Recensie

Recensie Beeldende kunst

De onontkoombare kunst van Anne Imhof biedt geen troost

De Duitse superster-kunstenaar Anne Imhof kreeg carte blanche in het Parijse Palais de Tokyo. Ze vulde de ruimtes met performance, opera, film, schilderijen, tekeningen en muziek, van haarzelf en bewonderde kunstenaars.

De tentoonstelling ‘Natures Mortes’ van Anne Imhof in het Palais de Tokyo in Parijs.
De tentoonstelling ‘Natures Mortes’ van Anne Imhof in het Palais de Tokyo in Parijs. Foto Andrea Rossetti

Het is niet de vraag of het werk van de Duitse, deels in New York wonende kunstenaar Anne Imhof troost biedt. U weet wel, het woord dat de afgelopen anderhalf jaar toen corona musea en andere beeldende kunstinstellingen gesloten hield, voortdurend met kunst is vereenzelvigd. Kunst zou troost geven in tijden van nood. En hebben we niet allemaal troost nodig?

Nee, zegt Anne Imhof (1978), en ze laat in het Parijse Palais de Tokyo zien hoe we kunst dan wel kunnen begrijpen. Het museum gaf haar de vrije hand. Ze toont een overzicht van eigen werk, waarvan het vroegste een grote, dramatisch expressionistische tekening uit 2014 is, tot heel recent. Daarnaast laat ze beelden, filminstallaties, foto’s, schilderijen en tekeningen zien van 29 door haar bewonderde collega-kunstenaars. Het vroegste werk van die kunstenaars dateert uit de achttiende eeuw en is van Piranesi.

Als dit alles was, dan zou de tentoonstelling Anne Imhof, Natures Mortes, in Parijs ‘gewoon’ een tentoonstelling zijn, met props van performances en veel kunstwerken. Maar Imhof doet veel meer. Ook het museum zelf, dat een morbide voorgeschiedenis heeft als opslagplaats tijdens de Tweede Wereldoorlog voor door de Einsatzstab Rosenberg gestolen Joodse eigendommen, is veranderd in een kunstwerk. De onderaardse verdiepingen, kelders en spelonken zijn gestript tot een kaal karkas, een doolhof waar bezoekers als geesten in ronddwalen.

Eliza Douglas repeteert voor ‘Natures Mortes’ van Anne Imhof in het Palais de Tokyo in Parijs Foto Nadine Fraczkowski

Salamanders

Voor wie de kunstenaar niet kent: haar carrière heeft een hoge vlucht genomen Na de eerste solo in 2013 in Frankfurt staan prestigieuze musea in Berlijn, Londen en New York te trappelen om haar performances te produceren en te tonen. Er volgen prijzen, met als hoogtepunt in 2017, de Gouden Leeuw voor het Duitse paviljoen op de Biënnale van Venetië.

Voor dat ongemakkelijk bombastische gebouw kiest Imhof een van Duitslands grootste romanfiguren. Haar opera-performance Faust kent, anders dan Goethes roman, geen helden, geen hoofdpersonen, geen verhaallijn. Er zijn slechts performers die als salamanders onder een glazen vloer bewegen, als insecten aan de muur kleven of als levende doden door het publiek heen bewegen.

Performance, beeldende kunst en zang – uitgevoerd en gecomponeerd door Imhofs vaste partner, de muzikant en kunstenaar Eliza Douglas – vormen één traag, onontkoombaar geheel. Over hebzucht, verlangen, angst, eenzaamheid, schuldgevoel en boetedoening gaat het – overal. De smaak in je mond na afloop van Faust is er één van as en koud geworden koffie.

Afdalen

Nu, in het Palais de Tokyo, heeft Anne Imhof alle lagen van de architectuur benut. Het museum, opgetrokken op een heuvel langs de Seine, kent vele bouwlagen die dieper en dieper gaan vanaf de ingang. Als bezoeker daal je af, bij wijze van spreken, naar de bodem van een ravijn. All shall fall (2020), een tekstschilderij van Douglas dat eruitziet als een verkreukeld T-shirt, maakt onderweg duidelijk: je val is onontkoombaar, hoe goed je je ook aan de trapleuningen vasthoudt.

Natures Mortes begint nog vrij onschuldig. Twee pilaren op de begane grond zijn bedekt met zwart rubber en vormen een poort. Deze zogeheten Antifa Gate valt niet eens bijzonder op, maar is vernoemd naar het anarchistische, internationale netwerk van antifascisten waar Imhof deel van uitmaakt.

Via een gebogen glazen loopbrug voeren trappen naar beneden. Daar is de ruimte veranderd in een macaber labyrint, waar glazen wanden zijn opgetrokken, vloeren gebarsten, een vieze zwabber opzettelijk is achtergelaten en witte doodsbedden lonken. De glazen wanden, bedekt met graffiti, zijn uit een onttakelde kantoorflat speciaal naar het Palais de Tokyo getransporteerd. Er zijn kamers mee opgetrokken, gangen, straten – alles semi-doorzichtig. Als bezoeker zie je steeds ook jezelf weerspiegeld in dit doolhof.

Die inrichting zorgt voor betovering en onttovering tegelijk, omdat de kunst die Imhof toont op verschillende manieren bekeken kan worden. Je kunt er met je neus bovenop staan. Maar van een afstandje zijn er steeds die aan alle kanten half doorzichtige glazen wanden die je zicht vertroebelen.

De desoriëntatie die hiervan het resultaat is, is opzettelijk en functioneel. Het maakt op den duur – trek voor deze tentoonstelling gerust vier uur uit – de nachtmerrieachtige kerkers van Piranesi die Imhof toont, voelbaar. Een uitweg is er – zo wil je graag hopen?

