Foto Werry Crone/ANP

Interview

Kees van Kooten: ‘Ik ben een vrij duf type geworden’

Kees van Kooten In De tachtigjarige vrede bundelde Kees van Kooten een selectie uit eigen werk. Grappen schieten hem niet vaak meer te binnen, wel anagrammen. „Vanmorgen was ik druk met Wopke Hoekstra.”

Op 10 augustus 2021 staat Kees van Kooten bovenaan de lijst trending topics op Twitter. In de hitlijst van de sociaalnetwerksite verslaat hij ondernemer Sywert van Lienden en ook nog de Formule 1. Fans feliciteren Van Kooten die zomerdag massaal met zijn tachtigste verjaardag. De man die met zijn boezemvriend Wim de Bie (82) bijna veertig jaar lang satirische radio- en televisieprogramma’s maakte, blijkt nog niet vergeten. Ruim 23 jaar geleden, op zondagavond 22 maart 1998, stopte het duo met televisiewerk. De uitgeputte Van Kooten wilde zijn „hoofd opruimen”. Maar nog steeds halen zijn bewonderaars wellustig herinneringen op aan de oprichter van Het Simplisties Verbond. Het doet de oude Van Kooten deugd.

„Heerlijk. Fijn”, jubelt hij ingetogen.

Op advies van zijn huisarts – „ik zit in de allerhoogste risicogroep” – wordt het interview per Zoom gehouden. Dat hoeft de kwaliteit van het vraaggesprek in geen enkel opzicht te schaden, verzekert hij vooraf per e-mail de journalist, die vergeefs aandringt op een ouderwets, lijfelijk onderhoud. Van Kooten belooft zelfs een „spetterende” gedachtewisseling. „Ik heb vijftig jaar lang voor de camera’s gestaan en weet mij nergens anders zo lekker, losjes, energiek en scherp”.

Zijn haar is wit, zijn T-shirt grijs en hij ziet er enigszins broos uit. Buiten beeld luistert zijn echtgenote Barbara Kits mee. Je hoort haar soms liefdevol souffleren. Een enkele keer staat Van Kooten op en loopt met de laptop door zijn Amsterdamse woning om via de computercamera te laten zien dat hij bezig is met een grote opruiming in zijn werkkamer. „Tachtig zet je wel aan het denken. Hier staan nog een kleine duizend boeken en ik weet zeker dat ik er geen negenhonderd meer van zal lezen. Ik wil een selectie maken want de tijd is beperkt. Je wilt de boel fatsoenlijk nalaten voor de kinderen”.

De overtollige boeken brengt Van Kooten naar een nabijgelegen antiquariaat en de kringloopwinkel.

Hoe gaat het met u?

„Heel goed. Stralend. We zijn ontsnapt. Barbara had even corona maar dat is geweken. Ik heb voor het eerst sinds ons huwelijk in 1968 in de logeerkamer moeten slapen. Ik hou me streng aan de regels en voel me verder goed. Het is schoon in het hoofd. Het is een hele rare tijd en ik durf ook niet te zeggen dat we er nu van af zijn. Het is allemaal zo onzeker wat er nu wel en niet mag.”

Heeft de coronatijd ons diepere inzichten gebracht?

„Misschien, als we achteraf de rekensom maken, concluderen we dat de pandemie mensen dichter bij elkaar heeft gebracht. Maar de scheiding der geesten met de afdeling gekken is ook groter geworden. Ik las vanochtend dat de Braziliaanse president Jair Bolsonaro zegt dat als hij de presidentsverkiezingen van volgend jaar mocht verliezen, dit het resultaat moet zijn van fraude. Dat is ook een nieuwe variant in de brutaliteit. En dat een dansleraar het in deze tijd bij sommige mensen wint van erkende epidemiologen is nogal raar. Tegelijkertijd viel me op dat de mensen die dankbaar zijn dat ze geen corona hebben gekregen, een nieuwe vorm van hartelijkheid naar elkaar uitstralen. Bij het testen bij de RAI en ook toen we de prik kregen in Badhoevedorp zag ik een heel aangename, opvallende beleefdheid van mensen onderling. Dat werkt heel goed met die gezamenlijke vijand.”

Bent u goed hersteld van het hartinfarct in 2014 en de beroerte die u twee jaar geleden trof?

„Ik heb na die hartaanval vijf bypasses gekregen en toen ging het snel weer goed. Die TIA werkt kruislings. Rechts was die TIA en sindsdien komen links de signalen niet meer compleet door. Dus af en toe gooi ik wel wat om. Ik moet goed uitkijken als ik van de stoep afstap om de hoogte juist in te schatten. Maar dat hoort allemaal bij de gezegende leeftijd van tachtig jaar.”

