Reportage

Opluchting en onzekerheid onder gevluchte Afghanen aan het Albanese zwembad

Afghaanse vluchtelingen Albanië behoort tot de armste landen van Europa, maar in resorts aan de Adriatische kust biedt het opvang aan honderden Afghaanse vluchtelingen. En dat doet het volgens premier Rama niet alleen om goede sier te maken bij de VS en de EU.

Albanië heeft tot nu toe 662 Afghaanse vluchtelingen opgevangen in resorts aan de Adriatische kust, in afwachting van hun verblijfsvergunning in de Verenigde Staten.
Albanië heeft tot nu toe 662 Afghaanse vluchtelingen opgevangen in resorts aan de Adriatische kust, in afwachting van hun verblijfsvergunning in de Verenigde Staten. Foto Florion Goga

Symbolischer kan het niet. Het eerste wat de bezoeker van het Rafaelo Resort in de Albanese badplaats Shëngjin ziet, is het Vrijheidsbeeld. Het beeld staat voor de entree van een vijfsterrenhotel. Op een grasveldje spelen vrouwen en kinderen met een bal. Rond het zwembad zitten mensen met hun telefoon op ligbedden. Ondanks de hitte hebben ze veel kleren aan, veel vrouwen bedekken hun haar. Het zijn Afghaanse vluchtelingen, op weg naar een nieuw leven in de Verenigde Staten.

Albanië, een van de armste landen van Europa, is de verrassende bestemming voor honderden Afghanen die hun land wisten te verlaten na de overname van Kabul door de Taliban op 15 augustus. Op 27 augustus arriveerde de eerste groep in Tirana. Hun verblijf in Albanië is tijdelijk. De VS hebben tijd nodig om alle geëvacueerden, ook in andere landen, te screenen en om te beoordelen of een Amerikaanse verblijfsvergunning gerechtvaardigd is. Naar verwachting duurt dat twaalf tot veertien maanden.

Op verzoek van de VS vangen ook de buurlanden Noord-Macedonië en Kosovo – en Oeganda – vluchtelingen tijdelijk op. Albanië dacht aan vierduizend mensen, maar dat aantal zal door de vrijwel gestopte evacuaties uit Kabul niet worden gehaald. Op dit moment gaat het om 662 vluchtelingen, verspreid over twee locaties aan de Adriatische kust.

Onwennig lopen de vluchtelingen over het terrein van Rafaelo Resort, waar ze een kwart van de ruim zeshonderd kamers bezetten. Jongetjes kijken smachtend naar het zwembad. Ze mogen pas ’s middags zwemmen om de toeristen in de ochtend alle ruimte te geven. Behalve winkeltjes met flamingozwembanden heeft de kleine badplaats weinig te bieden, de nabijgelegen stad Lezhë is trots op het mausoleum van vader des vaderlands Skanderbeg. Op reissite Tripadvisor scoort Rafaelo matig: 2,5 van 5 mogelijke ballen. Het Twin Towers Hotel verderop scoort hoger.

De Afghaanse vluchtelingen mogen pas ’s middags zwemmen om de toeristen in de ochtend alle ruimte te geven. Foto Florion Goga

‘Een kunstenaar in de politiek’

Het strand met parasols, pal naast het resort, is niet besteed aan Negina [achternaam bekend bij redactie], een kunstenaar van 23. Ze wil wel praten – in het Engels – aan een tafeltje bij het zwembad, maar een portretfoto vindt ze te gevaarlijk vanwege haar achtergebleven familie.

In Kabul maakte Negina deel uit van ArtLords, een collectief dat zich met streetart inzette voor vrouwenrechten. Tien van de 54 leden van de groep zijn in Rafaelo. Negina’s ouders, zus en twee broers zijn nog in Kabul. „Het is moeilijk om contact te houden, maar ik geloof dat het goed met ze gaat.” Een van haar broers was tolk voor het Amerikaanse leger. Op 19 augustus vloog ze van Kabul naar Dubai, vier dagen later naar Tirana. „In Dubai hoorden we dat we naar Albanië zouden gaan. Ik wist alleen dat het in Europa is, verder niets. Maar dat maakt me niet uit. We kunnen hier ademhalen.”

Evacuatiebeleid VS: resultaten (aantallen evacués)

Midden in Tirana, in een gebouw uit de tijd dat Albanië was bezet door Mussolini, zit premier Edi Rama achter een bord lasagne. De muren van zijn riante werkkamer zijn behangen met eigen werk, zijn bureau staat vol met stiften en potloden. „Ik ben geen politicus, ik ben een kunstenaar in de politiek.” Dat moge zo zijn, Rama is wel sinds 2005 voorzitter van de Socialistische Partij en net begonnen aan een derde termijn als premier.

Opvang in een tentenkamp was geen optie voor de Afghaanse vluchtelingen, zegt Rama. „Kampen zijn dehumaniserend en zorgen voor een zeer verontrustend beeld, zowel voor de vluchtelingen zelf als voor de samenleving. Kampen zijn een schande.” De slachtoffers van de aardbeving in november 2019 werden ook ondergebracht in hotels. „Gelukkig was het winter, de hotels stonden leeg.” Komende zomer moeten de vluchtelingen elders onderdak krijgen. „Daar zijn we mee bezig.” Vluchtelingen die na de screening niet welkom zijn in de VS kunnen in Albanië blijven, zegt Rama.

