Opinie

De Zuidas-dominee is geen CDA-lid meer

Petra de Koning

Het was opeens stil geworden op het CDA-congres, afgelopen zaterdag in de Brabanthallen. Bij een van de microfoons had Ruben van Zwieten (38) zijn partijlidmaatschap opgezegd: predikant en oprichter van een bezinningscentrum, de Nieuwe Poort, tussen de advocatenkantoren, verzekeraars en banken op de Amsterdamse Zuidas.

Na twintig jaar. Hij had in CDA-commissies gezeten en hij had, zoals hij zelf zegt, „de pijn” met zich meegedragen van 2010, toen het CDA was gaan meedoen aan het kabinet-Rutte I, met steun van de PVV.

Nu wilde Wopke Hoekstra niet aan één tafel zitten met GroenLinks en de PvdA. In de partijtop leek er vooral opluchting te zijn over het vertrek van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt. En op het congres had een raadslid uit Groningen nauwelijks mogen uitpraten over het CDA dat net als de Barmhartige Samaritaan veel vaker van zijn ezel moest stappen om mensen te helpen.

Vanaf dat moment wist Ruben van Zwieten dat hij met één ruk aan het theatergordijn, en dus in die zaal, een eind zou maken aan zijn lidmaatschap. Drie dagen na het congres zegt hij: „Ik wilde aan al die lieve mensen die het zo goed bedoelen laten weten: gá wég. Het CDA is al lang geen partij meer met oog voor de medemens.”

Hij was bij de microfoon de enige die zijn naam niet noemde, hij was „een dertiger uit Amsterdam”. Het ging er niet om, vond hij, dat mensen hem misschien kenden van DWDD of Nieuwsuur. Het CDA wil graag kiezers aantrekken uit grote steden, en ook jongeren. Maar hém waren ze kwijt.

Heel even werd er geklapt, maar dat leek een vergissing. De stilte daarna had Van Zwieten verbijsterend gevonden. „Ik had nooit gedacht dat ik de enige zou zijn die dit zou zeggen.”

En toen was het, zegt hij, alsof in zijn hoek van de zaal twee stripfiguren verschenen. „Barbapapa en Barbamama.” De CDA-ministers Ank Bijleveld en Ferdinand Grapperhaus. Dat Bijleveld met hem kwam praten, was een idee van oud-CDA-strateeg Jack de Vries. Grapperhaus was meegegaan, hij was zelf advocaat geweest op de Zuidas.

Bijleveld vroeg waarom hij weg wilde bij het CDA, ze was ook over andere dingen begonnen. „En toen zei Grapperhaus: ‘Je kijkt me niet aan hè. Ik weet waarom je me niet aankijkt, Ruben.’”

Van Zwieten zegt dat hij „Zuidas-taal” hoorde: bedoeld om een stevige indruk te maken. Van Zwieten was Bijbeltaal gaan terugpraten. „Als de Heer naar Abel kijkt, kan hij niet óók naar Kaïn kijken.” Het punt van dat verhaal, zegt Van Zwieten, is dat Gods aandacht voor de zwakkere is: Abel.

Maar hij dacht niet dat Bijleveld en Grapperhaus het hadden begrepen. Ze moesten maar eens verder praten, zei Grapperhaus. „Ik zei: ‘Je hebt m’n nummer, Ferd.’ En hij zei: ‘Jij hebt ook míjn nummer.’ Moest ik hém dan gaan bellen?”

Dat deed Van Zwieten niet. Grapperhaus belde ook niet.

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) schrijft elke donderdag op deze plek een column.