Reportage

‘Angst mag de vrijheid van de kunstenaar niet in de weg staan’

Klassiek Met haar compositie ‘Ritual Bells, Global Gongs’ vertelt Sinta Wullur het verhaal van de Indonesische geschiedenis met gamelan en basklarinet. Zo verbindt ze de muziek uit oost en west met elkaar.

Sinta Wullur en Jos van Kan tijdens de repetities van ‘Ritual Bells, Global Gongs’.
Sinta Wullur en Jos van Kan tijdens de repetities van ‘Ritual Bells, Global Gongs’. Foto Hans The

Op de stenen vloer van de Oosterkerk staat de gamelan in een waaiervorm opgesteld. Het is een reusachtig instrument, bestaande uit een aantal liggende en staande bronzen gongs, bonangs (gongketels) en de saron (een metallofoon). De Indonesisch-Nederlandse componiste Sinta Wullur (Bandung, 1958) heeft haar gamelan-instrumentarium westers chromatisch gestemd, „wohlemperiert”. Dat is wezenlijk verschillend van de oorspronkelijk Javaanse microtonale toonschaal.

Voor het Ensemble Multifoon schreef zij het muziekstuk Ritual Bells, Global Gongs, waarbij ze de gamelan combineert met westerse instrumenten als basklarinet en viool. Ook treden tijdens de muziekuitvoering, in de regie van Jos van Kan, twee vocale solisten op en een koor onder leiding van dirigent Fokko Oldenhuis.

Het voltallige muziekgezelschap repeteert in de kerk. Wullur beschouwt haar compositie „als een verbinding tussen oosterse en westerse muziek”. Op de vraag in hoeverre de westerse stemming van de gamelan geen culturele toe-eigening is, antwoordt ze stellig: „Mensen denken dat een gamelan, zoals die bijvoorbeeld in het Tropenmuseum staat, dé gamelan is, alsof het een museaal object is waaraan je niet mag tornen. Ik zie het anders. Een gamelan is een levend instrumentarium dat meebeweegt met muzikale ontwikkelingen. Door de westerse stemming kan nieuwe muziek gemaakt worden met de traditionele, bronzen klanken van de gamelan.”

Repetities van Ritual Bells, Global Gongs, met Bernadeta Astari en Ilyas Nadjafi. Foto Hans Thé

Koloniale geschiedenis

Regisseur Jos van Kan (Eindhoven, 1962) verlegde na tal van regies in Nederland en Duitsland jaren geleden zijn aandacht naar Azië, onder meer Taiwan en Cambodja. Hij studeerde klassieke opera in Taiwan: „In Ritual Bells verklanken we de eeuwenlange koloniale geschiedenis van Indonesië en Nederland. In het libretto van schrijfster Mirthe Frese zijn bestaande teksten vanaf de vroegste VOC-tijd tot op heden verwerkt. Nadrukkelijk zien we de geschiedenis als een gedeelde geschiedenis, er is niet één verhaal, één waarheid. De harde feiten van het kolonialisme, zoals slavernij en uitbuiting, komen uiteraard aan de orde.”

Lees ook: Morele verwording in Nederlands Vietnam

Wullur en Van Kan realiseren zich dat een voorstelling over het Nederlandse koloniale verleden nu complexer is dan ooit. Toch begrijpt Wullur die ophef niet altijd: „Mijn moeder studeerde en speelde klassieke westerse piano in Indonesië. Beethoven, Chopin. De westerse muziekcultuur is me in het oosten doorgegeven door mijn moeder. Ik kwam op mijn tiende in Nederland aan en leerde gamelan tijdens mijn studie piano en compositie aan het Sweelinck Conservatorium.” Ook studeerde ze compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, bij Ton de Leeuw, Theo Loevendie en Louis Andriessen. In 2002 werd Sinta Wullur verkozen tot Toondichteres des Vaderlands.

Ze vertelt dat vermenging van culturen vanaf haar vroegste jeugd in Bandung een vanzelfsprekendheid is: de wekelijkse godsdienstles op school onderwees de vier grote religies, islam, katholiek, protestants en hindoe. Die ervaring gaf haar een brede culturele kijk: „We kunnen de geschiedenis niet terugdraaien”, zegt ze, „wel kunnen we met begrip en respect omgaan met elkaars verleden.”

Gevoeligheden

Van Kan ziet zeker in dat maatschappelijke verandering broodnodig is maar is als regisseur ook bezorgd, omdat de gevoeligheden zo groot zijn: „De discussie over de vertaling van The Hill We Climb van de Amerikaanse dichteres Amanda Gorman is er een voorbeeld van dat we behoedzaam moeten zijn, en bijna op onze tenen moeten gaan lopen als het om koloniale onderwerpen gaat. Maar ik wil niet bevriezen of me laten lamslaan door de angst niet politiek correct te zijn. Angst mag de kunst en de vrijheid van de kunstenaar niet in de weg gaan staan, maar dat betekent natuurlijk niet dat ik mijn ogen en oren sluit voor nieuwe, belangwekkende ontwikkelingen.”

Voor Wullur overstijgt muziek de culturele barrières die de wereld, vooral het Oosten en Westen, steeds meer verdelen. Het is haar ideaal stijlen met elkaar te verbinden. Als ze aan Ritual Bells, Global Gongs denkt, dan is de Matthäus-Passion het eerste dat in haar opkomt. Tijdens de repetitie in de Oosterkerk blijkt dat zo: een vioolsolo vermengt zich met de bronzen gamelan en de vocalisten zingen het verhaal, als in een oratorium. Wullur: „Het is jammer dat in de muziek nog te veel uit gescheiden werelden wordt gedacht. Gongs kunnen zuchten, wanhopen, dansen. Zo vertellen we de veelzijdige Indonesische geschiedenis, met gamelan, koor en zangsolisten.”

Ritual Bells, Global Gongs o.l.v. Fokko Oldenhuis. Met Ensemble Multifoon, Neon Koor, Bernadeta Astari en Ilyas Nadjafi. Première: 18/9 Nicolaïkerk, Utrecht. Tournee t/m 8/10. Inl: sintawullur.com