Islam in Indonesië: even een hoofddoek op voor de foto

Indonesië Islamitische Indonesiërs worden conservatiever, maar sterke geëmancipeerde vrouwen gaan er lijnrecht tegenin, schrijft in haar laatste artikel als NRC-correspondent Zuidoost-Azïë.

Gesluierde scholieren op Bali.

Gesluierde scholieren op Bali.

Rio Helmi/Getty

Op de universiteit waar ze lesgeeft, voelt ze zich „een kikker in een vijver vol vissen”. Ifa Hanifa Misbach kan de vrouwelijke docenten die net als zij ervoor kiezen om geen hoofddoek te dragen, op één hand tellen. In de gang krijgt ze vaak misprijzende blikken toegeworpen, van zowel mannen als vrouwen. „Dat was precies omgekeerd in de tijd dat ik zelf colleges volgde. Toen werden degenen mét hoofddoek raar aangekeken. Het contrast is zo groot en die verandering is zo snel gegaan.”

Annemarie Kas, correspondent Zuidoost-Azië 2017-2021

Misbach is psycholoog en docent in de Indonesische studentenstad Bandung. En ze komt op voor het recht van moslimmeisjes en jonge vrouwen om geen jilbab, hoofddoek, te dragen. „Ik wil niet dat Indonesië in een soort Afghanistan verandert.” Ze interviewde tientallen meisjes over de druk die ze ervaren als ze zonder hoofddoek naar buiten gaan: „Meisjes van tien, elf jaar worden gepest en krijgen te horen dat als zij geen jilbab dragen, hun vaders en broers met hen mee naar de hel gaan. Van klasgenoten, maar evengoed van leraren. Dag in, dag uit.”

Ruim vier jaar geleden, voor mijn vertrek naar Jakarta, dacht ik dat dit soort zorgelijke conservatieve ontwikkelingen in Indonesië het hoofdthema van mijn correspondentschap zouden vormen. Dat die in Nederland zo veelbesproken islamisering, vaak op één hoop gegooid met radicalisme en extremisme, zich elke dag onmiskenbaar zou manifesteren in het land met de grootste moslimbevolking ter wereld.

In werkelijkheid bleek dat alles – natuurlijk – complexer en genuanceerder. De uitwassen waren soms ronduit schokkend: zoals toen in 2018 geradicaliseerde ouders in Surabaya hun kinderen mee de dood in namen bij zelfmoordaanslagen bij drie kerken met tientallen doden tot gevolg. Moslims werden ook geregeld slachtoffer van religieus geweld, zoals onlangs nog op Kalimantan bij gewelddadige aanvallen op een moskee van de Ahmadiyah-moslimminderheid.

Aan de andere kant blijken sterke moslimvrouwen onophoudelijk te vechten voor emancipatie in een o zo patriarchale samenleving. En zijn er weken voorbij gegaan waarin ik amper iets merkte van die islamisering. Het gevoel heeft me meermaals bekropen dat het een kleine club relschoppers is die de grenzen opzoekt. Zoals toen in 2017 het Front Pembela Islam, een fundamentalistische knokploeg, waarschuwde dat moslims geen kerstmutsen mochten dragen. Het personeel van het appartementencomplex waar ik een paar jaar woonde, droeg in december met een grote glimlach kerstmutsen óver hun hoofddoekjes heen.

Yogales

De alledaagse islam in Indonesië leerde ik kennen als eerder vriendelijk en pragmatisch dan als bedreigend. Intiem soms ook, als een jonge vrouw voor de yogales nog even snel haar gebed doet in het zaaltje waar we later samen zweten op onze matjes. Pragmatisch, als vrouwen met vrome sporthoofddoekjes zich giechelend stevig bij hun middel laten pakken door de knappe leraar die hen in een ondersteboven yogapose helpt. Als een jonge moeder ergens in een dorp in oost-Java haar jilbab pas tevoorschijn haalt als ik aan het einde van een interview vraag of ze op de foto wil. Of als onze chauffeur snel even aanhaakt bij het vrijdaggebed in de eerste de beste buurtmoskee als we op pad zijn.

De groepen Indonesiërs die op bedevaart naar Mekka gaan, pik je er op het vliegveld zo uit : ze hebben allemaal dezelfde outfits, dezelfde kleur koffers. Fietsers die in coronatijden de lege straten van Jakarta onveilig maakten: elk groepje in een eigen fietsshirt. De brommertaxirijders hebben clans met geborduurde jasjes. Sportklasjes en werkmeetings zijn pas compleet na een groepsfoto. Eerst een paar serieus en dan bebas, vrij, met een gek hoofd.

