Opinie

De Chinese staat eist de macht weer op in de economie

TECHBEDRIJVEN

Commentaar

Ze hebben onbeperkt mogen bloeien, maar nu moeten zij zich weer gaan voegen naar de wensen van de staat. Dat is, voorlopig, de diagnose van het offensief dat Beijing voert tegen de grote Chinese technologiebedrijven. De lijst van maatregelen en ingrepen groeit met de dag. Als beginpunt mag de weigering worden gezien van de Chinese regering om Ant, de financiële tak van Alibaba naar de beurs te laten gaan. Topman en miljardair Jack Ma was een tijd onvindbaar. Sindsdien is het aantal nieuwe Chinese beursnoteringen zo goed als opgedroogd. Zeker in New York, waar taxibedrijf Didi Chuxing, de Chinese versie van Uber, luttele dagen na zijn beursnotering te maken kreeg met een Chinees verbod nieuwe klanten aan te nemen, en werd verordonneerd zijn data – het grootste bezit van een techbedrijf – met de autoriteiten te gaan delen.

De afgelopen weken richten de pijlen van Beijing zich vooral op de twee grote techbedrijven, Alibaba en Tencent, die de markt voor sociale media en betalingen beheersen. Concurrentie tussen de twee heeft gezorgd voor totaal afgesloten invloedssferen, ‘ommuurde tuinen’, waartussen geen interactie mogelijk is – ook niet tussen de betaalsystemen van de twee. Deze week kwam Beijing met de verplichting dat zij hun systemen wederzijds toegankelijk maken. Tegelijkertijd wordt Ant, Alibaba’s financiële tak, verplicht zichzelf op te delen, en data te gaan delen met een derde bedrijf dat deels in handen is van de overheid. De lijst van maatregelen is nog veel langer.

In het Westen mag met enige verwarring naar deze ontwikkelingen worden gekeken. Het breken van de monopoliemacht van wat ‘Big Tech’ heet, van Google, tot Amazon, van Apple tot Facebook, staat ook hier hoog op de agenda. De hoeveelheid data over burgers en bedrijven die in handen is van de grote, Amerikaanse, firma’s is indrukwekkend, en zorgwekkend. Ook hier is er sprake van semi-monopolies, waarbinnen de klanten listig worden gevangen.

Het motief van de Chinese overheid lijkt tweeledig. Allereerst is er de kennelijke notie dat de marktmacht van de grote techbedrijven uit de hand gelopen is en de vermogensongelijkheid te groot wordt. China had de vitaliteit en de ‘animal spirits’ van het kapitalisme nodig om de inhaalslag met het Westen aan te gaan. Nu worden de scherpe kanten, monopolievorming en grote vermogensongelijkheid, er van afgeslepen.

Hoewel de methodiek waarmee dat gebeurt al zorgen baart, is het tweede motief van de Chinese staat verontrustender. De grote en groeiende dataverzameling van de tech-industrie moet onder de hoede van de overheid komen. Naast het geweldsmonopolie, dat de Chinese staat, evenals andere staten, heeft is er ook sprake van het streven naar een kennismonopolie.

Zie ook de maatregelen tegen cryptomunten, die zich aan alle controle plegen te onttrekken. De Chinese centrale bank loopt nu voor bij de invoering van eigen digitale munt. De mogelijkheid om daarmee het betalingsverkeer nauwlettend te volgen is een potentiële totalitaire nachtmerrie.

Zo tekent zich langzaam een verandering af in het Chinese economische model, waarbij de staat langdurig op de achtergrond bleef om de economie laten bloeien, maar nu de macht en de regie weer opeist. Of dat op termijn ten goede komt aan de welvaart van de Chinese burger is de vraag. Maar vast staat wel dat het laatste restje van de illusie dat China uiteindelijk zal gaan lijken op het Westen, op dit moment vervliegt.