Opinie

Hou het strafproces heel, ook als de druk erop hoog wordt

De zware criminaliteit duwt het strafproces uit het lood en zet verhoudingen onder druk, ziet rechter Janssen in de Togacolumn. Polariseren tussen politie, rechters en advocaten is onnodig.
Advocaten Juriaan de Vries (L), Nico Meijering (M) en Christian Flokstra (R) komen aan bij de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp, voorafgaand aan de hervatting van het liquidatieproces Marengo.
Advocaten Juriaan de Vries (L), Nico Meijering (M) en Christian Flokstra (R) komen aan bij de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp, voorafgaand aan de hervatting van het liquidatieproces Marengo. Ramon van Flymen/ANP

De broer van Nabil B., Derk Wiersum en Peter R. de Vries zijn door vuurwapengeweld om het leven gekomen. Gruwelijke ontwikkelingen in de periferie van het strafrecht die zich in Nederland niet eerder voordeden. De opsporing, het Openbaar Ministerie, de advocatuur en de rechterlijke macht komen hierdoor logischerwijs onder druk. Het strafrecht is uit het lood. Dat er van alle kanten oplossingen worden gezocht voor de opsporing, de vervolging en de berechting van de plegers van ondermijnende (zware) criminaliteit is goed en moet. Wat niet moet is dat daarbij de waarden worden vergooid die in onze rechtsstaat zo belangrijk zijn: de procedurele rechtvaardigheid en het eerlijk proces. Het helpt gewoonweg niet, als we de basisbeginselen van ons strafproces uit het oog verliezen.

Moed

Daarvan lijkt mij sprake als advocaten de verdediging neerleggen omdat zij vinden - en ik citeer Jan-Hein Kuijpers (advocaat van Martien R.) - dat: ‘De[ze] rechters onvoldoende nieuwsgierig waren om een proces van deze omvang goed te leiden en de moed misten om onafhankelijk naar de zaak te kijken en blindelings het Openbaar Ministerie volgden.’
Het spreekt vanzelf dat iedere advocaat (van een verdachte) die mening mág hebben, uiten en om die reden de verdediging mag neerleggen. Maar als advocaten dat doen raakt dat het strafproces in de kern. Dat strafproces gedijt namelijk het best bij de aanwezigheid van de verdachte, hoor en wederhoor, tegenspraak en equality of arms. Wanneer die in een zaak onder druk staan - en dat komt voor - moet het debat daarover worden gevoerd, standpunten worden ingenomen en beslissingen worden genomen die hogere rechters vervolgens kunnen toetsen. In dat strafproces hebben de rechter, het Openbaar Ministerie, de advocaat en de verdachte ieder een eigen rol en verantwoordelijkheid, waarbij steeds met elkaar wordt gestreefd naar procedurele rechtvaardigheid uitmondend in een eerlijk proces.

Uitzonderingen

Ook helpt het niet als Hanneke Ekelmans, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, in de krant laat optekenen: „Voor mij is het vanzelfsprekend dat advocaten hun vak goed moeten kunnen uitoefenen en dat de overheid niet meekijkt. Ik ga ervan uit dat het merendeel van de advocaten zijn vak goed uitoefent. Maar soms zijn er uitzonderingen, zijn de risico’s te groot en moet je de mogelijkheid hebben om een andere afweging te maken.”
In de krant zo omspringen met een belangrijk beginsel als het vrije verkeer tussen advocaat en verdachte polariseert onnodig. Het verbaasde mij daarom niet dat de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, Jeroen Soeteman, direct en fel reageerde in dezelfde krant.

Consigliere

Daar komt bij dat de politie niet de aangewezen organisatie is om deze standpunten zomaar in te nemen. Beter was het geweest om met elkaar de grenzen van deze minst genomen bijzondere vorm van opsporing te verkennen en daarover het debat te voeren. Een andere mogelijkheid zou zijn geweest om de door Ekelmans genoemde, maar niet verder uitgewerkte ‘uitzonderingssituatie’, aan de rechter voor te leggen in een concrete zaak. Hoewel de wet en de verdragen niet veel ruimte bieden voor een situatie waarin een vertrouwelijk gesprek tussen advocaat en verdachte zou kunnen worden gebruikt in opsporing of vervolging is het misschien niet ondenkbaar. Een klassieke consigliere bijvoorbeeld bestaat denk ik niet in het Nederlandse strafproces, maar misschien zou dat zo’n uitzondering kunnen zijn. De plek waar dat dan zou moeten worden besproken is niet de krant, maar de rechtszaal.

Laatste schakel

Het helpt tot slot ook niet, en dan steek ik de hand graag in eigen boezem, als ik als strafrechter mijzelf ga zien als de laatste schakel in de veiligheidsketen en het als een zelfstandige taak beschouw om de georganiseerde criminaliteit een grote slag toe te brengen. Tot nu bleek dat een boze droom en schrik ik gelukkig net op tijd wakker. Ik neem mij dan voor om ook die dag weer het berechten van verdachten als kerndoel van mijn taak te blijven zien. Onderdeel van die berechting is natuurlijk het straffen van schuldigen, maar dan wel in de goede volgorde.

Drie ontwikkelingen die waarschijnlijk worden veroorzaakt door de wens om het strafrecht weer in positie te brengen waar het strafrecht uit het lood is geslagen. Die wens is goed en daar moeten we samen - en (met) de wetgever - mee aan de slag en snel ook. Dat moet alleen wel met elkaar en met respect voor elkaars positie. Alleen dan is het strafrecht in zijn kracht.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, rechter of officier. Jacco Janssen is senior (straf)rechter A in de rechtbank Rotterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.