Opinie

Vertrouw erop dat advocaten onafhankelijk het recht dienen

Rechtsstaat De verhoudingen tussen alle partijen in de strafrechtspleging hebben dringend afkoeling nodig, schrijven en .
Foto Dumoulin C.

De strafrechtspleging is in het afgelopen decennium steeds meer onder druk komen te staan. Er zijn bezuinigingen geweest en het justitiële apparaat kende tekorten; de opsporing en vervolging zijn geïntensiveerd en de verwachtingen van de criminaliteitsbestrijding zijn irreëel hooggespannen. Tegelijkertijd is er een toename in ernst en omvang van strafbare feiten, in combinatie met de verharding van het criminele milieu. Het vormt de smeltkroes waarin de polarisatie in de verhoudingen tussen alle betrokken professionals in het strafrecht goed gedijt. Het broeit, in de zittingszaal, en ook de druk van buitenaf neemt toe.

Alle beroepsgroepen die een rol van betekenis vervullen in de strafrechtspleging – rechters, officieren van justitie, advocaten, journalisten – hebben met elkaar gemeen dat meerdere prominente vakgenoten momenteel politiebescherming behoeven. De recente geschiedenis wijst uit dat niemand onaantastbaar is. Het wrange is: alle partijen hebben een aandeel in die opwarming, en iedereen voelt de gevolgen. De temperatuur moet dringend omlaag.

Om de hand eerst in eigen boezem te steken: iedere strafrechtadvocaat dient doordrongen te zijn van de risico’s rondom de beeldvorming van de hele beroepsgroep als hij of zij zich profileert. Het geeft geen pas je als strafrechtadvocaat in woord of beeld te associëren met de iconen van de georganiseerde criminaliteit. Advocaten mogen niet dwepen met het beeld van de consigliere, de raadsman-crimineel die niet vóór maar tegen de rechtsstaat strijdt. Ter geruststelling: die strafrechtadvocaten betreffen gelukkig slechts een hele kleine groep, al is het wel een groep die door graag naar buiten te treden het beeld kan bepalen.

Onnodig grievend

De advocatuur heeft zich echter ook ontwikkeld, onder andere door scherper toezicht op de eigen beroepsgroep door de deken. De kernwaarden en gedragsregels worden duidelijk uitgedragen, dubieuze betalingen of anderszins onoorbaar gedrag wordt tuchtrechtelijk aangepakt en die tuchtrechtspraak wordt uitgebreid gepubliceerd. Voor de strafrechters en officieren van justitie bestaat de mogelijkheid effectief te klagen bij de deken, of in andere overlegstructuren, over ongepast gedrag in de zittingszaal en bij verhoren.

Achter de schermen mopperen officieren van justitie dat klagen geen zin heeft, dat bewezen overtredingen niet gesanctioneerd worden. Als dat zo is, moeten die klachten serieus genomen worden. Maar als na onderzoek van de deken blijkt dat geen laakbaar gedrag kan worden vastgesteld, dan moet daarmee de kous af zijn. Eventuele misstanden binnen de advocatuur of beschuldigingen daaromtrent moeten niet eerst in de media of kort voor de zitting worden aangekaart; advocaten kunnen zich dan niet verweren.

Lees ook: ‘Het is een kwestie van tijd voordat de eerste officier van justitie of rechter vermoord wordt’

De strafrechtadvocaat is geen criminele raadsman of juridisch medewerker van een criminele organisatie. Elke uitlating in deze zin – Pieter van der Kruijs sprak in een opiniestuk in NRC over „het legale verlengstuk” – is onnodig grievend voor een hele beroepsgroep, en bovendien schadelijk en gevaarlijk. Het maakt de strafrechtadvocaat vervangbaar, met de ergste consequenties tot gevolg.

