Reportage

Afgesplitste Omtzigt pleit voor sterke overheid

Lezing in De Balie De eerste grote rede van Pieter Omtzigt werd geen afrekening met het CDA, maar een verrassend links pleidooi.

Pieter Omtzigt, vrijdag in De Balie.
Pieter Omtzigt, vrijdag in De Balie. Foto Jan Boeve/ANP

Nu hij is afgesplitst, zei Pieter Omtzigt aan het einde van de avond, moet hij het in de Tweede Kamer doen met slechts twee minuten spreektijd per debat. „Dus dit was een mooie gelegenheid om even flink uit te weiden.”

Uitweiden – dat deed Omzigt bij zijn eerste publieke optreden buiten het parlement sinds zijn ziekteverlof en veelbesproken vertrek uit de CDA-fractie. In een uitverkocht debatcentrum De Balie in Amsterdam zette hij afgelopen vrijdag in een toespraak van bijna een uur zijn plannen als eenmansfractie uiteen.

Wie een snoeiharde politieke afrekening had verwacht met de partij die hij in juni dit jaar verliet na een vertrouwensbreuk, kwam bedrogen uit. De enige sneer die hij naar het CDA maakte, was de opmerking dat hij zich sinds zijn vertrek niet meer hoeft bezig te houden „met meer of minder verheffende partijperikelen”.

Over het demissionaire kabinet-Rutte III oordeelde hij des te harder. Dat kabinet, „afgetreden vanwege het schenden van de rechten van de talloze burgers [de Toeslagenaffaire, red.], regeert ook na de verkiezing door alsof er niets is gebeurd” en „ gaat door met het indienen van weinig spoedeisende wetsvoorstellen”, zoals de nieuwe genderwet.

Wat Omtzigt van plan is nu hij er alleen voor staat? Hij wil „zoveel mogelijk terug naar de essentie van het ambt dat ik al achttien jaar uitoefen” als Tweede Kamerlid. Dat betekent: de regering controleren en wetsvoorstellen indienen. „Vaak taai en saai werk, met discussies over definities en over wetsartikelen, maar het is noodzakelijk voor goed bestuur.”

Omzigt wil zich de komende tijd gaan richten op drie thema’s, zo vertelde hij: volkshuisvesting, bestaanszekerheid en het vertrouwen tussen overheid en burgers. De woningcrisis moet bestreden worden door oneerlijke en perverse fiscale prikkels weg te nemen. De overheid moet weer gaan omkijken naar kwetsbare groepen in de maatschappij, zoals bijstandsgerechtigden en modale tweeverdieners, die er de afgelopen twintig jaar „aantoonbaar op achteruit zijn gegaan”.

Bovenal moet er snel, heel snel een eind worden gemaakt aan de „gecorrumpeerde en op beeldvorming gerichte bestuurscultuur”, waarin „normale tegenmacht feitelijk onklaar gemaakt” is – een thema dat Omzigt ook al behandelde in het eerder dit jaar verschenen boek Een nieuw sociaal contract.

Om de positie van individuele Kamerleden (nu „behandeld als voetsoldaten, ondergeschikt aan fractiediscipline”) te versterken, bepleitte hij de invoering van een nieuw kiesstelsel naar Deens model, waarin zetels per provincie worden verdeeld. Dat is mogelijk zonder complexe en tijdrovende grondwetswijziging, zei Omtzigt.

Links verhaal

Al met al was het een pleidooi voor een sterke overheid, die de regie neemt en niet bang is voor het woord ‘planning’. Een opmerkelijk links verhaal, waarmee Omtzigt zo terecht zou kunnen bij de PvdA of GroenLinks.

Is dat niet waar de schoen wrong in zijn verhaal, wilde Nibud-directeur Arjan Vliegenthart tijdens het nagesprek weten. Enerzijds oordeelde hij genadeloos over het functioneren van de overheid, anderzijds verwachtte hij alle heil van het optreden van diezelfde overheid. „Dan heb je straks een enorme uitdaging, dan zit je daar als eenpitter.”

Een rol in de eindeloos voortslepende formatie ziet Omtzigt niet voor zich. Maar hij had wel een idee voor een uitweg uit de impasse: een extraparlementair kabinet, met bewindspersonen van verschillende partijen en niet gebonden aan een gedetailleerd regeerakkoord.