Schrijver Michael Tedja wint Sybren Poletprijs 2021

Experimentele literatuur Met een prijzengeld van 35.000 euro is de Sybren Poletprijs een van de grootste oeuvreprijzen in de Nederlandse literatuur. Michael Tedja is de tweede schrijver die de driejaarlijkse prijs in ontvangst mag nemen.

Schrijver Michael Tedja.
Schrijver Michael Tedja. Foto Liv Ylva

Schrijver Michael Tedja is de laureaat van de Sybren Poletprijs 2021 voor experimentele literatuur. Dat maakte de organisatie van de prijs, die gefinancierd wordt uit een legaat van de roemruchte experimentele dichter Polet en diens vrouw, woensdagavond bekend in het radioprogramma Kunststof. Tedja is, na schrijver, dichter en theatermaker Peter Verhelst in 2018, de tweede die de driejaarlijkse prijs in ontvangst mag nemen voor zijn gehele oeuvre. De onderscheiding is met een prijzengeld van 35.000 euro een van de grootste oeuvreprijzen in de Nederlandse literatuur.

„Hoe moeilijker het is, hoe makkelijker voor mij. Als iets heel complex is, is het voor mij heel eenvoudig; als iets heel eenvoudig is, maak ik er een heel verhaal van”, zei Michael Tedja (1971) onlangs over zijn werk, in een interview van het project Hollandse Meesters in de 21ste eeuw. Hij geldt al jarenlang als een eigengereid multitalent die zich weinig gelegen laat liggen aan genreconventies en kunstvormen. Naast schrijver en dichter is Tedja beeldend kunstenaar – van werk dat intuïtief en associatief aandoet, maar tegelijk tot op het bot uitgedacht is. Zijn gedichten noemde hij eens „staartdelingen”, en zijn teksten barsten van de interne dwarsverbanden en kruisbestuivingen. De jury, onder voorzitterschap van hoogleraar Jos Joosten (Radboud Universiteit Nijmegen), noemt Tedja „maker van een caleidoscopisch oeuvre, dat tal van denkbare grenzen verkent en overschrijdt en tegelijkertijd ook dat overschrijden weer kritisch analyseert”.

Haaks op de mainstream

Tedja schreef vier romans, waarvan de laatste – Meta is haar naam – dit jaar verscheen, en vier dichtbundels. Hij kreeg vooral waardering van liefhebbers van het literaire experiment, zoals de jury van de Jana Beranováprijs – een oeuvreprijs waarvan hij in 2020 de tweede laureaat was. Buiten het kunstcircuit is Tedja’s naam nauwelijks bekend: zijn werk staat dan ook dikwijls haaks op de mainstream. Zijn schrijverschap en kunstenaarschap liggen in elkaars verlengde, zei hij onlangs in een korte documentaire van Lisa Boerstra: het conceptuele dat hij zocht in de beeldende kunst, kon hij pas echt bereiken in de literatuur, waar een idee vrij van de materie kan bestaan.

Lees ook een interview met Tedja bij de toekenning van de Jana Beranováprijs: ‘Experimenteel zijn is noodzakelijk voor de wereld’

Ongrijpbaarheid

Tedja is behalve beoefenaar ook voorvechter van experimentele kunst, én iemand die daarop reflecteert, zoals blijkt uit zijn thema’s: identiteit (en de onbestemdheid daarvan), exclusiviteit (en de beperking die dat inhoudt) en communicatie (en de moeilijkheid daarvan). Ongrijpbaarheid is zijn literatuur- en kunstopvatting, zoals blijkt uit een poëticale passage uit zijn tweede, geïllustreerde roman getiteld Hosselen (2009): „De geijkte paden volgen is voor mij geen optie. Wat dat betreft kan ik me voorstellen dat ze moeite hebben me te volgen. Dat betekent alleen niet dat ik niet te volgen ben. Het zegt meer iets over het onvermogen van de volgers dan over de dirigeercapaciteiten van de leider.”

De prijs wordt op 18 november uitgereikt.

Lees ook een recensie van de dichtbundel Exclusief: Gedichten die de taal uit elkaar schroeven