. Anders was het vooral gras geweest.

Lees ook: Darwin in het Vondelpark

Verwildering of herwildering is een van de nieuwe trends in het natuurbeheer. En die lijkt ook Peeters heel aanlokkelijk. Hij zet er ook grote vraagtekens bij. Want in feite gaat dat ideaal uit van het oude idee van de tegenstelling van cultuur en natuur. Echte natuur is in die visie de plek waar mensen geen enkele inmenging plegen.

Het idee dat ‘cultuur’ en ‘natuur’ tegenover elkaar staan, heeft diepe wortels in het westerse denken, schrijft Peeters. Dat denken ontleedt hij in een geschiedenis van diverse manieren waarop tuinen zijn aangelegd. In de zogeheten Franse tuinstijl domineren kaarsrechte lanen met geschoren hagen en staan in de perken alle planten in het gelid. Die stijl was geliefd bij absolute vorsten. In de tuinen van Versailles, maar ook die van Het Loo is te zien wat het idee was. Hier heerste de cultuur over de natuur.

Daarop volgde de Engelse tuinstijl, een imitatielandschap met allerlei lieflijke elementen zoals een theehuis, een heuvel, waterpartijen, hoge bomen. In optimale uitvoering geeft zo’n tuin de indruk van een eindeloos landschap. Dat is de vorm waarin het Vondelpark is gegoten in de negentiende eeuw en die het grotendeels nog heeft. Natuur en cultuur gingen hier schijnbaar harmonieus samen. Maar dat was schijn.

De opzettelijke verwildering van de Koeien- en Schapenweide is een nieuwe fase. Van veel kenmerken van de Engelse tuin is afscheid genomen, zoals van het gebruik van exotische struiken en bomen. Maar van echte wildernis is ook hier geen sprake.

Illusie

De verwilderingstrend is volgens Peeters vooral een illusie. Het is doen alsof de mens niet ingrijpt terwijl dit wel gebeurt. Hij heeft een punt. In Nederland wordt regelmatig fel gediscussieerd over bijvoorbeeld de grote grazers in de Amsterdamses Waterleidingduinen of de Oostvaardersplassen. Moet de ‘natuur’ op die plekken zijn gang gaan, of moet de mens ingrijpen? Peeters brandt zich niet aan deze hete aardappelen. Duidelijk is dat de vraag volgens hem met een verkeerd uitgangspunt begint. Het is beter te erkennen dat die wildernis slechts een laagje vernis is. „De herwilderaar is een tuinkunstenaar die met tal van machinaties een wildernistuin aanlegt zonder zelf door te hebben dat hij tuiniert.”

Lees ook dit essay: Wat is natuur nog in dit land?

Zo heeft Peeters het idee van een ongerepte wildernis opgegeven, in ruil voor een realistischer visie op de positie van de natuur. Dat is een duidelijke stellingname, maar ook onder filosofen een omstreden mening. In haar boek Het wilde deel van de wereld houdt de Franse filosoof Virginie Maris juist een gedreven pleidooi voor het behoud van de wildernis. Of het Vondelpark daarvoor de aangewezen locatie is, is een tweede.

Peeters heeft met zijn essay het park in een brede discussie geplaatst, die nu eens niet gaat om de bezoekersaantallen, het afval of de altijd lastige verhouding tussen fietsers en wandelaars. Met een aantrekkelijke combinatie van reportage, geschiedenis en filosofie heeft hij een boeiend boek gemaakt over een geliefd deel van Amsterdam waar geëxperimenteerd wordt met cultuur en natuur.

Lees ook het interview met Norbert Peeters: Het Vondelpark – ‘Gezond parkgenot in ziekelijk stadsbestaan’

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.