Opinie

Speculatie zonder weegschaal

Column Wetenschap belandt vaak kritiekloos in het nieuws, ziet Cecile Janssens. Vaak is nieuws niet wat het lijkt.

Cecile Janssens

‘Minder werk in het huishouden kan leiden tot gewichtsproblemen bij vrouwen.’ Met dit nieuwsbericht open ik al acht jaar mijn cursus kritisch denken. De studie naar tijdsbesteding aan het huishouden was destijds alom in het nieuws. Zelfs Medscape, een betrouwbare bron van nieuws en medische informatie voor artsen, kopte ‘Historische afname in huishoudelijk werk draagt bij aan obesitas bij vrouwen.’

De belangstelling voor deze studie was de aanleiding om de cursus op te zetten. Ik was onthutst dat zoveel vooraanstaande nieuwsmedia zo kritiekloos over het onderzoek schreven. Hun verhalen klinken zo aannemelijk: vrouwen besteedden sinds 1965, de start van het onderzoek, minder tijd aan het huishouden en dat heeft bijgedragen aan de toename in obesitas. Aannemelijk, wellicht, maar die conclusie volgde niet uit het onderzoek, en geen enkele journalist prikte daar doorheen.

Het verbaast mij nog steeds hoe makkelijk mensen, journalisten incluis, aannemen dat wetenschap wel zal kloppen. Waarom is dat zo? Is het ontzag voor de wetenschap? Is het de verwachting dat wetenschap vast te ingewikkeld is om als leek te kunnen begrijpen? Er is veel ingewikkelde wetenschap, maar onderzoeken als de huishoudstudie vallen daar niet onder, die zijn best te begrijpen. En dat leert de cursus.

Vorige week introduceerde ik het nieuwsbericht aan een nieuwe groep van dertig bachelorstudenten met de vraag: wat voor studie zit er achter het nieuws? De studenten zijn eerste tot en met vierdejaars van uiteenlopende studierichtingen, van gezondheidswetenschappen tot Joodse studies en dans. Slechts twee studenten hebben een cursus epidemiologie gevolgd.

Aan het begin van de cursus weten de meeste studenten nog geen raad met deze vraag. Ze hebben nog geen idee hoe wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt. Daarom geef ik een voorzet van wat je je zoal af kunt vragen. Wie zijn de deelnemers? Hoe lang duurt het onderzoek? Welke gegevens worden verzameld? Maar ook: hoe weten de onderzoekers dat juist de afname van huishoudelijke taken tot obesitas leiden?

Aan de hand van deze vragen schetsen we het onderzoek. Bij een conclusie dat minder tijd in het huishouden kan leiden tot gewichtsproblemen past een langlopend cohortonderzoek, waarin een groep vrouwen elke paar jaar gevraagd wordt om een week lang bij te houden hoe ze hun tijd besteden en om zichzelf te wegen. Met die gegevens kun je onderzoeken of een verandering in tijdsbesteding samenhangt met een verandering in gewicht. Of je dan kunt concluderen dat minder huishouden „kan leiden” tot obesitas, hangt af of je alternatieve verklaringen hebt kunnen uitsluiten: wie korter in de keuken staat eet wellicht vaker kant- en klaarmaaltijden – wat is dan de boosdoener?

Maar het onderzoek was geen cohortstudie. De gegevens kwamen uit een Amerikaanse dagboekstudie waarin van 1965 tot 2010 elke vijf jaar een nieuwe groep vrouwen een dagboek bijhield met hun tijdsbesteding. Uit deze dagboeken bleek dat vrouwen over deze periode van 45 jaar steeds minder tijd besteedden aan het huishouden en steeds meer tijd zittend doorbrachten achter de televisie of computer. Dat was het. Er kwam in het hele onderzoek geen weegschaal aan te pas.

De link tussen huishouden en obesitas was niet onderzocht. Het was speculatie, een suggestie. Want obesitas was in diezelfde periode toegenomen. Dat ook in diezelfde periode vrouwen massaal buitenshuis zijn gaan werken en hun energie elders verbranden was buiten beschouwing gelaten. Ook de rol van voeding was niet onderzocht. En die van frisdrank evenmin. Het onderzoek was gefinancieerd door Coca Cola.

Dit voorbeeld is extreem, maar geen uitzondering. In de komende weken zullen we in de cursus de wetenschap achter actuele nieuwsberichten bespreken, en aan voorbeelden verwacht ik ook dit keer geen gebrek. Waarom niet? Omdat nieuwsberichten vaak sterk leunen op de persberichten van de universiteiten en onderzoeksinstituten, en die belichten vooral wat een onderzoek zo bijzonder en nieuwswaardig maakt. Voor kritische kanttekeningen is daarin geen plaats.

En daar gaat het mis. Die kanttekeningen zijn essentieel. De conclusie valt of staat met hoe het onderzoek is opgezet. Dat vitamine D-supplementen niet helpen tegen depressie vind ik weinig verrassend als ik lees dat 90 procent van de deelnemers geen vitamine D-tekort had.

En dat het aantal push-ups dat iemand achter elkaar kan uitvoeren het risico op hart- en vaatziekten zou kunnen voorspellen vind ik bijzonder onaannemelijk als ik lees dat de deelnemers, fitte brandweermannen, moesten opdrukken in een tempo van tachtig keer per minuut en ze al afvielen als ze drie metronoomslagen misten. Zulke details plaatsen de conclusies in een ander daglicht.

Mijn studenten kunnen aan het eind van de cursus geen nieuwsartikel meer lezen zonder vragen te stellen. Ze weten dan dat veel nieuws niet is wat het lijkt en dat ze in staat zijn om het uit te zoeken wat er achter zit. Ik voel me bevoorrecht dat ik ze dat mag bijbrengen.

Cecile Janssens is hoogleraar translationele epidemiologie aan Emory University in Atlanta.