De stoelendans voor het Élysée is begonnen: het gevaar voor Macron komt van rechts, links is verdeeld

Strijd om Élysée Met nog een half jaar te gaan tot de Franse presidentsverkiezingen is de stoelendans voor het Élysée begonnen. De strijd speelt zich bijna uitsluitend af op rechts, waar iedereen zijn best doet om Marine Le Pen rechts te passeren. Links is sterk verdeeld.

Met de klok mee: Marine Le Pen, President Emmanuel Macron, Xavier Bertrand, Eric Zemmour, Anne Hidalgo, Michel Barnier
Met de klok mee: Marine Le Pen, President Emmanuel Macron, Xavier Bertrand, Eric Zemmour, Anne Hidalgo, Michel Barnier Foto's EPA, AFP en AP

Als het van Anne Hidalgo afhangt, komen er op de périphérique, de ringweg rond Parijs, straks verkeerslichten en zebrapaden. Het afbreken van de muur van auto’s die Parijs van zijn periferie en de rest van Frankrijk scheidt, was een van de programmapunten waarmee de socialistische burgemeester van Parijs vorig jaar herkozen werd.

Zondag stak Hidalgo zelf de périphérique over door vanuit Rouen officieel haar kandidatuur te stellen voor de presidentsverkiezingen volgend jaar. Maar het is zeer de vraag of men aan de andere kant van de périphérique op Hidalgo zit te wachten.

Met Hidalgo’s kandidaatstelling is de stoelendans voor de presidentsverkiezingen van 2022 officieel begonnen. Ook op zondag maakte Marine Le Pen van het radicaalrechtse Rassemblement National haar kandidatuur officieel. De groenen van EELV kiezen komend weekend hun kandidaat, via een online voorverkiezing. Op rechts is het gevecht nog niet beslecht. En president Emmanuel Macron is officieel nog geen kandidaat, ook al is dat een uitgemaakte zaak.

Eén ding lijkt bij voorbaat vast te staan: Hidalgo wordt het niet. De socialistische partij is anno 2021 een schaduw van zichzelf, Hidalgo is de belichaming van de linksige, milieubewuste, fietsende bobo waaraan veel Fransen buiten de hoofdstad een grondige hekel hebben. In de peilingen krijgt Hidalgo gemiddeld acht procent van de stemmen, veel te weinig om door te stoten naar de tweede ronde.

De enige manier waarop links in Frankrijk had kunnen meespelen was door zich te scharen achter één kandidaat. Maar alle pogingen daartoe zijn gesneuveld. Het water tussen de socialisten, de groenen en radicaal links bleek te diep.

En dus gaat ieder zijn eigen weg. Bij de groene partij EELV is europarlementariër Yannick Jadot de favoriet. De radicaallinkse partij La France Insoumise is niet los te zien van zijn leider Jean-Luc Mélenchon. Het plaatje op links wordt compleet met de socialist Arnaud Montebourg, die in eigen naam een gooi wil doen, en drie communistische kandidaten.

Door die verdeeldheid gaat de kiesstrijd voor 2021 zich bijna geheel op rechts afspelen. Het zijn ook rechtse thema’s als veiligheid, migratie en de politieke islam die het politieke debat domineren. Zelfs de klimaatkwestie, bij uitstek een thema voor links, verandert daar vooralsnog niets aan.

Niet per se Macron tegen Le Pen

Het is al jaren een dogma dat een confrontatie in de tweede ronde tussen Macron en Le Pen, zoals in 2017, onvermijdelijk is. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat Macron het in de tweede ronde op zijn sloffen wint door zowel linkse als gematigd rechtse kiezers achter zich te krijgen.

Macron en Le Pen zijn in de peilingen nog altijd de koplopers met respectievelijk 25 en 23 procent. Maar hier en daar wordt gesuggereerd dat Xavier Bertrand, de bestuurder van de regio Hauts-de-France, Le Pen wel eens van haar troon zou kunnen stoten als de kandidaat van rechts in de tweede ronde. Een peiling van vorige week voorspelt dat Bertrand in dat geval zou winnen van Macron.

Veel zal afhangen van hoe de strijd op rechts wordt beslecht in de aanloop naar de verkiezingen. De conservatieve partij Les Républicains wil een herhaling vermijden van de voorverkiezing van 2016. Deze mondde uit in een moddergevecht en wordt gezien als de reden waarom de conservatieven toen in de eerste ronde bleven steken.

Daarom wordt nu een onderzoek gedaan onder 15.000 rechtse kiezers. De resultaten moeten bekend zijn op het partijcongres op 25 september. Pas daar zal, rijkelijk laat, beslist worden hoe de kandidaat van rechts gaat gekozen worden.

Bertrand heeft al laten weten dat hij niet meedoet aan een voorverkiezing, suggererend dat hij in dat geval in eigen naam zal meedoen. Maar maandag zei hij ook dat hij zich niet kan voorstellen zonder de steun van zijn politieke familie naar de kiezer te gaan.

Er zijn meer kapers op de kust. De felle strijd op rechts heeft geleid tot stellingnames die in het verleden het exclusieve terrein waren van het Rassemblement National.

Michel Barnier, die als Brexit-onderhandelaar de Europese gedachte leekt te incarneren, is nu voorstander van een soort Frexit, waarbij Frankrijk zich in migratiekwesties zou onttrekken aan de beslissingen van het Europees Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hij wil een referendum over de migratiekwestie en een migratiestop van drie tot vijf jaar. Maar Barnier wordt het ook niet: hij staat momenteel op 11 procent, achter Valérie Pécresse (de voorzitster van de Parijse regio) met 14 procent en Bertrand met 17 procent.

Nog verder naar rechts is er Eric Zemmour, de journalist en polemist die veroordelingen wegens racisme verzamelt als waren het postzegels. Zemmour koketteert al lang met een gooi naar het presidentschap, maar heeft dat nog niet officieel gemaakt omdat hij in dat geval zijn column in Le Figaro en zijn dagelijks optreden op tv-zender CNews moet opgeven.

Vorige week heeft de audiovisuele raad CSA beslist dat het welletjes is geweest. Zemmour moet voortaan beschouwd worden als een politiek figuur, aldus de CSA, wat inhoudt dat tv-zenders zijn spreektijd moeten beperken. Zemmour zei zaterdag nog in een ander tv-programma dat, mocht hij president zijn, hij het gebruik van niet-Franse voornamen zoals Mohammed zal verbieden.

Le Pen rechts ingehaald

Zemmour peilt slechts zeven procent. Maar dit tegen elkaar opbieden op rechts is slecht nieuws voor Marine Le Pen. Zij wilde zich juist losmaken van het extreem-rechtse etiket van de partij die is opgericht door haar vader Jean-Marie Le Pen, om te appelleren aan een breder kiezerspubliek. Juist daardoor wordt Le Pen nu door veel mensen rechts ingehaald. Macrons minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin noemde Le Pen vorig jaar in een tv-debat zelfs ‘soft’ als het over de islam gaat.

President Macron, in 2017 verkozen als centrist, heeft het tegenovergestelde probleem. Voor hem is de vraag hoever hij kan gaan in het paaien van de rechtse kiezer én kan blijven verwachten dat de linkse kiezer straks toch voor hem gaat stemmen in de tweede ronde.