Opinie

Europeanen zijn verslingerd geraakt aan Merkels voetje-voor-voetje-politiek

In Europa

Duitsland wil alles heel voorzichtig doen in Europa. En andere Europeanen vinden dat eigenlijk wel best zo. Alleen zo kun je een recente peiling van de denktank ECFR interpreteren, waaruit blijkt dat Europeanen uit twaalf landen Duitsland onder kanselier Merkel beschouwen als een positieve, leidende macht in Europa waar ze graag op willen leunen. Als Merkel kandidaat was voor het Europese presidentschap, zou 41 procent op haar stemmen (in Nederland 58 procent). Macron zou maar 14 procent krijgen. De overgave aan Merkels Europapolitiek is zo groot dat zelfs veel Portugezen en Spanjaarden, die toch behoorlijk in het nauw zijn gebracht door Merkels herhaalde ‘Nein’ en veelvuldige getreuzel tijdens de eurocrisis en bankencrisis, zeggen dat ze vertrouwen hebben in Duits leiderschap op financieel en economisch gebied. Dat Duitsers veel topposities bij Europese instellingen bekleden, vinden Europeanen evenmin een probleem. Ten slotte waarderen ze het dat Duitsland onder Merkel opkomt voor de democratie, Europese waarden en de rechtsstaat.

Wel, wel. Wat moeten we hiermee? De Europeanen die hiervoor zijn ondervraagd, lijken een Duitsland en een Merkel te steunen die amper bestaan. Tijdens de eurocrisis trapte Duitsland constant op de rem en blokkeerde het maatregelen, waarna de crisis steeds verergerde en Berlijn gedwongen werd om die maatregelen alsnog te accepteren: uit zulke U-bochten zijn het euronoodfonds en de bankenunie ontstaan, en later het corona-herstelfonds ook. En Merkel, opkomen voor de rechtsstaat? Zíj wilde Viktor Orbán binnen de conservatieve familie houden, al trad hij Europese waarden met voeten. Zíj wilde het aussitzen met Polen om geen stiefkinderen te maken, al helemaal niet in Oost-Europa.

Alleen in de manier waarop Duitsland Europese belangen verdedigt tegenover grootmachten als China en Amerika hebben Europeanen weinig fiducie. Maar verder lijkt het erop dat zij verslingerd zijn geraakt aan Duits voortmodderen. En dat zij de hele voorzichtige, extreem consensusgerichte, vertragende Merkeliaanse voetje-voor-voetje-aanpak in Europa waarderen alsof het gaat om echt beleid, dat voortkomt uit een politieke visie voor het continent.

Het is interessant om te zien dat de ondervraagde Duitsers die waardering veel minder hebben. Zij leven in een land vol files, een land dat nauwelijks terroristen kan (ver)volgen vanwege de privacyregels, een land waar het internet zo beroerd is dat je overal met pen op eindeloze paperassen moet invullen of je databescherming wilt, een land waar de vaccinatie achterloopt bij andere ontwikkelde landen, een land met een verwaarloosd leger dat amper inzetbaar is voor vredesmissies. Toch schrijven Franse kranten elke paar maanden dat in Duitsland alles beter is.

Duitsland is, onder Merkel, bij uitstek de ‘reluctant hegemon’ gebleven. Een land dat niet wil leiden in Europa, niemand tot last wil zijn en met rust gelaten wil worden, al sluipen vileine rivalen grommend langs de Europese buitengrenzen. Dit zal na de verkiezingen op 26 september niet gauw veranderen. Niet voor niets voert Olaf Scholz campagne als de nieuwe Merkel – „Er kann Kanzlerin”. Het werkt: Duitsers willen stabiliteit. Dat bracht de voorzichtige, behoedzaam manoeuvrerende Merkel hen. Hoe turbulenter de wereld, hoe meer Merkeliaans ze worden.

Dat komt de rest van Europa goed uit. Overal kunnen heethoofden aan de macht komen, behalve in Duitsland. Want Europa draait om Duitsland, het land dat nooit meer zo dominant mag worden op het continent. Het land dat daarom met Frankrijk en anderen in de jaren vijftig in een harnas van Europese regels werd gehesen. Het land dat, omdát het Europa al eens kapotmaakte, dat niet nog eens zal doen.

Als Duitsland gaat zwabberen, raakt heel Europa uit het lood. Maar blijft het moeizaam doorploegen, tergend traag bewegen en consensus zoeken tot in het oneindige, dan is het goed. Alles beter, ook in het huidige Europa, dan een dominant Duitsland. Sommige dingen veranderen nooit.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.