Opinie

Striemen hebben niets met kennismaken te maken

Ontgroeningen

Commentaar

Eerst de koude douche, daarna het warme bad. Ontgroeningsrituelen horen al eeuwen bij het studentenverenigingsleven. Wie weet helpen zulke initiaties met de groepsband, wie weet werken ze sektarisme in de hand. Waarschijnlijk allebei.

Maar soms is de koude douche wel erg kil. Het Amsterdamsch Studenten Corps is de laatste vereniging die mag aansluiten in een lange rij met verenigingen waar de laatste jaren misstanden en zelfs mishandelingen plaatsvonden. De ‘senaat’, het bestuur van de vereniging, deed in een brief aan leden vorige week een schrikbarende uiteenzetting over misstanden tijdens de huidige kennismakingsperiode.

Ten minste zes disputen hebben zich schuldig gemaakt aan grove mishandeling en vernedering, schreef de senaat. „Het is een wonder dat niemand als gevolg van dit handelen is opgenomen in het ziekenhuis. Toch is er wel sprake van tijdelijk letsel: blauwe plekken, mank lopen, wonden, striemen etc. Deze verwondingen zijn het gevolg van fysieke mishandelingen: stompen, trappen en klappen in het gezicht. Ook is duidelijk dat vernedering leidt tot een slechte psychische gesteldheid van een aantal aspirant-leden.” Dit heeft niets met kennismaken te maken, volgens de brief.

Dat mag dit bestuur wel stellen. Heb je als eerstejaars student net een coronacrisis achter de kiezen, krijg je bij je kennismakingstijd ook nog striemen en wonden toe. Geweld is nergens acceptabel en dus ook niet onder studenten.

Als reactie op de mishandelingen deed het corpsbestuur een voor corpora behoorlijk rigoureuze zet: alle dispuutsontgroeningen zijn per direct („in de huidige vorm”) afgeschaft. Hoe dit te handhaven is de vraag, maar in het licht van eerdere incidenten bij andere verenigingen die vooral werden toegedekt, zoals deze week nog gebeurde bij het Groningse Albertus Magnus, is dit optreden een vooruitgang.

Er lijkt wat te kantelen in de houding ten opzichte van ontgroeningen. Ja, die zijn vooral een eigen keuze. De eerstejaarsstudenten kiezen zelf voor een vereniging, club of dispuut. Vaak is vooraf genoegzaam bekend hoe een bepaald dispuut in de ontgroening is: zuur of zacht. Mensen mogen ook bij een SM-club gaan als ze dat zelf willen, waarom dan niet bij een dispuut?

Maar vaak is een studentenvereniging een van de laatste opties om aan een betaalbare woonruimte te komen in grote steden. En - ook niet onbelangrijk - zelfs eerstejaarsstudenten verdienen bescherming tegen schending van artikel 3 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, het verbod op marteling en denigrerende behandeling. Een terugkerende discussie onder oud-leden van studentenverenigingen bij dit soort incidenten is of het vroeger beter was. Was het ontgroenen toen speelser, humoristischer? Zijn de rituelen verzuurd en kweken ze daardoor een zichzelf in stand houdende stroom van ‘frusten’ die hun eigen ontgroeningspijn botvieren op de nieuwkomers? Zijn harde ontgroeningen überhaupt nog wel van deze tijd? Leren die jonge mensen niet exact de verkeerde lessen over macht en vernedering?

Nu studenten sneller afstuderen, valt de doorgaans matigende werking van oudere studenten op de ontgroening weg. Is dat wellicht op te vangen met reünisten? En als dit echt de elite is, kunnen ze toch wel iets leukers verzinnen dan mishandeling?

Het is goed dat deze discussies een terugkerend ritueel zijn. Hopelijk is de belofte van de Amsterdamse senaat voor een cultuuromslag meer dan alleen een belofte.