Feyenoord valt weer aan, maar de onzekerheid blijft groot in Rotterdam

Feyenoord De nieuwe coach Arne Slot heeft een einde gemaakt aan de sportieve crisissfeer bij Feyenoord. De ontknoping in het stadiondossier kan die op korte termijn terugbrengen.

Spelers van Feyenoord vieren met de supporters in de Kuip de zege op Go Ahead Eagles, eind augustus.
Spelers van Feyenoord vieren met de supporters in de Kuip de zege op Go Ahead Eagles, eind augustus. Foto Pieter Stam de Jonge/ANP

Fatalisme overheerste, de laatste keer dat Feyenoord de bus instapte voor een uitwedstrijd tegen PSV. Het was 14 maart van dit jaar, Nederland was in lockdown en Feyenoord stond vijfde, op veertien punten van koploper Ajax. Alle profclubs hadden last van de coronacrisis, maar Feyenoord was met zijn wankele financiën en teleurstellende transferbeleid zodanig afhankelijk van inkomsten uit kaartverkoop dat de afwezigheid van publiek de club in acute geldnood bracht. Vier dagen na het duel met PSV (1-1) stuurde algemeen directeur Mark Koevermans een filmpje de wereld in waarin hij seizoenskaarthouders smeekte af te zien van de restitutie waar ze recht op hadden, om zo „de naderende storm af te wenden”.

Hoe anders is de sfeer nu, in aanloop naar het treffen met PSV zondagmiddag in Eindhoven. De naderende storm waar Koevermans het over had, lijkt geruisloos overgewaaid, of op zijn minst flink in kracht afgenomen. Publiek is welkom in de stadions, Feyenoord valt weer aan en de resultaten zijn heel redelijk. De club is de competitie aardig begonnen, met overwinningen op Willem II en Go Ahead Eagles en een nederlaag tegen FC Utrecht, en een gelijkspel deze week in de Conference League bij Maccabi Haifa.

De nieuwe coach Arne Slot, een man zonder Rotterdams verleden, geldt als hoofdverantwoordelijke voor het hervonden zelfvertrouwen. Maar ook technisch directeur Frank Arnesen lijkt er, met de hulp van een paar nieuwe scouts, ondanks minimale middelen in geslaagd de selectie te versterken, met aanvaller Alireza Jahanbakhsh en de Scandinavische verdedigers Marcus Pedersen en Fredrik Aursnes. Belangrijkste aanwinst: Guus Til, de voormalige AZ-speler die na een mislukt avontuur bij Spartak Moskou sinds kort zelfs weer deel uitmaakt van het Nederlands elftal.

Rotterdamse renaissance

Genoeg reden voor optimisme dus. Het Algemeen Dagblad schreef onlangs zelfs over een ‘Rotterdamse renaissance’. De euforie toont tegelijkertijd de impact van sportieve dagkoersen op het sentiment rond de club. Niemand was zich daar overigens meer van bewust dan Slots voorganger Dick Advocaat. „Als het bij het eerste elftal goed gaat, dan gaat het bij de jeugd en bij het bestuur ook goed”, zegt hij in de documentaireserie over Feyenoord die momenteel te zien is via streamingsdienst Disney+.

Maar wie verder kijkt dan de sportieve opleving onder Slot, ziet dat de voorwaarden waaronder Feyenoord moet presteren het voorbije half jaar eerder uitdagender dan eenvoudiger zijn geworden – zeker in vergelijking met opponent PSV. Waar PSV bijna 50 miljoen euro verdiende met de transfers van onder anderen Donyell Malen, Denzell Dumfries en Pablo Rosario, hield Feyenoord aan de verkoop van sterspeler Steven Berghuis aan Ajax net iets meer dan 4 miljoen over.

Veelzeggender: de directie van PSV kondigde in april een „externe kapitaalinjectie” aan van een slordige 50 miljoen euro om „de concurrentiepositie nationaal en internationaal te versterken”. Dat geld is afkomstig van lokale bedrijven (Philips, ASML, VDL) die al eerder investeerden in een ‘partnerfonds’, plus een extra hypotheek op het stadion.

Supporters van Feyenoord tijdens de Conference League-wedstrijd tegen IF Elfsborg in de Kuip, in augustus. Foto Tom Bode/Multimedia

Feyenoord kan ook rekenen op veel gefortuneerde ‘vrienden’ met een belang in de club. Maar die zijn onderling en met bestuurders, supportersgroepen en politici verwikkeld in een jarenlange strijd, die sinds deze zomer in een beslissende fase is beland, en die in hoge mate bepalend is voor de toekomst van de club. Inzet: de plannen voor de bouw van een nieuw stadion.

