Analyse

Wil Biden nu ook de Amerikaanse strijdmachten terugtrekken uit Irak en Syrië?

Interventionisme De Amerikaanse president wil stoppen met „grote militaire operaties om andere landen te veranderen”. Daarvoor is geen draaiboek – de situatie in Irak verschilt sterk van die in Syrië. En al helemaal van die in Afghanistan.

Amerikaanse en Iraakse bevelhebbers tekenden op 23 augustus de overdracht van het bevel over de militaire basis Taji aan het Iraakse leger.
Amerikaanse en Iraakse bevelhebbers tekenden op 23 augustus de overdracht van het bevel over de militaire basis Taji aan het Iraakse leger. Foto Murtadha al-Sudani / Anadolu Agency via Getty Images

In een toespraak na het vertrek van de laatste Amerikaanse militair uit Kabul onderstreepte Biden de bredere betekenis van de terugtrekking. „Deze beslissing over Afghanistan gaat niet alleen over Afghanistan”, zei hij. „Het gaat om het beëindigen van een tijdperk van grote militaire operaties om andere landen te veranderen.”

De boodschap was duidelijk: twintig jaar na 9/11 wil Biden afrekenen met het interventionisme van Bush. Maar op welke andere „grote militaire operaties” doelde hij precies? Suggereerde Biden soms dat de aftocht uit Afghanistan een opmaat is voor terugtrekkingen uit Irak en Syrië?

De drie gevallen zijn moeilijk te vergelijken. De missie in Afghanistan liep volgens Biden spaak op een mislukte poging tot ‘nation building’, maar in Syrië was daar nooit sprake van en in Irak bestond die pretentie alleen onder Bush. Beide missies werden met tegenzin begonnen door Obama, die zich genoodzaakt zag in te grijpen tegen Islamitische Staat. Nu het fysieke kalifaat is ingestort, houden de negenhonderd Amerikaanse militairen in Syrië en de 2.500 in Irak zich bovendien bezig met het monitoren van Irans regionale activiteiten – mede op aandringen van Israël.

Het is te verwachten dat Biden na het debacle in Afghanistan zal wachten eer hij zich brandt aan Irak of Syrië. Maar dát hij weinig op heeft met beide missies en met het Midden-Oosten, is duidelijk. De regio haalt niet eens Bidens ‘top drie’, aldus een van zijn adviseurs tegenover Politico (die top zou zijn: Azië, Europa en Latijns-Amerika).

Biden treedt daarmee in de voetsporen van zijn twee voorgangers. Al sinds Obama de olie-import uit het Midden-Oosten afbouwde, is Amerika’s interesse in de regio snel afgenomen. Waarom zou je je richten op „de gewelddadige delen van de mensheid”, redeneerde Obama in 2016, als je ook aan tafel kunt met ambitieuze Aziaten elders? Trumps boodschap na een gedeeltelijke terugtrekking uit Syrië eind 2019 kwam op hetzelfde neer: „Laat iemand anders over dit met bloed besmeurde zand vechten.”

Vraag is of Biden er na Obama en Trump wél in zal slagen de missies in Irak en Syrië definitief te beëindigen. Is dat op korte termijn denkbaar? Wat staat er op het spel? Een vooruitblik.

Irak

De vorige keer dat de Amerikanen zich uit Irak terugtrokken, waren ze binnen drie jaar weer terug. President Obama maakte in 2011 een eind aan de door Bush begonnen bezetting, maar zag zich in de zomer van 2014 gedwongen opnieuw troepen te sturen omdat het door de Verenigde Staten getrainde Iraakse leger onder de voet werd gelopen door IS.

Onder Obama bleven de spanningen tussen Amerikaanse troepen en de in Irak invloedrijke pro-Iraanse milities beperkt. Dat veranderde toen Trump zich terugtrok uit zijn voorgangers’ nucleaire deal met Iran en begin 2020 de escalatie koos met een raketaanval op de Iraanse generaal Qassem Soleimani en Iraakse militieleider Abu Mahdi al-Muhandis. Direct na die aanval braken er anti-Amerikaanse protesten uit en nam het Iraakse parlement een motie aan voor het vertrek van alle buitenlandse troepen.

Hoewel die motie niet bindend is, staat de Iraakse premier Kadhimi al sinds zijn aantreden in mei 2020 onder grote druk om zich in te zetten voor Amerikaanse terugtrekking. Eind juli leek het zover: Biden en Kadhimi sloten een overeenkomst om de Amerikaanse gevechtsmissie formeel te beëindigen vóór eind 2021.

Dat was voor de bühne, stelt Kirk Sowell, een Amerikaanse Irak-kenner en analist voor het consultancybureau Utica Risk. „In Irak gaat het eindeloos over de Amerikaanse terugtrekking, maar het komt er nooit van.”

In Irak voeren de VS na 2017 nauwelijks nog gevechtshandelingen uit

De deal tussen Kadhimi en Biden gaat slechts over een verandering op papier: de 2.500 Amerikaanse militairen in Irak verliezen hun status als gevechtstroepen en worden voortaan aangemerkt als ondersteunend personeel voor de training van het Iraakse leger. „In de praktijk was dat al jaren hun rol”, aldus Sowell. „Afgezien van sporadische vergeldingen na aanvallen door pro-Iraanse milities voeren de Amerikanen in Irak al sinds 2017 geen gevechtshandelingen meer uit.”

Dat is een cruciaal verschil met Afghanistan, wat volgens Sowell meteen verklaart waarom Biden in Irak minder haast heeft met de terugtrekking. Toch kan dat veranderen, bijvoorbeeld als een nieuw nucleair akkoord met Iran de troepenmacht in Irak minder nodig maakt. Daarbij kan ook de Iraakse politiek omslaan, met name als premier Kadhimi – die zelf overhoopligt met pro-Iraanse partijen en de VS in werkelijkheid als bondgenoot ziet – na de verkiezingen van 10 oktober wordt vervangen door een premier die zich écht hardmaakt voor het vertrek van de VS.

