OM onderzoekt discriminatie Gomarus

Reformatorische school De onderwijsinspectie deed aangifte tegen Gomarus, omdat de school ouders zou informeren over homoseksuele relaties.

De reformatorische scholengemeenschap Gomarus in Gorinchem.
De reformatorische scholengemeenschap Gomarus in Gorinchem. Foto Merlin Daleman

Het Openbaar Ministerie is een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar de reformatorische scholengemeenschap Gomarus in Gorinchem. De aanleiding is een aangifte van de Inspectie van het Onderwijs om discriminatie van homoseksuele leerlingen, en in april deed een burger al aangifte. Homoseksuele leerlingen worden volgens de inspectie op de school niet hetzelfde behandeld als hetero’s. De inspectie vermoedde een strafbaar feit en wilde dat het Openbaar Ministerie en de politie zich erover zouden buigen.

De aangifte draait om een beleidsnotitie van de school, die de inspectie in handen kreeg tijdens een recent onderzoek. In die notitie staat dat als „een leerling binnen de school blijk geeft van een homoseksuele relatie met een andere leerling”, de Gomarus de ouders informeert. Volgens de inspectie is het geen beleid dat ouders van heteroseksuele leerlingen geïnformeerd worden. Ook wordt in de aangifte melding gemaakt van de opsluiting van een leerling in 2016.

Lees ook het verhaal over de Gomarus: ‘School duwt kinderen ongevraagd uit de kast’

De inspectie deed de aangifte op 8 september, schrijft demissionair minister Arie Slob (voor Basis- en Voorgezet Onderwijs, ChristenUnie) vrijdag aan de Tweede Kamer. Dat was een dag nadat de rechter had geoordeeld dat het inspectierapport gepubliceerd kon worden. De Gomarus had de zaak aangespannen omdat ze zich niet in passages kon vinden. De school stelt dat de beleidsnotitie over homoseksualiteit in de praktijk niet werd toegepast.

Zonde

NRC onthulde in maart dat drie toenmalige leerlingen in 2016 bij de zorgcoördinator zijn geroepen, in het bijzijn van een mentor of vertrouwenspersoon. De meisjes werd afzonderlijk van elkaar gevraagd of zijzelf hun ouders wilden vertellen dat ze op meisjes vielen, of dat school dat zou doen. De ouders bleken al in de school aanwezig te zijn.

Bij twee van hen draaide de zorgcoördinator de deur in het slot. Vervolgens heeft de school de ouders verteld dat hun dochters op meisjes vielen. Geen van hen was daar al van op de hoogte. De meisjes kwamen uit gelovige, christelijke gezinnen waarin homoseksualiteit wordt gezien als een zonde.

De school is met een van de meisjes later een financiële vergoeding overeengekomen, op voorwaarde dat ze daarover zou zwijgen. De inspectie stelt dat de vergoeding plus de juridische kosten die de school vergoedde – 2.500 euro in totaal – mogelijk onrechtmatig besteed zijn, omdat het budget bestemd was voor onderwijs.

In het artikel in NRC vertelden oud-leerlingen over hoe het was om gay te zijn op de school. Ze werden vrijwel allen uitgescholden en gepest. Docenten maakten regelmatig negatieve opmerkingen over homoseksualiteit. Twee lesboeken beschreven homoseksualiteit als iets dat je kan veranderen, dat heeft de school na publicatie laten aanpassen.

Minister Slob spreekt in de brief zijn bewondering uit voor de oud-leerlingen die zich uitspraken, hij ontmoette een aantal van hen. Hun openheid helpt volgens hem „om te voorkomen dat andere leerlingen in de toekomst iets vergelijkbaars mee moeten maken”. Hij noemt de bevindingen van de inspectie „ernstig en zorgwekkend”.

De inspectie zegt altijd aangifte te doen bij een redelijk vermoeden van een strafbaar feit, „ik denk één of twee keer per jaar”. Of de inspectie eerder aangifte deed om discriminatie, is niet bekend.