Feyenoord City

Er zijn ruim twee maanden verstreken sinds de gemeenteraad de club opdroeg het even ambitieuze als omstreden stadionproject Feyenoord City vóór het einde van het jaar vlot te trekken. Het geduld van de Rotterdamse politiek, die onder voorwaarden bereid is 40 miljoen euro te investeren, is op. Het plan voor een nieuw onderkomen aan de Maas, met 63.000 zitplaatsen, stamt uit 2016 en is al twee jaar vertraagd. De financiering is nog altijd niet rond en er zijn nog geen definitieve afspraken met een aannemer.

Haast is dus geboden. Maar terwijl de prestaties op het veld verbeterden, zijn de omstandigheden voor de bouw van een nieuw stadion juist moeilijker geworden. Sinds de businesscase in april voor het laatst is doorgerekend, zijn de prijzen voor staal, glas, cement, aluminium – alles wat je nodig hebt voor een stadion – hard gestegen.

Volgens kenners van de bouwwereld en het stadiondossier is het daarom zeer twijfelachtig of de beoogde aannemers (BAM en Besix) het voor het gebudgetteerde totaalbedrag van 441 miljoen euro willen doen én bereid zijn de risico's op kostenoverschrijdingen te dragen. Een deal is er dan ook nog altijd niet, bevestigt een woordvoerder van Het Nieuwe Stadion, de vennootschap die het stadionproject trekt en waarin ook de club participeert.

Lees ook: Rotterdamse politiek geeft Feyenoord City tot eind 2021

Toch mag het project geen euro duurder worden, benadrukte directeur Mark Koevermans eind juni nog maar eens. „Kan het niet voor die prijs [441 miljoen euro] worden gerealiseerd, dan gaat het voor Feyenoord niet door”, zei hij resoluut tijdens een bezoek aan het stadhuis.

Enerzijds is die opstelling logisch. Feyenoord moet er financieel op vooruitgaan met een nieuw stadion, heeft de directie altijd verkondigd. Nu haalt de club jaarlijks maximaal 17,5 miljoen euro uit de Kuip. De businesscase van Feyenoord City gaat uit van een ‘basisvergoeding’ van 25 miljoen euro, hoewel slechts 17,5 miljoen min of meer is gegarandeerd. Dat is al veel te weinig om het gat met rivalen PSV en Ajax substantieel te verkleinen, laat staan te overbruggen. Wordt het stadion duurder, dan moet de club nog meer van zijn toekomstige inkomsten afstaan, of het project wordt simpelweg onmogelijk te financieren.

Daar staat tegenover dat Feyenoord óók flinke schade lijdt als het stadionplan sneuvelt. Financieel, omdat een geschatte 30 miljoen euro aan al gemaakte ontwikkelingskosten dan moet worden terugbetaald. Qua geloofwaardigheid bij investeerders en politici, die toch al klagen over een weifelende opstelling van het clubbestuur. En misschien nog belangrijker: Feyenoord moet dan aan de slag met plannen voor renovatie van de verouderde Kuip. Daar zijn ideeën over, maar haalbaarheid en financiering zijn onduidelijk, al was het maar omdat Feyenoord tijdens zo’n project waarschijnlijk moet uitwijken naar een ander stadion.

Een deel van de achterban heeft dat er allemaal graag voor over. Zij willen geen afscheid nemen van de Kuip en vrezen dat de club zich financieel vertilt aan de bouw van een nieuw stadion. Of dat de club in een poging de kosten te drukken zoveel concessies moet doen aan het ontwerp dat er van het oorspronkelijke plan nauwelijks iets overblijft. Hoe hoog de emoties kunnen oplopen, bleek begin juni toen Koevermans en nog twee medewerkers van de club thuis bezoek kregen van boze fans.

Arne Slot en zijn elftal hebben geen stem in het stadiondossier. Toch kan een overwinning op PSV zondag een heel klein beetje bijdragen aan het draagvlak voor Feyenoord City. Want als er geen succes is, gaan mensen hangen aan het verleden en dan wordt de Kuip iedere week mooier, zoals een betrokken voetbalbestuurder het sentiment in Rotterdam-Zuid eens treffend omschreef.