Margot Dijkgraaf krijgt maandag de Gouden Ganzeveer

Foto cyril marcilhacy

Interview

‘Ik ben blij als de mensen eens wat anders lezen dan de nieuwste Amerikaanse schrijver’

Margot Dijkgraaf, Literatuurcriticus en schrijver, winnaar Gouden Ganzenveer

Margot Dijkgraaf krijgt de Gouden Ganzenveer uitgereikt voor haar ‘grote betekenis voor het geschreven woord in de Nederlandse taal’. „Ik ben de veervrouw tussen Frankrijk en Nederland.”

Maandag krijgt auteur en literatuurcriticus Margot Dijkgraaf de Gouden Ganzenveer uitgereikt . Ze speelt een grote rol als „sensibele en erudiete ‘ambassadeur van de letteren’”, verankerd in Nederland maar met de blik naar buiten, schreef Academie De Gouden Ganzenveer. „Ik was zó verbaasd toen ik gebeld werd dat ik zei: weet je zeker dat je de goede belt?”, zegt Dijkgraaf.

De culturele prijs, eerder uitgereikt aan onder anderen Abdelkader Benali, Ian Buruma, Antjie Krog en Arnon Grunberg, wil het geschreven en gedrukte woord in het Nederlands taalgebied onder de aandacht brengen. Dijkgraaf schrijft al zo’n dertig jaar over literatuur, voornamelijk voor NRC, en publiceerde boeken over Franse en Europese letteren, over Hella S. Haasse en Cees Nooteboom. Ook is ze initiatiefnemer van de Europese literatuurprijs.

Waaraan denk je zelf dat je de prijs hebt verdiend?

„Allereerst: ik ben ongelooflijk vereerd, zeker omdat onder mijn voorgangers zulke goede schrijvers zitten. Maar ik denk dat het niet alleen voor mijn schrijven is, maar omdat ik ook een ongelooflijke passie voor literatuur heb die ik op allerlei manieren vormgeef. En naar beide kanten; van Frankrijk naar Nederland en van hier naar daar. De veervrouw, zeg maar. Daar zijn er niet zo veel van.

„Een prijs voor de vensters openzetten naar allebei de kanten en je daar op allerlei manieren voor inzetten, daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar dan nog, het is waanzinnig.”

Je bent betrokken bij verschillende Europese literaire initiatieven. Vanuit de weelde van het aanbod, of uit noodzaak omdat er te weinig uitwisseling is?

„Noodzaak én weelde. In Nederland, en daar verzet ik me al mijn hele leven tegen, zijn we ongelooflijk gericht op Amerika en Engeland. Véél meer dan andere Europese landen. Terwijl de Franse literatuur, waar ik me hard voor maak, buitengewoon goed is. Je moet ook naar het zuiden en oosten kijken, niet alleen naar het westen.

„Het leukste wat ik ooit heb gedaan op dit gebied is het opzetten van de Europese literatuurprijs. Ik zat in Frankrijk in de jury van een prijs voor de beste in het Frans vertaalde roman. Ik leerde er veel van over de literatuur uit andere Europese landen. Toen die prijs ophield ben ik gaan kijken of ik zoiets ook in Nederland kon opzetten. De Groene Amsterdammer bleek geïnteresseerd, het Letterenfonds was enthousiast, Athenaeum deed mee. Zo is die prijs tot stand gekomen, eigenlijk als vervolg op die Franse prijs.

„Ik had een boek geschreven over Europese literatuur waarvoor ik twintig auteurs had geïnterviewd. Daarvoor had ik een inleiding geschreven rond de vraag: bestaat er zoiets als Europese literatuur. Voor dat boek was tot in de Europese Commissie belangstelling. Ik sta pal voor literatuur van over de grens, omdat het ongelooflijk verrijkend is.”

En, bestaat er zoiets als Europese literatuur?

„Ik heb aan die schrijvers gevraagd; voelen jullie je Europees, en betekent dat iets voor je? Het antwoord was van allemaal: ja. Met alleen een kanttekening van, drie keer raden, de Britse auteur Hilary Mantel. Zij vond dat de Britten in de periferie zaten – ze was er nog niet uit.

„Ik weet nog goed dat Jáchym Topol zei: ‘Een Europese schrijver is iemand die weet heeft van de verschrikkingen van de 20ste eeuw. En Amin Maalouf zei tegen me: ‘We zijn met de val van de Muur gegaan van een tijdperk van ideologische tegenstellingen naar een tijdperk waar het om identiteit gaat.”

Foto Cyril Marcilhacy

Hoe zou jij zelf Europese literatuur karakteriseren?

„Dan verval je al snel in clichés, als dat het zo gevarieerd is, etc. Ik zie wel nieuwe stemmen opkomen, van jonge migranten die gaan schrijven. Die boeken zijn lang niet allemaal vertaald. Dat zijn mensen uit Afrika, of uit de Arabische landen, die veel sneller in het Frans worden vertaald dan in het Nederlands. Ik smokkel ze wel mee in stukken over boeken die wel vertaald zijn.”

Zou je willen dat er meer van die boeken in het Nederlands worden vertaald?

„Ja. Het is belangrijk dat mensen over de grens kijken. Daarom ben ik zo blij met die Europese literatuurprijs, omdat mensen dan eens wat anders lezen dan de nieuwste Amerikaanse schrijver. Over identiteitsvragen en het gepolariseerde wereldbeeld wordt bijvoorbeeld in Frankrijk al veel langer geschreven. Franse literatuur is niet alleen de literatuur van Frankrijk, maar van bijna 400 miljoen mensen over de hele wereld die Frans spreken: in Afrika, Quebec, Zwitserland, Vietnam.

„In Frankrijk worden ook veel meer boeken uitgegeven. Al die uitgevers zitten op het puntje van hun stoel als het gaat om stemmen uit de Afrikaanse of de Arabische wereld. Soms schrijven ze in het Frans, soms worden ze in het Frans vertaald. Dat doen ze meer dan wij.”

Waarom zijn wij zo op Angelsaksische literatuur gericht?

„Dat heeft met de taal te maken, maar ook met clichés over literatuur uit andere landen. Alle Franse literatuur is onbegrijpelijk, wollig of gaat over seks. Alle literatuur uit Duitsland gaat over de Holocaust en het schuldgevoel. Dat is niet zo, en het is onzin om dat nu nog te zeggen. Maar krijg dat er maar eens uit, dat beeld.”