Lees ook dit artikel: Laatste verzet gestaakt, EU begint onderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië

Geen land met geheugenverlies

De suggestie dat juist Albanië, een land met veel arbeidsmigranten in het buitenland en een land dat dolgraag lid wil worden van de Europese Unie, vluchtelingen opvangt om goede sier te maken bij de VS en de EU, vindt de premier onzin. „We doen dit niet voor een goede relatie met de VS. We zijn lid van de NAVO, we voelen dit als onze verantwoordelijkheid. Militair gezien is onze rol bescheiden, maar als we nuttig kunnen zijn dan zijn we dat.”

Rama is kritisch over West-Europese landen die de Afghaanse vluchtelingen liever op afstand houden. „Wij kunnen het ons niet permitteren om ons te gedragen als een rijk land met geheugenverlies. Ik denk dat Europa worstelt met het beschermen van waarden en principes omdat de generatie die nu aan de macht is geen oorlog heeft meegemaakt.”

De Tweede Wereldoorlog is nooit ver weg in Albanië. Vorig jaar opende Rama het Holocaust Memorial in Tirana, opgedragen aan de Albanezen die Joden beschermden tegen de nazi’s. Niet alleen de premier, ook andere Albanezen wijzen erop dat alleen in hun land het aantal Joden aan het einde van de oorlog groter was dan aan het begin. Het opvangen en beschermen van mensen in nood hoort bij de eeuwenoude nationale erecode, de besa. Alleen in de communistische tijd, van 1944 tot 1991, keerde Albanië zich af van de wereld.

Ook in de Kosovo-oorlog van eind jaren negentig geldt Albanië als toonbeeld van gastvrijheid. In die periode vonden 500.000 Kosovaren, op de vlucht voor Servische agressie, onderdak bij Albanezen. Kushtrim Mjaku uit Kosovo, met vrouw en jonge zoontjes bij het zwembad in Rafaelo, vindt het goed dat de Afghanen worden opgevangen. „Wij weten wat het is om te moeten vluchten, ik denk dat we ze moeten helpen. We zagen hier een vrouw sjouwen met twee kleine kinderen, we willen een kinderwagen voor haar kopen.”

Strakke mini-samenleving

Dat bijna alle Afghanen in Shëngjin goed Engels spreken, is geen toeval. Ze zijn hogeropgeleid en werkten voor Amerikaanse organisaties of Afghaanse instellingen die met Amerikaans geld werden gefinancierd. Er zijn journalisten bij, ingenieurs en veel vrouwen die zich inzetten voor vrouwenrechten. Ze zijn geëvacueerd met hulp van Amerikaanse ngo’s als National Endowment for Democracy en National Democratic Institute. De Open Society van George Soros vroeg hulp aan de Albanese regering voordat de Amerikaanse regering dat deed. Meerdere vrouwen noemen de Yalda Hakim Foundation, een initiatief van een in Afghanistan geboren BBC-journaliste.

De groep vluchtelingen functioneert als een strak georganiseerde mini-samenleving: ‘teamleiders’ verzorgen het contact met de buitenwereld en roepen hun groep bijeen als er een probleem moet worden besproken. In het kringgesprek op rode campingstoelen voeren de vrouwen het woord, de mannen houden zich afzijdig. De teamleider is een gesluierde vrouw van twintig, haar assistent een jongen van zestien die naar CNN kijkt op zijn laptop.

Er is psychologische begeleiding: „Als iemand alleen aan tafel zit, ga er dan bij zitten.” Voor de kinderen wordt een schooltje opgezet. Een groep vrouwen krijgt uitleg van een Albanese schoonheidsspecialiste over waar ze terechtkunnen voor persoonlijke verzorging. Een Afghaans-Engelse arts die al twintig jaar in Londen werkt, helpt met zijn vrouw twee weken vrijwillig in het resort. Ze zijn een vraagbaak voor iedereen. Het is lastig om de juiste medicijnen te krijgen, vertelt de arts.

Bijna alle Afghanen in het Rafaelo Resort hebben voor Amerikaanse organisaties gewerkt, of voor Afghaanse instanties die met Amerikaans geld zijn gefinancierd. Foto Florion Goga

Journalist Elyas (29) zag vorige week wat zijn collega’s bij de krant Etilaatroz overkwam nadat ze verslag deden van een vrouwenprotest in Kabul: de beelden van hun gemartelde lichamen gingen de wereld over. Elyas en zijn vrouw, werkend voor het ministerie van Binnenlandse Zaken, verlieten Kabul op 23 augustus en belandden in Tirana. Zijn ouders, twee broers en twee zussen zijn in Afghanistan. „Ik zou het liefst terugkeren, maar dat kan niet. Ik hoop in de VS te kunnen werken als journalist.”

Steeds klinkt dezelfde mengeling van gevoelens bij de vluchtelingen: opluchting dat ze zijn weggekomen, verbazing over de onverwachte omgeving, bezorgdheid over achtergebleven familie en collega’s, onzekerheid over de toekomst. Voorlopig staat haar leven stil, constateert kunstenaar Negina. Het vooruitzicht dat ze nog een jaar in het resort zit, is weinig opwekkend. „Het is mooi hier, maar ik kan er niet van genieten.”