De werkstudent: van biertjes tappen naar vaccineren – en niet meer terug

GGD Hoger salaris, fijnere werktijden en meer betekenis: in coronatijd verruilden veel studenten hun baantje in de horeca of musea voor werk bij de GGD. Dat heeft in sommige sectoren tot personeelstekorten geleid. „Bij de GGD kan ik iets bijdragen aan de samenleving.”

Een GGD-priklocatie in Waalwijk. Rechtsboven: priklocatie in het Willem II- stadion in Tilburg.
Een GGD-priklocatie in Waalwijk. Rechtsboven: priklocatie in het Willem II- stadion in Tilburg. Foto’s Olivier Middendorp

‘Ik had liever niet gehad dat het nodig was, maar werken bij de GGD was voor mij echt een uitkomst”, zegt de 25-jarige Marjolein. Haar bijbaan bij een museum in Utrecht viel tijdens de coronacrisis stil doordat de musea sloten. Ze deed daar werk naast haar muziekopleiding. Nu werkt ze als administratief medewerker in een vaccinatiestraat. Marjolein wil liever niet met haar achternaam in de krant, om nare reacties te voorkomen. „Er zijn eerder klopjachten op collega’s geweest door anti-vaxxers.”

Marjolein is niet de enige student die de afgelopen anderhalf jaar begon aan een bijbaan bij de GGD. De organisatie heeft in korte tijd „duizenden mensen” aangenomen, zegt een woordvoerder, onder wie „een grote groep” studenten.

Veel van die studenten konden niet meer in musea, bioscopen of de horeca werken en moesten op zoek naar iets nieuws. Bij de GGD was genoeg werk – en een goed salaris. „Beter dan in het museum”, zegt Marjolein. Wel zitten er vaak uitzendbureaus tussen en gaat het daarom, net als in de horeca, om nulurencontracten.

Het deed haar goed weer „onder de mensen” te zijn. Ze werkte aan haar scriptie en zat overwegend thuis. „Veel lezen, veel schrijven. Weinig contact met anderen, terwijl ik daar wel behoefte aan had. Mede daarom ben ik in de vaccinatiestraat gaan werken. De mensen die je daar ontvangt, zijn bijna altijd blij, omdat ze graag hun vaccin krijgen.”

Dat veel studenten met een nieuwe bijbaan voorlopig waarschijnlijk niet terugkeren naar hun oude werk, voelt de horeca terdege. Ondernemers hebben last van een personeelstekort, en moeten daarom soms zelfs hun deuren sluiten. In februari vorig jaar, vlak voordat de coronacrisis uitbrak, werkten volgens het CBS 431.000 mensen in de horeca. In mei 2021, de jongste meting, waren dat er nog 365.000.

Volgens Victoria Ruijs, directeur van Hotel Theater Figi in Zeist, is het tekort deels te wijten aan de GGD-salarissen. Die kan zij als ondernemer in crisistijd niet bieden. „Of we moeten de prijzen enorm omhooggooien. Dat worden dan hele dure kopjes koffie.” Het minimumloon in de horeca voor medewerkers van 21 jaar en ouder is 10,34 euro bruto.

Uiteindelijk denkt ze dat hogere prijzen de consequentie zijn. „We bewegen met de markt mee. In Amsterdam en Utrecht zie je het al gebeuren. In Zeist nog niet, maar ik denk wel dat we daarheen gaan.”

Ik dacht: we zitten in een pandemie en ik zit bloemetjes te schikken. Superleuk, maar ik kan ook helpen door mijn medische achtergrond in te zetten

Liselot Raat geneeskundestudent

Gepensioneerden

Vanwege het personeelstekort heeft Ruijs onlangs de bioscoop van het theater twee weken moeten sluiten. „Gelukkig ben ik uit de brand gered door oud-collega’s en gepensioneerden uit de buurt die graag vrijwillig wilden helpen. Daardoor konden we vrijdag 10 september weer open.”

Naast de financiële prikkel denkt Ruijs dat de werkomstandigheden bij de GGD reden zijn dat studenten wegblijven. „Veel mensen raken gewend aan werken van 9 tot 5, in plaats van avond- en nachtdiensten. En werken bij de GGD is minder zwaar dan in een restaurant. Daarom bied ik nu standaard een vierdaagse werkweek aan – vroeger was dat ondenkbaar.”

Koninklijke Horeca Nederland (KHN) heeft er geen cijfers over, maar stelt wel dat de mate waarin de GGD werkgelegenheid biedt effect heeft op het personeelstekort in de horeca. „Uiteindelijk blijft het een kwestie van vraag en aanbod, en er is een maximum aan wat je als werkgever kúnt uitgeven aan personeelslasten.” De brancheorganisatie verwacht dat het aantal vacatures groeit tot 559.000 in 2025, ten opzichte van 466.000 in 2019. „Veel mensen zijn uitgestroomd naar andere sectoren. Die krijg je niet zo snel meer terug.”

