Analyse

Ironie, zelfspot en Mutterwitz - de humor van Angela Merkel

Merkels humor Merkel liep nooit met haar gevoelens te koop. Maar wie oplette, kon merken hoeveel humor ze bezit.

Premier Rutte, bondskanselier Merkel en Merkels echtgenoot Joachim Sauer bij het Wagner festival in Bayreuth in 2018.
Premier Rutte, bondskanselier Merkel en Merkels echtgenoot Joachim Sauer bij het Wagner festival in Bayreuth in 2018. Foto Matthias Balk/DPA

Als Angela Merkel een grap maakt moet je goed opletten. Voor je het weet heb je hem gemist. Bijvoorbeeld omdat het een kleine terzijde is, zo droog en onderkoeld dat hij alleen voor haar zélf bedoeld lijkt. Als een binnenpretje dat er per ongeluk uit floepte.

Merkel loopt niet met haar gevoelens te koop, ook niet met haar gevoel voor humor. Wie een paar keer een toespraak of een persconferentie van haar heeft gevolgd, en wakker is gebleven, kan begrijpen dat ze aan het begin van haar politieke carrière gold als humorloos. Als iemand die, zoals Duitsers zeggen, „zum Lachen in den Keller geht”, alleen lacht in de kelder.

Maar dat is een groot misverstand. Ironie en subtiele spot, ook zelfspot, horen tot haar repertoire. En als ze ongeduldig is ook bijtend sarcasme. Ze is alleen een behoedzaam mens, dat weet dat humor in de politiek gevaarlijk kan zijn. Voor je het weet valt een grap verkeerd, komt hij terug als een boemerang, of neemt iemand die je later nog nodig hebt er aanstoot aan.

Gelukkig kan Merkel het soms niet laten. In de aanwezigheid van de vele mannen met een opgeblazen ego bijvoorbeeld, met wie ze in de nationale en internationale politiek dag-in-dag-uit zaken moet doen.

In Toulouse had ze eens een ontmoeting met de toenmalige Franse president Sarkozy, die haar stralend van trots vertelde hoe opgetogen de mensen waren dat ze hem eens in het echt zagen. „Ach Nicolas”, zou Merkel droog hebben geantwoord, „vergeleken met jou ben ik maar een spaarlamp”. Milde zelfspot, maar ook een plaagstootje: een spaarlamp mag minder stralen, maar gaat wel langer mee.

Een gloeiende feminist is Merkel nooit geweest („misschien ook omdat ik niet zo veel heb met gloeien”). Maar toen ze in 2000 als eerste vrouw werd gekozen tot leider van de CDU was dat wel een mijlpaal. Gaat de CDU nu van het patriarchaat naar het matriarchaat, werd haar gevraagd. „Nee”, corrigeerde ze fijntjes, „we gaan van de 20ste naar de 21ste eeuw.”

Met gevoel voor understatement heeft de mediawetenschapper Andreas Dörner, die een aantal boeken schreef over de amusementswaarde van de politiek, eens gezegd dat de ‘Humorkompetenz’ van Duitse politici niet sterk ontwikkeld is. Gelachen wordt er wel, soms zelfs bulderend, maar dan vooral als machtsvertoon. Als humor die meelachers nodig heeft.

Ze is een behoedzaam mens, ze weet dat humor in de politiek gevaarlijk kan zijn

Fraai is dat getroffen in een foto uit 1998, waarop drie machtsmannen met een glas champagne in de hand vieren dat ze kunnen gaan regeren: Merkels voorganger Gerhard Schröder (SPD), met het hoofd in de nek gelukzalig schaterend in het vooruitzicht weldra bondskanselier te zijn; naast hem Joschka Fischer, leider van de kleine coalitiegenoot De Groenen, die tevreden glimlachend toekijkt hoe de toekomstige regeringschef zijn grapje waardeert; en daar weer naast Oskar Lafontaine (destijds SPD), die als een ondergeschikte beleefd mee lacht en tegelijk zelfs enigszins buigt voor de baas.

