Recensie

Recensie Film

‘The Night House’: horror met cruciale rol voor rouw

Horror In ‘The Night House’ steelt een kwetsbare en strijdbare Rebecca Hall de show als de rouwende Beth. Na de zelfmoord van haar man gebeuren er vreemde dingen in het huis dat hij eigenhandig bouwde. Na de dood, is er dan iets of niets?

Beth (Rebecca Hall) krijgt te maken met vreemde gebeurtenissen in het huis dat haar man aan de rand van een meer bouwde voordat hij zelfmoord pleegde, in ‘The Night House’.
Beth (Rebecca Hall) krijgt te maken met vreemde gebeurtenissen in het huis dat haar man aan de rand van een meer bouwde voordat hij zelfmoord pleegde, in ‘The Night House’. Foto Disney

Horrorfilms kunnen een achtbaanrit zijn waar je schrik en plezier aan beleeft maar die je snel weer vergeet. Maar horror kan ook veel dieper graven. Zo gaat de recente griezelfilm Relic over dementie en The Dark and the Wicked over het afscheid nemen van je ouders. Filmmaker Ari Aster maakte indruk met films waarin rouwverwerking een cruciale rol speelt, reden waarom zijn Hereditary en Midsommar een diepe indruk achterlieten. Aan dat rijtje kan nu The Night House worden toegevoegd. Het is een film die nog iets anders gemeen heeft met genoemde titels: hij wordt gedragen door een uitstekende actrice. Na Florence Pugh (Midsommar) en Emily Mortimer (Relic) is het nu aan Rebecca Hall om een gelaagde rol neer te zetten.

Hall speelt in The Night House Beth, een docent wier man net zelfmoord pleegde. Hij deed dat op een bootje op het meer dat voor het prachtige huis ligt dat hij eigenhandig bouwde. Shots van het aangemeerde bootje openen de film, ook in de climax duikt het weer op.

Meestentijds rouwt Beth, een fles cognac binnen handbereik. Maar zij is ook boos, gefrustreerd en vol schuldgevoel. Daarnaast zit zij met vragen. Want waarom pleegde hij zelfmoord? En die foto op zijn smartphone, is zij dat wel? Gaandeweg gebeuren er vreemde dingen in het geïsoleerde huis aan het meer. De nuchtere en sceptische Beth voelt een aanwezigheid.

Hoe het allemaal zit, wordt heel langzaam en sfeervol ontvouwd door regisseur David Bruckner. Daarbij laat hij de camera stijlvol door de vertrekken van het fraaie huis glijden. Maar het is vooral Rebecca Hall die de show steelt, beurtelings kwetsbaar en strijdbaar.

De scène waarin zij een moeder ontvangt die komt klagen over het cijfer van haar zoon is daarvoor illustratief. Eerst is ze vriendelijk, daarna doet ze assertief uit de doeken hoe haar man zich door zijn hoofd schoot. De vrouw schrikt, evenals de toeschouwer die dan pas voor het eerst hoort hoe Beths man stierf. Om haar uit het niets komende, passief-agressief gebrachte antwoord moet je onwillekeurig grinniken, hoe gruwelijk het ook is.

Naast rouw draait The Night House om de vraag of er iets is na de dood. Beth, die ooit betrokken was bij een voor haar bijna dodelijk auto-ongeluk, beweert van niet. Haar overleden echtgenoot dacht daar anders over. Uiteindelijk is de afwikkeling van de plot net iets te standaard – met een voodoopop en occulte boeken – om helemaal bevredigend te zijn.