Opinie

De drie rollen van Ursula von der Leyen: ambitieus, streng en dienstbaar zijn

Luuk van Middelaar

Deze woensdag is haar jaarlijkse grote dag, de ‘Prinsjesdag van de EU’. Als voorzitter van de Europese Commissie opent Ursula von der Leyen het politieke seizoen met de ‘Staat van de Unie’ – een soort Troonrede tot het Europees Parlement. Een moment om te gloriëren.

Terwijl zij dat mooie podium betreedt voor een onbetwiste hoofdrol, moet Von der Leyen echter ook twee andere podia in het oog houden. Want, graag of niet, elke voorzitter van de Commissie vervult tegelijk drie rollen; haar of zijn woorden en daden worden langs drie meetlatten gelegd – en die staan soms haaks op elkaar. Onmogelijk om het voor iedereen goed te doen.

De eerste rol is het eervolst: de Commissievoorzitter als een soort regeringsleider. Net als haar voorgangers Juncker en Barroso speelt Von der Leyen deze rol het liefst. Leiderschap tonen, plannen maken. De ‘State of the Union’ – de naam ontleend aan de jaarlijkse grote rede van de Amerikaanse president tot het Congres – is er naar vorm en locatie op toegesneden.

In deze rol looft Von der Leyen vandaag zonder twijfel de vaccinatiegraad in de EU en de eerste uitbetalingen uit het coronaherstelfonds. Beide de vruchten van grote besluiten uit de zomer van 2020, die de Unie het zelfvertrouwen geven dat ze na de bittere verdeeldheid pal na de Covid-uitbraak hard nodig had. Aan het vaccin-inkoopgeklungel dat de EU begin dit jaar op zes à acht pijnlijke weken achterstand op de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zette, herinnert ‘VdL’ vast niet. Liever de blik vooruit, op de ambities voor een groener, digitaler, geopolitieker Europa. Thema’s waarvoor het publiek in Straatsburg applaudisseert.

Dan de tweede rol: de Commissie als regulator en toezichthouder. Bedrijfsfusies toetsen, staatssteun controleren, begrotingstekorten indammen: het handhaven van het regelwerk voor de interne markt en de munt. Deze taken vereisen het juist om niet (partij)politiek te zijn, maar technocratisch, objectief en onpartijdig – geblinddoekt als Vrouwe Justitie.

Op dit soberder podium ligt Von der Leyen onder vuur. Niet omdat ze zwijgt over torenhoge staatsschulden, die komen door Covid, en kunnen wachten. Maar omdat ze erg weinig doet aan de ondemocratische toestanden in Hongarije en Polen. Het Europees Parlement dreigt zelfs naar het Hof te stappen om de Commissie tot actie te dwingen. Onthullend: in een recent EU-strategiedocument wordt „terugglijdende democratie” een megatrend genoemd, maar dan voorgesteld als probleem elders in de wereld – in plaats van als kwestie die Europa zelf doorklieft.

Ten slotte: Von der Leyen moet niet alleen optreden als ambitieuze leider en strenge handhaver, maar ook als dienstbare uitvoerder. In deze derde rol fungeert de Commissie als opdrachtaannemer van de Europese Raad. Op hun toppen nemen Merkel, Macron en Rutte c.s. de zware principebesluiten, die de Commissie uitwerkt in wetgevingsvoorstellen. Bij goed samenspel vaart de instelling wel. Maar ze beroemt zich er niet op, want het doorkruist de mooie eerste rol, van regering-in-spe. En voor je het weet klaagt dan het Parlement over gebrek aan ambitie.

Op dit derde toneel, waar de Commissie de besluiten van de Europese leiders uitvoert, gaat iets schuiven. Angela Merkel gaat weg. Voor de Unie als geheel betekent het gezagsverlies, voor Ursula von der Leyen een kans op emancipatie. In gezelschap van haar voormalige bazin – ze was in Duitsland veertien jaar minister in Merkels kabinetten – blijft zij altijd de ondergeschikte. Volgens insiders voel je dat ook in EU-verband, met een bondskanselier die ‘Ursula’ bij tijd en wijle subtiel haar plaats wijst.

Zo’n gezagsrelatie bestond ook tussen de Franse president François Mitterrand (1981-1995) en zijn oud-minister Jacques Delors, toen deze Commissievoorzitter werd (1985-1995). Het ergerde Mitterrand dat Delors zich steeds meer als Monsieur l’Europe ging gedragen. „Wat haalt hij zich in zijn hoofd!”, riep hij ooit uit in het Elysée, toen Delors op tv pleitte voor een Europese regering. Botsende ijdelheden. Beide mannen verlieten het toneel vrijwel tegelijk – dus ontsnapte Delors, anders dan ‘VdL’ binnenkort, nimmer aan de schaduw van zijn patron.

Ursula von der Leyen heeft iets prinsessigs. Opgegroeid als troeteldochter van de premier van een Duitse deelstaat. Paardrijdster. Klein postuur, foutloze communicatie, elegant maar koel. Een teamspeler is zij niet. Welke kansen ruikt zij na Merkel? Hoopt zij van prinses uit te groeien tot koningin?

Dat zou de komende jaren tot politieke spanningen en miscalculaties leiden. Want hoewel het er met zo’n Troonrede in Straatsburg deze woensdag dichtbij komt, in de rol van koningin heeft het Europese theater op geen van de podia voorzien.

Correctie: in een eerdere versie van deze column stond dat Von der Leyen acht jaar minister was onder Merkel. Dat klopt niet. Ze was veertien jaar minister.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar EU-recht (Leiden).