Kaag kan de formatie nu naar zich toetrekken

Formatie Een ‘moreel herrezen’ Kaag is voor D66 nu een belangrijke troef. Voor de VVD zijn nieuwe verkiezingen nu minder aantrekkelijk.

Sigrid Kaag (D66) stap op als demissionair minister van Buitenlandse Zaken.
Sigrid Kaag (D66) stap op als demissionair minister van Buitenlandse Zaken. Foto David van Dam

Er waren de afgelopen weken VVD’ers die nieuwe verkiezingen helemaal geen gek idee vonden – de peilingen zijn gunstig voor Mark Rutte. Maar vinden ze dat nu nog?

Het idee dat Rutte in een campagne steeds maar weer zal moeten uitleggen waarom hij níet aftrad na een motie van afkeuring tegen hem in april dit jaar, zoals Sigrid Kaag donderdag wél deed, is voor de VVD helemaal niet aantrekkelijk. Rutte zal er te veel woorden voor nodig hebben. Het beeld van plucheplakker zal hem zo goed als zeker achtervolgen.

Lees ook: Is Ruttes ‘stinkende best’ nog goed genoeg?

Het aftreden van Kaag verandert de krachtsverhoudingen tussen haar en Rutte in de formatie. Het zal Rutte niet helpen dat het CDA ook een ingewikkeld verhaal heeft: minister van Defensie Ank Bijleveld, tegen wie ook een motie van afkeuring werd aangenomen, dacht eerst nog dat ze kon aanblijven als minister. Net als Rutte in het voorjaar. Vrijdagmiddag stapte ze alsnog op, omdat „aanblijven discussie oplevert” en haar werk in de weg zit. Kaag onderscheidt zich zo nóg duidelijker van de rest.

En Kaag zal daardoor, lijkt het, met haar verhaal over nieuw leiderschap en een andere bestuurscultuur, alleen maar méér gaan schitteren. Zo kon je Rutte donderdag al meteen na Kaags aftreden erg zijn best zien doen om geen fouten te maken. Ze hadden eerst samen koffie gedronken, daarna zou Kaag de journalisten te woord staan. Rutte vond het geen leuke verrassing toen er ook journalisten stonden bij de uitgang die híj nam: „Staan jullie hier ook al?” Nee, hij kon nog niets zeggen.

Ná Kaag wel. En op een manier die collega’s in het kabinet goed van hem kennen: door er flink wat scheppen bovenop te doen. Haar aftreden was „echt verschrikkelijk” en Kaag was „een grote mevrouw” die volgens hem „een wereldwijd gerespecteerde, vooraanstaande minister van Buitenlandse Zaken” was. Het was dus voor Nederland „een groot verlies”.

Lees ook: Sigrid Kaag houdt woord en treedt af als minister

Kaag had Rutte in april nog de les gelezen omdat hij niet was afgetreden na de motie van afkeuring

Als Kaag donderdag wél was gebleven, was haar positie zo goed als zeker flink verzwakt in de gesprekken over een nieuw kabinet. Zíj had Rutte in april nog de les gelezen omdat hij niet was afgetreden na de motie van afkeuring. Ze kwam niet sterk over als verantwoordelijk minister voor de evacuatie uit Kabul. En ook in de formatie ging het tot nu toe niet heel goed met de D66-leider: ze duwde op een onhandig moment de ChristenUnie van tafel, ze kwam in haar HJ Schoo-lezing met een uithaal naar Rutte die nogal hard en on-Haags overkwam, en waarover ze later deed alsof ze niets bijzonders had gezegd.

Partijpolitiek mijnenveld

Politici die slim te werk gaan en weten te overleven in het partijpolitieke mijnenveld, daar is in Den Haag doorgaans bewondering voor. Politici die zich principieel of kwetsbaar opstellen, gelden al snel als naïef. Zoals GroenLinks-leider Jesse Klaver twee jaar geleden, toen hij in de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag beloofde om geen ‘scorebordpolitiek’ meer te zullen bedrijven. Daar hoorde je al snel niets meer over. Zo leek het ook te gaan met Kaags ‘nieuwe leiderschap’. Maar na donderdag ziet het er voor haar helemaal anders uit: al kon ze weinig anders, ze heeft met haar aftreden wel laten zien dat ‘ze doet wat ze zegt’, en ze lijkt ook meteen de toon te hebben gezet. Bijleveld kon vrijdag niet achterblijven.

Bijleveld speelde een veel grotere rol in het Afghanistan-debacle. Kaag werd eind mei pas minister van Buitenlandse Zaken, erfde veel van de problemen die er toen al waren bij de evacuatie van Afghaanse tolken van haar VVD-voorganger Stef Blok. In het debat woensdag onthulde Rutte dat het Kaag was geweest die had voorgesteld om de evacuatielijst langer te maken dan het kabinet van plan was geweest. CDA en VVD waren altijd harder geweest, als je al te ruimhartig was kon dat ‘aanzuigend’ werken.

Lees ook: Kabinet schuttert in beladen Afghanistan-debat

In het debat over Afghanistan, de dag voor Kaags aftreden, leek Rutte alweer begonnen om de omgang tussen Kaag en hem weer goed te krijgen. Kaag maakte de indruk dat ze dat waardeerde. Of dat ook goed nieuws is voor de formatie – dit weekend komen de leiders van VVD, D66 en CDA bij elkaar op een landgoed in Hilversum – is lang niet zeker. De krachtsverhoudingen kunnen flink zijn veranderd als D66 het idee heeft dat ze het ook op verkiezingen aan kunnen laten komen, met een moreel herrezen Kaag als troef.

Informateur Johan Remkes werkt aan een minderheidskabinet, waar D66 weinig in ziet. Kaag kan zich nog zelfbewuster opstellen dan ze de afgelopen weken al deed en bij anderen de indruk wekken dat ze haar dansjes op tafel al aan het oefenen is.

Nog grotere chaos bij CDA

En dan is er ook nog het CDA, waar de voortdurende chaos alleen nog maar groter lijkt te worden – nu Pieter Omtzigt voor zichzelf is begonnen en Ank Bijleveld ten onder is gegaan. Tot nu toe leek de onrust Hoekstra’s opstelling in de formatie nauwelijks te beïnvloeden: volgens betrokkenen kwam het vooral door hem, en veel minder door Rutte dat GroenLinks en PvdA niet samen aan de onderhandelingstafel werden toegelaten. Maar kan hij dat volhouden als nieuwe verkiezingen écht dichtbij komen? Als die voor één partij rampzalig kunnen uitpakken, is het wel het CDA – geen andere partij staat er in de peilingen zo slecht voor.

Ook als Hoekstra zich klein maakt is de vraag: wil D66 nog wel in een kabinet met de partij die de motie van afkeuring tegen Kaag indiende, de PvdA, en een partij die de motie steunde, GroenLinks? Is er nog een rol denkbaar voor de ChristenUnie, die Kaag had kunnen redden maar het niet deed? Bij die partijen is er nu ongemak: ze wilden dat het ging om de ellende van de mensen die niet op tijd konden wegkomen uit Afghanistan. Het ging ze ook vooral om Bijleveld, veel minder om Kaag.

Een zwaar inhoudelijk debat, een Tweede Kamer die scherp is en volhoudt, coalitiepartners die kritisch zijn over elkaar en elkaar niet krampachtig vasthouden, ministers die opstappen na falend beleid: het klinkt bijna als de nieuwe bestuurscultuur waarover het al sinds de verkiezingen gaat. Maar nu zit iedereen wel met een knoop in z’n maag.