Bij die bijzondere leeftijd hoort ook een nieuw boek: De tachtigjarige vrede. Het is een geïllustreerde bundeling van een door Van Kooten gemaakte selectie uit de 27 werken die hij de afgelopen 52 jaar publiceerde bij De Bezige Bij. Hij heeft de verhalen „enigermate” herschreven. „Een eigenwijsheid waar ik, gelet en pochend op mijn leeftijd, recht op meen te hebben”, schrijft hij in het voorwoord.

In het eerste verhaal reconstrueert Van Kooten zijn geboortedag. Een dag nadat hij, tijdens de oorlog, als zondagskind in de RK verloskundige inrichting Bethlehem te Den Haag ter wereld was gekomen, plaatsen zijn ouders een advertentie in de Haagsche Courant. Ze spreken de hoop uit dat Kees „een echte Hollandsche jongen zal worden”.

Was die annonce een subtiele verzetsdaad?

„Jazeker. Mijn vader hoopte dat de Duitsers snel zouden opsodemieteren en dat we weer gewoon in Holland zouden wonen. Kees is natuurlijk ook een lekkere Hollandse naam. Daar komen er niet zo veel meer van bij.”

Is Kees van Kooten een echte Hollandse kerel geworden?

„Ik voel me een Hollandse jongen van tachtig.”

Het wensen van een echte Hollandse jongen zou nu waarschijnlijk niet meer bij iedereen goed vallen?

„Nu zou onmiddellijk worden aangevoerd dat het racistisch is. Want waarom geen Surinaamse jongen en heeft een Hollandse jongen een tintje of niet? Het is allemaal zo complex geworden, er zijn zo veel compartimentjes in ons bestaan.”

Met dergelijke gevoeligheden hield Van Kooten ook rekening bij het samenstellen van zijn verzamelbundel. Hij heeft teksten weggelaten omdat hij ze bij nadere beschouwing „te ijdel” vond of omdat de oorspronkelijke tekst werd „gekenmerkt door een meesmuilend en homofoob toontje”, zoals hij in een voetnoot schrijft.

In het verhaal ‘Schrijver worden’ – niet opgenomen in het boek – schrijft u: „mijn ouders waren bang dat ik homoseksualiteit had, wat er toen net een beetje inkwam”. Kan zo’n grap nog?

„Nou, die is zo dik en zo dom dat die nu weer wel kan. En dan zullen er altijd van de tien mensen nog drie zijn die hem niet begrijpen en woedend worden maar die gaan dan maar lekker hand in hand in het park wandelen.”

Men is bezig te ontdekken wat een goede Nederlander is, vrij van smetten, maar in die zoektocht verdwalen we een beetje

Zou het racisme van jullie personages Jacobse en Van Es of het seksisme van de Vieze Man in de huidige politiek correcte tijden ook nog kunnen?

„Het is gek dat het nog geen ministerspost is: een bewindsman voor cultuurkritiek, met ambtenaren die alle discriminatoire uitingen in kaart brengen. Het is zeker moeilijker geworden voor humoristen. Zeker. Niet tegenover de weldenkende mensen, die kunnen de knipoog wel plaatsen, maar bij de grote, volgende massa staat de zaak snel op zijn achterste benen. Er heerst algehele nervositeit en opwinding. We zijn heel erg kritisch op elkaar geworden. Vriendschappen kunnen er op vast lopen: ‘nee wat je toen hebt gezegd…’ (zucht). Men is bezig te ontdekken wat een goede Nederlander is, vrij van smetten, maar in die zoektocht verdwalen we een beetje.”

Vorige maand werd bekend dat uw collega John Cleese een documentaire maakt over cancel culture en de nieuwe woke generatie. Verheugt u zich daarop?

„Laten we hopen dat hij zelf commentaar zal leveren want dat is heerlijk. Hij heeft een autoriteit die vanzelf spreekt en geestig is. Hij is zo geloofwaardig in zijn verongelijktheid dat ik er erg naar uitzie.”

Uit De tachtigjarige vrede blijkt vooral hoe autobiografisch zijn werk is. Van Kooten is het naar eigen zeggen nooit gelukt „zomaar verhalen uit het niets te schrijven”, zoals hij het noemt in zijn boek Koot graaft zich autobio.

Hoe is het om eigen werk te herlezen?

„Ik zal je iets heel intiems vertellen. Er waren verhalen die ik na een lange tijd weer las en waar ik zelf bij in de lach schoot. Dat is de grootste beloning. En dan ontdekte ik in de oorspronkelijke grap nog een hoekje waardoor het na een ingreep nog leuker werd.”