In musea is ook een uitstroom aan personeel te zien, zegt een woordvoerder van de Museumvereniging, „maar dat is vooral vanwege bezuinigingen geweest”. Volgens haar was er daarom tijdens de lockdowns in de museumwereld minder noodzaak een nieuwe baan te vinden, en is er geen sprake van tekorten. „De meeste werknemers hebben een contract van een bepaald aantal uren. Dat liep gewoon door. Ik kan me voorstellen dat er in de horeca meer nulurencontracten zijn.”

Een GGD-priklocatie in het Willem II-stadion in Tilburg. Foto Olivier Middendorp

Vooral geneeskundestudenten maakten de overstap naar de GGD, omdat voor een deel van de bijbanen een medische achtergrond vereist is. Voor geneeskundestudent Liselot Raat (18) was het salaris – bruto 15,80 per uur, met toeslagen voor avonden en weekends – een drijfveer om voor de GGD te gaan werken, als coronatester in de regio IJselland. De GGD betaalt een stuk meer dan de bloemist waar ze voorheen werkte. Noodzakelijk was de overstap niet; de bloemist bleef gewoon open en had genoeg werk. „Maar bij de GGD krijg ik twee keer zoveel betaald. En op een gegeven moment dacht ik ook: we zitten in een pandemie en ik zit bloemetjes te schikken. Superleuk, maar ik kan ook helpen door mijn medische achtergrond in te zetten.”

Minidoktertje

Raat vindt het werk bij de GGD „geweldig” en hoopt er voorlopig te kunnen blijven. Helemaal zeker is dat niet: een van de locaties waar ze werkte, Steenwijk, gaat binnenkort sluiten. En met de afnemende besmettingen zullen waarschijnlijk meer locaties dichtgaan. De GGD houdt nog een slag om de arm, mede met het oog op besluitvorming over een derde prik en de opmars van nieuwe coronavarianten.

Gaat Raat terug naar de bloemist als het voor haar ophoudt bij de GGD? „Nee. Ik heb hierdoor gemerkt dat een medische baan goed bij me past. Soms zijn mensen zenuwachtig; het voelt dan goed ze gerust te kunnen stellen. Ik snap het ook wel, je stopt een staafje waar geen staafje hoort. Testen wordt niet voor niets een risicovolle handeling genoemd. Ik voel me een soort minidoktertje als ik daarmee bezig ben.”

Natuurlijk hoopt ze dat corona verdwijnt, zegt ze, „maar zolang het kan, wil ik blijven testen.” En daarna? „Ondersteuner in een huisartsenpraktijk, iets in die trant.” Eerder werkte ze een jaar in de horeca, maar daar moet ze niet meer aan denken. „Het is zwaar, je werkt tot laat en krijgt veel minder betaald. Dat is helemaal niet handig tijdens het studeren. Van het coronatesten ben ik de volgende dag tenminste niet moe.”

Ook bij Marjolein wordt het rustiger in de vaccinatiestraat. Terug naar het museum gaat ze straks niet. Ze is net afgestudeerd en gaat op zoek naar een „grotemensenbaan”. Van andere studerende GGD-collega’s kan ze zich wel voorstellen dat die straks weer hun oude baan oppakken. „Het loopt nu allemaal af bij de GGD. Ik krijg al steeds minder diensten, en het is onzeker hoeveel je er per week hebt. Soms vier, soms maar één. Het is ook afhankelijk van wat de overheid beslist: als iedereen straks een derde prik moet krijgen, blijven in de vaccinatiestraten mensen nodig.”

Buffer

Bron- en contactonderzoeker en geneeskundestudent Ertunc Kabaktepe (25) zal er ook niet om malen als zijn werk bij de GGD straks ophoudt. „Ik hoop tijdens mijn coschappen aan de slag te kunnen bij een huisartsenpost.” Hij begon vorig jaar bij de GGD om iets „bij te dragen aan de samenleving”, en vanwege de flexibiliteit die de baan biedt. Zo houdt hij tijd over voor onderzoek in het ziekenhuis en het schrijven van zijn scriptie.

Het relatief riante salaris bij de GGD kwam ook de 22-jarige geneeskundestudent Tijn Rozemuller goed uit. Hij werkt er als floormanager bij het bron- en contactonderzoek, sinds zijn baan in een restaurant stopte. Daar verdiende hij 13 euro per uur, bij de GGD 18 euro. „Ik heb nu een betere buffer voor tijdens mijn coschappen, wanneer ik minder tijd heb om te werken.”

Juist doordat hij wat heeft opgebouwd, sluit hij terugkeer naar de horeca toch niet uit. „Ik hoef niet te kiezen voor het geld. Het is voor mij belangrijker wat ik het leukst vind.” De uren bij de GGD zijn fijn, zegt hij, „maar het blijft een kantoorbaan”. Hij werkt zich dan toch liever in het zweet tijdens een avonddienst. „Verstand op nul en gaan. Overal omgevingsgeluiden, van gasten of vanuit de keuken. Daar geniet ik van.”