Voor wie de opera’s Angst (2016), Faust (2017) en Sex (2019) heeft meegemaakt, zijn er herkenningspunten die helpen. De transparante kunststof platen bijvoorbeeld, die Imhof met metaal aan de muren heeft vastgeklonken, zijn minimalistische, abstracte sculpturen die tijdens performances dienen als plek waar dansers op zitten, staan, zingen of zich in onmogelijke kronkels draaien. De zweep – een attribuut waarmee de graatmagere en halfnaakte Douglas in de video Wave (2021) de branding ranselt – komt ook terug in de gedragen performance Sex (2019) en de meer dan drie uur durende film die daar dit jaar van is gemaakt.

Het Palais de Tokyo in Parijs is op ‘Natures Mortes’ veranderd in een kunstwerk Foto Andrea Rossetti

Uitgestorven

Imhof noemt haar performances een vorm van schilderen. En dat klopt ergens wel, want de statische houdingen die haar performers aannemen lijken niet alleen soms op schilderijen, maar zijn ook nog eens behoorlijk onmogelijk om uit te voeren. Probeer maar eens in een brugstand (op handen en voeten met je buik naar boven) met een gedraaid onderlijf ontspannen een sigaretje te roken.

Haar eigen olieverfschilderijen staan daarmee in schril contrast. In het Palais de Tokyo hangen series abstracte, atmosferische landschappen (Zonder Titel – Natures Mortes, en Sunset) uit verschillende jaren. De landschappen bestaan alleen uit zwart voor de bodem en neigend naar een gloeiend oranje, wit en geel in de lucht. Die lucht lijkt zwaar vervuild. Baudelaire schreef over de zeegezichten van Courbet dat ze een ‘universum zonder mensheid’ voorstelden. Op Imhofs schilderijen is de mensheid evenzo verdwenen – misschien al wel uitgestorven met alles op aarde erbij.

Natures Mortes maakt geen geschiedenis duidelijk, geen richting gaat van A naar B, van vroeger naar later. En dat is essentieel voor de waardering van Imhofs werk. Er is geen boodschap en daardoor ontsnapt Imhof aan de kitsch, die bij al die werken vol dreiging, noodlot en existentiële angsten op de loer ligt. Eén keer maar schiet ze over de rand. Dat gebeurt in de film Deathwish (2021), waarin Eliza Douglas, omgeven door bloemen in naar zwart neigend donkerrood, doodsverlangen verbeeldt.

Puberpuisten

Het ontbreken van een boodschap manifesteert zich ook in Imhofs keuze van de werken van collega-kunstenaars. Daarin zit geen kunsthistorisch verband of verhaal. De werken zijn zo verschillend als kleuren groen van blaadjes in de lente dat zijn. Prachtige anatomische krijttekeningen van Géricault wisselen zich af met het werk van de Amerikaanse, in 2012 overleden kunstenaar Mike Kelley. Kelley portretteert zichzelf in Ah…Youth! (1991) met puberpuisten, omringd door foto’s van besmeurde knuffels. Zijn werk voelt als een fluistering, melancholiek en nietsontziend.

De video-loop Finite Unfinite (2010) van Elaine Sturtevant trekt je mee in de galop van een hond die het metersbrede beeld in- en uitrent – steeds opnieuw. Zinloos, doelloos lijkt de tijd voorbij te gaan. Het geluid van de wind is het enige wat je hoort.

Diep in de catacomben is net zo’n schijnbaar doelloze exercitie gaande. De Amerikaanse kunstenaar David Hammons, die wel eens gezegd heeft dat er „fantastische magische dingen gebeuren als je maar wat rond zooit met een voorwerp”, trapt in de gruizige loop Phat Free (1995) een afvalemmer door nachtelijk New York. Het kinkelende geluid van de vuilnisbak weerkaatst in de lege ruimte, trekt je als bezoeker naar beneden. Steeds weer dat spookachtige geluid, steeds weer de donkere gestalte van Hammons op de rug gezien, het licht van de straatlantaarns: het voelt alsof je wakker bent maar droomt.

Steeds weer wijzen Imhof en de andere kunstenaars in Natures Mortes je erop, dat het uiteraard gaat om wat je ziet of denkt te zien, wakker of dromend. Maar ook om het proces van maken en zien, van lang kijken (bij de loops) en daardoor steeds weer anders kijken.

Hakken

Je kunt in een werk snijden met een pijnlijk scherp mesje, zoals Imhof zelf heeft gedaan. Je kunt met gevaar voor eigen leven gaten en rozetten in de muren en plafonds van een onttakeld New Yorks pakhuis hakken, zoals Gordon Matta Clark doet in de video Day’s End (1975). Maar je kunt ook de toeschouwer bewust maken van het feit dat kunst geen vaststaand gegeven is en dus altijd verandert.

En dat is wat de Duitse kunstenaar Sigmar Polke doet. Voor deze in 2010 gestorven landgenoot richt Imhof een ware tempel in haar labyrint in. Tussen 2005 en 2007 schildert Polke zeven panelen waarin hij probeert het proces van metamorfose en verandering letterlijk in speciale pigmenten, goud, zilver en met behulp van fotografische ontwikkelstof te verbeelden. Het resultaat is Axial Age, vernoemd naar de periode tussen 800 en 200 voor Christus, waar volgens Polke (en hij niet alleen) cruciale veranderingen in de cultuur optraden. Axial Age is nooit af, de schilderijen veranderen onder de invloed van het licht. Kleuren verschieten, voorstellingen doemen op, verdwijnen weer. In dit werk moet je je onderdompelen.

En dat is waartoe Imhof met deze tentoonstelling oproept en aanspoort. Bekijk de dingen steeds weer vanuit een ander perspectief. Loop langzaam. Blijf staan. Val. Krabbel weer op. Verander.