Kaag houdt woord — haar vertrek zal haar positie in de formatie niet verzwakken

Vertrek minister Een motie van afkeuring tegen demissionair minister Kaag (D66) en Bijleveld (CDA) was voor de eerste reden op te stappen.

Sigrid Kaag (D66) stapt op als demissionair minister van Buitenlandse Zaken.
Sigrid Kaag (D66) stapt op als demissionair minister van Buitenlandse Zaken. Foto David van Dam

Meteen na haar aftreden als minister van Buitenlandse Zaken, donderdagavond net voor acht uur, gaf D66-leider Sigrid Kaag eerst Mark Rutte (VVD) een boks. Die was in april van dit jaar níét opgestapt als premier na een motie van afkeuring tegen hem. Kaag draaide zich om naar minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA), maar keek haar bij de boks niet aan. Ze miste, hun vuisten raakten elkaar ergens aan de zijkant. Ook tegen Bijleveld werd een motie van afkeuring aangenomen, net als bij Kaag om haar rol in de slecht verlopen evacuatie van Afghanen die voor Nederland hadden gewerkt. Maar Bijleveld blijft minister.

In het kabinetsvak had Kaag net daarvoor gezegd: „In míjn opvatting over democratie en cultuur van ons bestuur moet een minister gaan als het beleid wordt afgekeurd.”

Daar waren dus, in haar directe omgeving, ook ándere opvattingen over.

Kaag klonk geëmotioneerd. Ze zei buiten de grote debatzaal dat ze een „prachtambt” had gehad, en dat het ministerschap voor haar „een roeping” was geweest.

Vanaf half vier ’s middags, toen bleek dat de ChristenUnie de motie van afkeuring tegen haar zou steunen en er dus een meerderheid was in de Tweede Kamer, was al zo goed als zeker dat ze zou vertrekken.

Ze kon nauwelijks nog iets anders beslissen: op 1 april, na het debat waarin Rutte was gebleven ondanks een motie van afkeuring, had Kaag gezegd dat zíj „de consequenties” zou hebben genomen van zo’n motie. Zíj zou zijn opgestapt. „Maar ik ben een ander mens.” Die uitspraak leidde tot hevige irritatie bij de VVD.

‘Vreselijk nieuws’

Een motie van wantrouwen tegen Kaag, die geldt als veel zwaarder dan een motie van afkeuring, werd donderdagavond níét aangenomen. Zo ging het ook bij Rutte, toen in april was gebleken dat hij onwaarheden had verteld over een gesprek in de kabinetsformatie. Voor Rutte was dat toen de reden om toch te blijven. En dat is nu ook waarom Bijleveld aanblijft: bij een motie van afkeuring hóéf je niet weg. Rutte zei donderdagavond dat hij Bijlevelds beslissing „staatsrechtelijk gezien” begrijpt.

Over Kaags beslissing, die hij „vreselijk nieuws” noemde, zei hij dat hij die óók begreep. „Vanuit wie ze is en hoe ze is, en ook wat ze op 1 april daar zelf over heeft gezegd.”

Maar hij vond ook dat het bij een motie van afkeuring „aan de persoon zélf” is. „Beide wegen staan open.” Je kon weggaan, maar ook blijven.

Ank Bijleveld, die als minister van Defensie al vaker langs de rand van de politieke afgrond ging, had al voor de stemming laten weten dat ze niet zou opstappen bij een motie van afkeuring. Bij de verklaring van Kaag keek Bijleveld strak voor zich uit.

Lees ook dit artikel over de harde aanvallen van Kaag op Rutte in de HJ Schoo-lezing: De escalatie van Kaag is tactisch en persoonlijk

Kaag blijft de leider van D66. „Ik ga formeren”, zei ze buiten de zaal. „Een kabinet maken.” In die gesprekken over de formatie zal haar positie er nu in elk geval niet zwakker op geworden zijn. D66 heeft al eerder duidelijk gemaakt weinig te zien in een minderheidskabinet, waar informateur Johan Remkes sinds vorige week aan werkt. Komend weekend komen de leiders van VVD, D66 en CDA bij elkaar op een landgoed in Hilversum om het erover te hebben, in een informele sfeer, samen met hun naaste medewerkers. Als die poging mislukt en nieuwe verkiezingen dichterbij komen, is er voor D66 alvast één groot campagnevoordeel: Kaag heeft, anders dan haar collega’s van VVD en CDA, wél verantwoordelijkheid genomen voor fouten.

Lees ook dit dossier over de formatie

ChristenUnie redde haar niet

Dat de formatie tot nu toe nauwelijks op gang is gekomen, kwam door allerlei blokkades die partijen voor elkaar hebben: zo wilde D66 niet aan tafel gaan zitten met de ChristenUnie. En juist die partij had haar op donderdag als minister kunnen redden – maar deed dat niet. D66 wist dat voordat het naar buiten kwam: de ChristenUnie had het al aan Kaag laten weten.

In de debatzaal, op donderdagavond, had Kaag de Tweede Kamer bedankt en gezegd: „Gods zegen.”

Het was stil. Daarna moest er weer verder worden gedebatteerd over de coronapas die het demissionaire kabinet wil invoeren.

Haar vertrek heeft Kaags positie in de formatie sowieso niet verzwakt

Kaag en Rutte dronken na de stemming samen cappuccino in het restaurant waar alleen Tweede Kamerleden, bewindslieden en medewerkers mogen komen. Ook Sophie Hermans, tijdelijk fractievoorzitter van de VVD, en Rob Jetten waren erbij – zíj maakten een ontspannen indruk. Jetten had tot nu toe de D66-fractie geleid. Die rol neemt Kaag nu van hem over. Kaag (59), die in 2017 door D66 naar Nederland was gehaald – ze werkte voor de VN – om mee te doen aan het kabinet.

Op donderdagavond stapte ze nog één keer in haar dienstauto van het ministerie.

Lees ook dit artikel: Zo verliep de chaotische evacuatie uit Kabul Kabinet is los zand geworden pagina 2-3Commentaar over Kaag pagina 17