De alledaagse islam in Indonesië leerde ik kennen als eerder vriendelijk en pragmatisch dan als bedreigend

Aan de peutermeisjes en zelfs baby’s met kleurige minihoofddoeken, een vrij gangbaar straatbeeld op Java, heb ik dan weer niet kunnen wennen. „Het is zo verdrietig, hè? Kinderen van drie, vier jaar worden al geïndoctrineerd. Het narratief dat je zondig bent als je geen hoofddoek draagt, is zo hardnekkig”, zegt psycholoog Ifa Hanifa Misbach daarover. „Ik ben niet principieel tegen het dragen van een hoofddoek, maar zou zo graag willen dat vrouwen de vrijheid hebben en voelen om een weloverwogen keuze te maken.” In plaats daarvan is de jilbab nu hét symbool voor piëteit, voor de moraal van een vrouw en onderdeel van haar identiteit.

Religie mag officieel een nationale aangelegenheid zijn, lokale overheden hebben sinds eind jaren negentig de zeggenschap over onderwijs en lagere ambtenarensectoren. En zij keken voor inspiratie naar de strengere shariawetgeving in de provincie Atjeh. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch hebben tientallen districten en provincies de afgelopen jaren regels opgesteld die op de sharia gebaseerd zijn, opgeteld meer dan zevenhonderd regels die „discrimineren jegens vrouwen en religieuze minderheden”. Het gaat dan om kledingvoorschriften, denk hoofddoeken en lange rokken, maar ook om een avondklok of regels over hoe je op een brommer zou moeten zitten. Volgens HRW zijn het schendingen van privacy, van vrijheid van religie en zelfexpressie.

Er is een handjevol islamitische geleerden in Indonesië dat inwoners probeert te onderwijzen over de verschillende interpretaties van de koran, wat betreft het al dan niet dragen van een hoofddoek. Maar zij zijn online vaak het mikpunt van trollen en echte boze conservatievelingen. Net als Ifa Hanifa Misbach: „Op interviews krijg ik honderden boze reacties: slet, bitch, die psycholoog gaat naar de hel. Het raakt me nauwelijks meer. Ik blijf me uitspreken voor meisjes en jonge vrouwen, zodat ze weten dat ze niet alleen zijn.”

Alleenstaande moeders

Dat moddergooien op sociale media is reden voor Maureen Hitipeuw om de strijd die zíj voert online voorzichtig aan te pakken. „We kiezen onze woorden heel precies, waardoor we gelukkig weinig last hebben van online aanvallen.” Terwijl ook zij een taboe bespreekbaar maakt.

Maureen Hitipeuw heeft Single Moms Indonesia opgericht, een supportgroep voor alleenstaande moeders in een land waar de meeste inwoners trouwen en kinderen krijgen als levensdoel zien. Zeven jaar geleden begonnen ze met een clubje van drie en inmiddels hebben ze meer dan 6.100 leden verspreid over het land. „Veel Indonesische vrouwen verkiezen een ongelukkig huwelijk boven een leven vol vooroordelen. Wij promoten niet het scheiden op zich, maar we willen vrouwen wel bewust maken van hun rechten en hen laten ervaren dat zíj de zeggenschap over hun leven hebben.” Sinds corona houden ze Zoomsessies in plaats van live bijeenkomsten. En in de veertien WhatsApp-groepen, de vrouwen zijn ingedeeld op regio, gaan de gesprekken de hele dag door.

Het Indonesische woord voor weduwe of gescheiden vrouw janda heeft een sterk negatieve connotatie, vertelt Hitipeuw. In televisieseries, films en popliedjes worden de vrouwen als sletterig neergezet: „Als janda zou je goedkoop zijn en zó in bed te krijgen. Onze leden moeten zien om te gaan met seksistische opmerkingen en onheuse verzoeken van collega’s of andere mannen uit hun omgeving.” Waar je als vrouw natuurlijk niets van hoort te zeggen: „Doe niet zo overgevoelig, het is maar een grapje, krijg je dan terug. Of je wordt voor feminist uitgemaakt, een scheldwoord.”

Door een gebrek aan goede seksuele voorlichting is MBA, married by accident, een ingeburgerde term voor jonge stellen die op stel en sprong trouwen omdat de vrouw zwanger is geraakt

Ook Maureen Hitipeuw, ze is gescheiden en heeft één zoon, ziet hoe vrouwen beïnvloed raken door de grote nadruk op vroomheid de laatste jaren. Zondig zijn, of zo gezien worden, is een grote zorg voor vrouwen die overwegen te scheiden: „Vrouwen zetten elkaar onderling onder druk dat het volgens de islam zo belangrijk is om je echtgenoot te dienen. En uithuwelijken is een probleem dat we de laatste jaren zien toenemen.”