Wat is het recept van een goede grap?

„Het is een uitvergroting van de werkelijkheid die geloofwaardig moet blijven. Een theorie over komisch schrijven is: hoe groter de mislukking, hoe leuker de lezer het vindt. Je probeert een prettige variëteit aan vormen van humor te leveren: de ironische stijl, de slapstick, de meewarige stijl.”

Bij voorkeur laat Van Kooten zijn echtgenote, zijn kinderen Kim en Kasper, de drie kleinkinderen en ouders en schoonouders in zijn vertelsels figureren. „Ik ben een family man. Ik hou zo veel van mijn naaste familieleden dat ik graag monumentjes voor ze opricht. Hoe klein dan ook. Ik wil de opgroeiselen van kinderen bewaren. Dat ze zien hoeveel we van ze hielden en dat we ons geamuseerd hebben. Ik wil de familie kloekerig bij elkaar houden.”

Het is opvallend dat u nooit een verhaal heeft geschreven over Wim de Bie.

„Ik noem hem in het boek mijn ultieme geestverwant, beter kan ik het niet uitdrukken. Wim is zo bescheiden, die zou dat liever niet hebben als ik over hem een verhaal zou schrijven. Te klef, zou hij zeggen. Ik wil het televisiewerk en mijn schrijven ook gescheiden houden. Wim is altijd een Hagenaar gebleven en hij is teruggekeerd naar Den Haag. Af en toe ga ik netjes bij hem op visite. Heel gezellig.”

Wat doet een gepensioneerde komiek als hem een goede grap te binnen schiet?

„Mij schieten die grappen niet te binnen. Ik probeer ze wel te maken. Ik mag graag heel dom doen of een theemuts opzetten, als we die zouden hebben. Maar verder ben ik een vrij duf type geworden. Ik ben nu bezig mijn kleindochter Puck schaken te leren. Dat is natuurlijk veel leuker dan weer een verhaal schrijven.

„Wat ik wel graag doe, is het maken van anagrammen. Omdat we machteloos staan tegenover het gestumper in Den Haag ben ik altijd heel tevreden als ik mijn ergernis kan uiten over een politicus in het nieuws via een anagram. Het anagram van Mark Rutte – met zijn verwijfde gebaartjes en zijn valse lach en zijn wijzen in het publiek naar niemand – is: ‘Kamertrut’. Een trut is volgens Van Dale een vrouw die haar taken verwaarloost en de kamer niet opruimt. Vanmorgen was ik druk met Wopke Hoekstra, met zijn ijdele kickboksen en zijn weerzinwekkende en-nu-doorpakken-schaatstocht tijdens de verkiezingscampagne. Zijn anagram blijkt: ‘Ha Woke Protske’. Omdat prots smakeloze, ijdele trots is.”

Twee dagen later belt Van Kooten nog desgevraagd een anagram van Sigrid Kaag door: ‘Ik dis graag’. „Dissen is bekvechten in straattaal.”

Kunnen we bij uw honderdste verjaardag een boek met honderd verhalen verwachten?

„Nee, dit is eenmalig. Tachtig heeft, ik wil niet zeggen iets magisch, dan toch wel iets mijlpalerigs. Als er vroeger iemand een beetje scheef liep of een beetje kortademig boven kwam na het beklimmen van de trap, werd er gezegd: je lijkt wel tachtig! Tachtig is een grens, die ik met dit boek hopelijk correct hebt geschetst. Met negentig doe ik niets meer.”

Zijn de vier belendende grafplekken die Barbara en u samen met jullie vrienden Remco Campert en Deborah Wolf al tien jaar geleden hebben uitgekozen op begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam nog steeds gereserveerd?

„Ja, gelukkig wel. Veilig gevoel. Remco woont hier in de buurt en is nu 92. En hij heeft al een paar keer gezegd: ‘ik kan niet wachten’. Barbara en Deborah bezoeken onze plek af en toe om te zien of alles er nog goed bij ligt. De ruimte is bijna afbetaald. Alles is dik voor mekaar. Gezellig.”

Van Kooten schiet in de lach. „Soms ga ik ’s nachts om twaalf uur wel eens op die plek zitten en dan probeer ik een gedichtje te schrijven voor Remco. Maar niet heus. Kijk, nu ga ik er in mijn tachtigjarige arrogantie al vanuit dat Remco eerder overlijdt dan ik omdat hij 92 is. Maar dat zegt gelukkig ook helemaal niks meer tegenwoordig.”