Het beeld klopt ook niet. Een advocaat is onafhankelijk en integer. Een advocaat maakt geen onderdeel uit van het criminele lichaam, maar wordt – bij gebrek aan een smaakvollere metafoor – bij tijd en wijle als een thermometer binnengebracht. Buiten het zicht van de andere procesdeelnemers verricht een advocaat daar cruciale werkzaamheden. Een advocaat verdedigt de rechtsstaat altijd. De advocaat verdedigt de integriteit van de rechter, de officier van justitie en de journalist altijd. De advocaat kweekt begrip voor deze rollen, en de personen die er achter schuil gaan. Bemiddelt. Sust. Brengt cliënten van onbezonnen plannen af.

‘Maffiamaatje’

Officieren van justitie dienen daarop te vertrouwen en het hoofd koel te houden. Te vaak wordt de advocaat ook door de staande magistratuur met zijn cliënt vereenzelvigd. Recent dieptepunt is de frontale aanval van een Amsterdamse magistraat, officier van justitie George Rasker, die begin augustus zonder daartoe enig bewijs te presenteren een raadsman aanwreef een maffiamaatje te zijn. Zonder dat die advocaat aanwezig was en zich kon verweren. Een verwijt dat door diezelfde officier van justitie gemakkelijk naar de hele beroepsgroep werd doorgetrokken.

Lees ook dit opiniestuk van strafrechter Jacco Janssen: Hou het strafproces heel, ook als de druk erop hoog wordt

Die schandelijke beschuldiging stond dezelfde avond met chocoladeletters in de krant. Want voor een heftige mening wordt altijd ruimte gemaakt. De onderbouwing – of juist het gebrek daaraan – wordt journalistiek minder kritisch getoetst. Een debat hieromtrent ligt voor de hand, maar het is een hardnekkig misverstand dat een geforceerd gesprek tussen een aanvallende schreeuwlelijk en een verdedigende expert nieuwe inzichten oplevert. Toch beperkt het debat zich te vaak tussen deze kampen, terwijl realistische kritiek en tegenspraak veel meer zou opleveren, zonder onnodige polarisatie. De journalistiek dient zich bewuster te zijn van wie de megafoon krijgt aangereikt, wat diens boodschap is en met welk motief gesproken wordt, ook ten aanzien van de strafrechtspleging.

Polarisatie op de loer

De rechter dient op zijn beurt kritischer naar de rechtmatigheid van overheidsoptreden te kijken. Niet lang geleden was de Hoge Raad nog stellig van mening dat het in het gareel houden van opsporingsdiensten niet tot zijn taken behoorde. Van de strafrechter mag worden verwacht dat die net zo kritisch kijkt naar het justitieel overheidshandelen als naar de zwijgende verdachte en diens advocaat die – desondanks – verweren voert. Strafrechtadvocaten zullen altijd wijzen op door hen geconstateerde onrechtmatigheden in de opsporing en vervolging, ook al schuurt dat.

Zeker in een tijd waarin het openbaar ministerie de grenzen van het behoorlijke opzoekt door de toepassing van ingrijpende, niet-wettelijke geregelde opsporingsmethoden, is controle op die opsporing essentieel voor de strafrechtspleging. Dat strafrechtadvocaten de vinger op de zere plek leggen en dat wordt benoemd dat de rechter niet altijd durft te sanctioneren, is geen fijne boodschap maar wel een feitelijke constatering.

Op al deze terreinen ligt polarisatie op de loer. Die moet worden voorkomen. Iedereen lijdt onder de verhitte gemoederen, en iedereen is in enige mate verantwoordelijk. Dat betekent ook dat de oplossing voor dit probleem bij iedereen kan worden gevonden. Voor alle partijen bestaat een dringende aanleiding tot reflectie. Afkoelen, en daarna stevig en permanent in gesprek. Eerst intern, en daarna met elkaar. Want met enkel het ophogen van de eigen terp wordt de polder niet beschermd. Wanneer de dijk breekt staat de gehele strafrechtspleging onder water.