Kijk ook naar een beweging als Indonesia tanpa pacaran, zegt ze, ‘Indonesië zonder daten’, die probeert om jonge stellen de afspraakjesfase te laten overslaan omdat die zondig zou zijn. De ironie is volgens critici dat jongeren met dezelfde levensinstelling elkaar juist bij zo’n club ontmoeten en aan het daten slaan. Andere kritiek: dat de beweging vooral tieners en twintigers aantrekt die worden aangespoord te trouwen zonder dat ze daar klaar voor zijn. Dat gebeurt hoe dan ook al vaak. Door een gebrek aan goede seksuele voorlichting is MBA, married by accident, een ingeburgerde term in Indonesië voor jonge stellen die op stel en sprong trouwen omdat de vrouw per ongeluk zwanger is geraakt. Snel in het huwelijk treden redt de familie-eer.

Winkel voor hoofddoekjes in Yogyakarta. Ulet Ifansasti/Getty

Het is sociaal geaccepteerd dat de man tijdens het huwelijk voor de inkomsten zorgt. Bijkomend probleem voor veel vrouwen is dus dat zij, als ze uiteindelijk besluiten om alleen verder te gaan, na hun huwelijk vaak de verantwoordelijkheid voor de kinderen krijgen zonder dat ze er het geld voor hebben. Als de rechter de man al opdraagt om mee te betalen aan het levensonderhoud van de kinderen, is nog maar de vraag of hij dat nakomt. Controle en handhaving van dit soort uitspraken bestaat amper. „We adviseren vrouwen alleen tijd en energie in een zaak voor alimentatie te steken als er ook echt iets te halen valt”, lacht Hitipeuw. De single moeders gaan soms met elkaar mee naar de rechtbank om elkaar steun te bieden tijdens het proces.

Kalifaat

De regering van president Joko Widodo, of Jokowi zoals iedereen hem noemt, lijkt zich ervan bewust dat de invloed van zeer conservatieve groepen de laatste jaren, mede door gebrek aan politieke bijsturing, wel erg ver is doorgeschoten. Alleen zijn de repressieve maatregelen waarmee de regering ingrijpt volgens mensenrechtenorganisaties evengoed discutabel en antidemocratisch.

In 2017 liet Jokowi Hizbut Tahrir Indonesië verbieden, omdat hun doel om een kalifaat te stichten niet strookt met de Indonesische staatsleer die zes religies erkent. Eind vorig jaar kwam daar een verbod op het Front Pembela Islam bij, die fundamentalistische club die bij de presidentsverkiezingen in 2019 Prabowo Subianto steunde, de enige tegenstander van Jokowi. Die overigens nadat hij de verkiezingen had verloren, doodleuk minister van Defensie werd in Jokowi’s nieuwe kabinet.

Genoeg aanleiding dus om zorgelijk te zijn over de toekomst van Indonesië. Maar daar staan die sterke vrouwen tegenover – en mannen evengoed: „Mijn echtgenoot steunt me helemaal en moedigt me alleen maar aan in mijn strijd”, vertelt psycholoog Ifa Misbach.

Ik heb de afgelopen jaren ook stoere dertigers leren kennen die tegen de stroom in alleen wonen, geen partner of kinderen hebben en daar gelukkig mee zijn. Ook al hebben hun ouders het er moeilijk mee, vertelt een jonge vrouw die liever niet met haar naam in de krant wil: „Volgens mij ziet mijn moeder zelf inmiddels wel dat ik een fijn leven heb. Ze vindt vooral de vragen van de buren en de rest van de familie vervelend.”

Daar kan ik me iets bij voorstellen, gezien de ontelbare keren dat ik door wildvreemden ben gevraagd of ik getrouwd ben en hoeveel kinderen ik heb. Medelijdende blikken als ze erachter kwamen dat ik hier alleen woon.

De overheid zet soms ook stappen in vrouwvriendelijke richting. Afgelopen zomer maakte de legerchef bekend dat er een einde komt aan de ‘tweevingers-test’, de zeer omstreden controle op maagdelijkheid voor vrouwen die het leger in willen. En ondanks de grote sociale druk neemt het aantal echtscheidingen gestaag toe. Bemoedigend nieuws, als je de moed die vrouwen moeten bezitten om zo’n stap te zetten als maatstaf voor emancipatie ziet. Zoals Maureen Hitipeuw van Single Moms Indonesia zegt: „Het schijnt twee generaties te duren voordat grote veranderingen geaccepteerd raken. Dus we hebben nog een lange weg te gaan, en wie weet maak ik het niet meer mee. Maar we zijn tenminste begonnen.”