Merkels humor is van een andere soort. Een breed lachende Merkel, zwelgend in haar eigen macht, kent Duitsland niet. De enkele keer dat een camera haar in uitgelaten stemming betrapt, is het in min of meer vertrouwde kring. Zoals in juli 2018 in Bayreuth, aan het souper na een uitvoering van Wagners Lohengrin, gezeten tussen haar man, Joachim Sauer, en premier Rutte. De twee mannen gieren het uit, Merkel zelf kijkt half-triomfantelijk, half-verbaasd, alsof ze net een best geslaagde grap heeft verteld. Uitbundiger wordt het niet.

Hilarische imitaties

Er wordt gezegd dat ze achter gesloten deuren hilarische imitaties van politici als Berlusconi, Erdogan en Poetin ten beste kan geven. „Maar sinds iemand dat een keer heeft opgeschreven heeft ze het waarschijnlijk nooit meer gedaan”, zegt politiek journalist Anja Maier, die al jaren over Merkel schrijft. „Ze zou graag vaker een klein woordgrapje maken, maar doet dat dan meestal toch niet, uit respect.”

Maier omschrijft het gevoel voor humor van de bondskanselier met het begrip Mutterwitz. Die term heeft niets met moederschap te maken, maar duidt op gevatheid, slagvaardigheid, esprit en ook boerenslimheid, aldus Van Dale. „Het is een droog, bijna Brits gevoel voor humor, dat ervan uitgaat dat de gesprekspartner óók een gevoel voor ironie heeft, om zichzelf kan lachen en het komische van een situatie kan inzien”, zegt Maier.

In het politieke bedrijf is humor voor Merkel een bruikbaar instrument. Om te kunnen omgaan met nederlagen. Om het gedoe met lastige tegenspelers of saaie verplichtingen te kunnen verdragen. Om lastige vragen te omzeilen en ook om irritaties te verbergen.

In juli, in haar laatste jaarlijkse zomerpersconferentie, raakte ze geërgerd toen een journalist tot twee keer toe vermeende breuken in de coalitie aan de orde stelde. „Is er bij u”, kaatste Merkel sarcastisch terug, „bij al die breuken überhaupt nog iets samenhangends?” Hilariteit bij de andere journalisten. En een triomfantelijk lachje op het gezicht van de machtigste vrouw van Europa.

„Ik lach iedere dag minstens één keer”, zei ze eens in een interview, „anders kan ik deze baan niet doen.” Denk aan het traditionele bezoek van carnavalsverenigingen aan het Kanzleramt. Dat is corvee voor de nuchtere noordeling Merkel. Maar in een land waar twee miljoen mensen lid van een carnavalsvereniging zijn, is er vanuit electoraal perspectief geen ontkomen aan.

Bij het zingen, dansen en inhaken met de bezoekers kost het Merkel soms zichtbaar moeite vrolijk te blijven kijken. In een dankwoord aan Prins Carnaval en zijn gevolg onderstreepte ze eens het belang van humor, „de knop die verhindert dat ons geduld opraakt”. Op dat moment leken die woorden bij uitstek op haar eigen situatie van toepassing. Alsof ze dat opeens ook zélf besefte, voegde ze eraan toe: „Een fantastische spreuk vind ik dat”, en haar mondhoeken krulden nauwelijks zichtbaar omhoog.

Bij het zingen, dansen en inhaken met de bezoekers kost het Merkel soms zichtbaar moeite vrolijk te blijven kijken

Merkel verstaat, zoals een van haar biografen het uitdrukt, „de kunst van het inwendig hoongelach”. Soms komt daar zó weinig van naar buiten, dat je je afvraagt: was dit nu een grap of niet?

Toen ze nog geen bondskanselier was vroeg boulevardblad Bild Merkel eens waar ze bij Duitsland aan moet denken. Van nationalisme moet ze niets hebben, van gezwollen taal en vergezichten evenmin en poëzie is niet haar stijl. Haar antwoord sloot dan ook minder aan bij Heinrich Heine („Denk ich an Deutschland in der Nacht…”) dan bij de belevingswereld van de bouwmarkt, waar veel Duitsers in het weekeinde graag naar toe gaan. Merkel over Duitsland: „Ik moet denken aan goed sluitende ramen. Geen ander land kan zulke goed sluitende en mooie ramen bouwen.”

Ook qua humor zal er niet snel ‘een nieuwe Merkel’ opstaan.