Zelfs als het zover zou komen verwacht Sowell geen chaotische aftocht, zoals uit Afghanistan. Evenmin ziet hij IS weer aan de poorten van Iraakse steden staan, zoals na Obama’s terugtrekking in 2011. „IS zorgt lokaal nog steeds voor problemen, maar bezit nog geen tiende van de slagkracht van een groepering als de Taliban.”

Eerder zou een Amerikaanse terugtrekking zich in Irak vertalen in grote economische onzekerheid. „Nu al is het de vraag of Irak het op de lange termijn gaat redden”, aldus de analist. „Als de VS hun troepen terugtrekken, leidt dat niet zozeer tot een veiligheidsvacuüm zoals in Afghanistan, als wel tot nóg minder investeerdersvertrouwen en verdere aftakeling van de economie – mogelijk met meer illegale migratie naar Europa tot gevolg.”

Naast verliezers zijn er ook winnaars als de VS vertrekken. Afgezien van Iran wijst Sowell in dit opzicht vooral naar China, dat bezig is de Iraakse oliemarkt over te nemen. „De helft van de oliebedrijven in Irak is al Chinees”, aldus Sowell. „Terwijl Amerikaanse bedrijven als Exxon zich terugtrekken, schatten de Chinezen politieke risico’s totaal anders in. Ze investeren op plekken waar het Westen niet meer durft te komen.”

Lees ook dit artikel: Twintig jaar strijd: de Amerikaanse oorlog tegen moslimterreur die de wereld veranderde

Syrië

President Trump deed in oktober 2019 al een poging om Amerikaanse troepen uit Syrië terug te trekken, met chaos tot gevolg. Turkije stak onmiddellijk de Syrische grens over en verdreef de Koerdische strijdgroep YPG, Amerika’s bondgenoot tegen IS. Daarop kreeg Trump zoveel kritiek te verduren voor zijn ‘verraad’ dat hij de terugtrekking halverwege afblies.

Biden wil een herhaling van dit scenario voorkomen, zeker nu zijn eigen chaotische aftocht uit Afghanistan nog vers in het geheugen ligt. Daarbij vervullen de negenhonderd Amerikaanse militairen in het noordoosten van Syrië de nodige tactische functies: ze monitoren pro-Iraanse milities, houden olie- en graanvelden uit handen van het regime en ondersteunen de YPG in de strijd tegen de overblijfselen van IS.

Dat weegt niet op tegen het feit dat de Amerikanen eigenlijk nooit in Syrië hadden willen zijn. De VS hebben geen enkele interesse in een interventie tegen het Assad-regime, en nog minder in ‘nation building’ nadien. Bovendien was hun samenwerking met de YPG tegen IS bedoeld als zeer tijdelijk – dat was ook de belofte aan de Turken. Het uiteindelijke ‘verraad’ van de YPG is van begin af aan voorgeprogrammeerd.

„Biden wil de terugtrekking het liefst in zijn eerste termijn rondkrijgen”, voorspelt Sasha al-Alou, een Syrische academicus verbonden aan de denktank Omran Centrum voor Strategische Studies. Wanneer precies, dat hangt af van onderhandelingen met de Russen en de Turken en een mogelijk nieuw nucleair akkoord met Iran. „Dit wordt een terugtrekking door een reeks van deals, geen gehaast vertrek zoals in Afghanistan.”

Wanneer de VS eenmaal vertrokken zijn, zit de YPG met een groot probleem. Volgens Alou is het zelfs goed mogelijk dat de Koerdische militie net zo snel uit elkaar zal vallen als het Afghaanse leger. Want hoewel Amerikaans wapentuig en 2,2 miljard euro financiële hulp de YPG in staat stelden om IS te verslaan en vrijwel heel Noordoost-Syrië te veroveren, geniet de groepering weinig steun onder de lokale bevolking.

Leden van de door de Verenigde Staten gesteunde Democratische Syrische Strijdkrachten maakten na een overwinning op IS foto’s op hun basis in Baghouz

Chris McGrath/Getty Images

Daar zijn talloze redenen voor, verklaart Alou. De YPG controleert veel gebieden waar geen Koerden maar juist Arabieren wonen, vervolgt politieke tegenstanders, doet zaken met het gehate Assad-regime, en wordt van bovenaf gecontroleerd door de in Turkije opgerichte Koerdische Arbeiderspartij (PKK). „Daarom ziet een groot deel van de lokale bevolking de YPG als een buitenlandse bezetter.”

Dit gebrek aan lokale steun maakt de YPG des te kwetsbaarder wanneer de Amerikanen vertrekken. De grootste dreiging gaat uit van Turkije, dat na Trumps gedeeltelijke terugtrekking in 2019 al een strook voormalig YPG-grondgebied innam en naar kansen zoekt om dit uit te breiden. Op die manier wil Ankara niet alleen de YPG en de PKK verdrijven, maar ook een strook Syrisch grondgebied inrichten om Syrische vluchtelingen naartoe te kunnen uitzetten.

Geconfronteerd met het Turkse gevaar zal de YPG volgens Alou bescherming zoeken bij Rusland en het Assad-regime. Dat kan betekenen dat de militie deels wordt ontbonden en deels zal opgaan in de veiligheidsdiensten van het regime. „Op Koerdische autonomie hoeft de YPG in ieder geval niet meer te hopen”, aldus de academicus. „Hun prioriteit zal zijn niet te worden afgeslacht.”