De scholier zit weer in de bus, volgt de forens?

Openbaar vervoer De SP in Gelderland protesteert zaterdag tegen schrappen van buslijnen. „Zo jaag je mensen juist weer de auto in.”

Een passagiersbus van Breng rijdt over de dijk door de Ooijpolder vanuit Nijmegen naar Millingen aan de Rijn langs verschillende dorpen.
Een passagiersbus van Breng rijdt over de dijk door de Ooijpolder vanuit Nijmegen naar Millingen aan de Rijn langs verschillende dorpen. Foto Flip Franssen / ANP

Het wordt misschien wel de drukste bus die ze in tijden hebben zien rijden in de dorpen tussen Doetinchem, Rheden en Arnhem. Zaterdag trekt de SP-afdeling Gelderland met een antieke bus door de regio waar tijdens de coronacrisis vooral (bijna) lege bussen langsreden.

De SP protesteert zaterdag tegen het schrappen van buslijnen in de regio. Zo verdwijnen in Arnhem/Nijmegen volgend jaar lijnen in Giesbeek en Eerbeek, nachtbussen in Arnhem en Nijmegen en lijn 7 naar het Afrikamuseum in Berg en Dal. De kariger zomerdienstregeling wordt permanent.

„We moeten het openbaar vervoer niet kortwieken, maar versterken”, zegt Maurits Gemmink, Gelders Statenlid voor de SP en organisator van de busactie. „Het ov is belangrijk. Mensen die minder mobiel zijn, kunnen zo meedoen in de maatschappij en het is ook essentieel voor de duurzaamheid. Nu in buslijnen snijden is ontzettend dom. Je jaagt mensen juist weer de auto in.”

Niet alleen in Gelderland, maar in heel Nederland dreigt verschraling van het openbaar vervoer. Dat is het gevolg van de lockdowns en de reisbeperkingen. Op het dieptepunt vervoerden bus, trein, tram en metro hooguit 20 procent van het aantal passagiers van voor de pandemie.

Dat heeft veel vervoerbedrijven financieel hard geraakt. Volgens de SP hebben de aanbieders in Gelderland (Arriva, Keolis, Breng/Connexxion) sinds maart 2020 zo’n 30 miljoen euro verlies geleden. De provincie subsidieert ze met circa 150 miljoen per jaar. Dat is normaliter goed voor de helft van de kosten; de rest wordt verdiend met kaartverkoop.

Alle ov-bedrijven in Nederland – NS, streek- en stadsvervoer – krijgen ter compensatie steun van de landelijke overheid. In 2020 was dat 1,5 miljard euro, voor dit jaar is dat een vergelijkbaar bedrag. Deze beschikbaarheidsvergoeding openbaar vervoer (BV-OV) is recent verlengd tot september volgend jaar. Voor de eerste acht maanden van 2022 is 140 miljoen euro beschikbaar. Fors minder dan in 2020 en 2021, omdat wordt verwacht dat de reizigers terugkeren.

In juni schreef toenmalig demissionair staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur, D66) aan de Tweede Kamer over het verlengen van de vergoeding: „De afgelopen maanden is onderzocht wat er met het stads- en streekvervoer zou gebeuren als de regeling niet zou worden doorgetrokken. Op veel plaatsen zou dit leiden tot aanzienlijke verschraling van het aanbod en de dienstverlening. Door nu duidelijkheid te geven kan dat worden voorkomen.”

Lees ook: Wat blijft er over van het openbaar vervoer na coronatijd?

Verschraling blijft echter aan de orde van de dag. Ondanks de steun meldden vervoerbedrijven in heel Nederland de afgelopen weken dat zij gaan snijden in de dienstregelingen voor 2022. In de regio Breda is dat „onvermijdelijk”, stelde de gemeente. In Groningen en Drenthe rijden volgend jaar 8 procent minder bussen dan voor de pandemie. Op de Veluwe krimpt vervoerder Keolis met een zelfde percentage.

Ook reizigersvereniging Rover maakt zich zorgen over het ov. Freek Bos van Rover zegt: „Snijden past niet bij de groei van het ov die noodzakelijk is. Voor de bereikbaarheid van nieuwe woningen bijvoorbeeld, de klimaatdoelstellingen.”

In de regio Arnhem/Nijmegen ziet Herman de Gooijer van Breng (de merknaam van Connexxion voor het regionale ov) wat op veel plaatsen in Nederland zichtbaar is. „Het onderwijs heropent. De bussen naar universiteit, hogeschool en mbo-instellingen zitten net zo vol als voor de coronacrisis. Maar op andere lijnen is de vraag nog veel minder. Waarom zouden wij daar dan bussen laten rijden?” Breng vervoert nu 65 procent van het aantal reizigers in 2019.

Hybride werken

De grote vraag voor ons, zegt De Gooijer, is of de forens terugkomt. „Als bedrijven en organisaties meer gaan inzetten op hybride werken – soms naar kantoor, soms thuis – heeft dat gevolgen voor onze dienstverlening.” Natuurlijk, erkent hij, als Breng bussen laat rijden, stimuleert dat de vraag, maar als er geen vraag is, heeft het geen zin bussen de weg op te sturen. „En het gaat hier toch om publiek geld.” De vraag naar ov verandert ook, zegt De Gooijer. „In Arnhem is de gemiddelde reisafstand bij ons 4 kilometer. Dat kun je natuurlijk ook doen met de elektrische fiets. De e-bike wordt een concurrent.”

Woordvoerder openbaar vervoer Petra Borsboom van Gedeputeerde Staten van Gelderland ziet ook dat de reizigersvraag verandert. „Die lange bus die eens per halfuur langs dorpen rijdt, is niet meer wat veel mensen willen. Ze willen flexibiliteit. De SP zegt dan: de bus zorgt dat die vrouw van tachtig naar het ziekenhuis kan. Maar die wil helemaal niet met de lijnbus. Met overstap. Zij wil rechtstreeks.”

De provincie wil meer flexibiliteit in het ov, zegt Borsboom. Busjes op afroep bijvoorbeeld, of snelle en luxe bussen voor forensen. Wie terug wil naar het vervoer van vroeger, zegt Borsboom, blijft hangen in een nostalgisch en onbetaalbaar verlangen.