Opinie

Redt immigratie ons van de vergrijzing?

Menno Tamminga

Het is een hardnekkig misverstand: het idee dat immigratie de lasten van vergrijzing wegneemt voor de overheidsfinanciën en de arbeidsmarkt. D66-leider Sigrid Kaag begon er vorige week over in haar HJ Schoo-lezing. „Migratie is de beste hoop voor de economie.”

Veertien jaar geleden heeft toenmalig collega Ben Vollaard die oplossing in NRC al gedemonteerd. Hij was niet de eerste, ook niet de laatste. Plannen en proefballonnetjes met die boodschap, van werkgevers bijvoorbeeld, komen steeds weer langs.

De redenering is kort gezegd deze: door de vergrijzing krimpt het aantal (potentiële) werkenden, terwijl het aantal ouderen dat een beroep doet op gezondheidszorg en AOW juist sterk toeneemt. Immigranten kunnen dat tekort aan werkenden aanvullen. Klaar is Kees.

Kaag gaf in haar lezing een urgent actueel tintje aan de noodzaak van immigratie om genoeg werknemers te hebben. „In Nederland is de vraag nu extra hoog: we hebben voor het eerst in lange tijd meer vacatures dan werklozen.”

Lees ook: Memo voor de informateur: begin met bevolkingsgroei

De immigratieoplossing stuit echter drie keer op de realiteit. Om te beginnen is het begrip immigratie te wazig. Bedoelt Kaag arbeidsmigranten, van de Poolse loodgieter tot de gedetacheerde Amerikaanse bij een technologiebedrijf in Eindhoven? Of asielmigranten? De arbeidsparticipatie van de tweede groep is relatief laag. De bijdrage van arbeidsmigranten aan de economie kun je verhogen door te selecteren op de kennis en kwaliteit die de (toekomstige) economie nodig heeft. Maar daar wil politiek Den Haag niet aan en dan is het ook nog de vraag of de Europese regels voor vrij verkeer van goederen en personen zo’n selectie toestaan. Anders gezegd: de oplossing is niet zo productief.

Tweede bezwaar: het karakter van de economie blijft veranderen. De factor sociaal kapitaal (opleiding, taal, samenwerking, ‘zachte’ vaardigheden) wordt nog belangrijker. Je kunt niet simpelweg een ‘blik immigranten’ opentrekken, om het maar plat te zeggen, om de economie te fiksen.

Daar komt nog bij dat de oplossing wel heel eenzijdig van ons belang uitgaat. Heeft het land waaruit de arbeidsmigrant vertrekt hen ook niet nodig? Dat klemt des te meer omdat de vergrijzing geen exclusief Nederlandse trend is, maar een bijna mondiale.

Het derde argument is de omvang van de immigratie die Nederland nodig heeft om de vergrijzing werkelijk het hoofd te bieden. In 2007 becijferde Vollaard dat er dan tot 2050 11 miljoen jonge mensen nodig zijn, terwijl het aantal immigranten in de veertig jaar daarvoor 4 miljoen was geweest. Van hen was de helft weer geëmigreerd.

Maar als het lukt de vergrijzing te keren... Ook jonge immigranten worden ouder, zodat Nederland na hen extra immigranten moet aantrekken voor de volgende vergrijzing.

Migratie is inmiddels de belangrijkste impuls voor de Nederlandse bevolkingsgroei. Demografisch onderzoeksinstituut NIDI en statistiekbureau CBS becijferden onlangs acht varianten voor de bevolkingsgroei tot 2050. Een laag migratiesaldo (immigratie minus emigratie) leidt bijvoorbeeld tot een bevolkingsomvang van 17,6 miljoen, een hoog migratiesaldo tot 20,6 miljoen. Nu zijn het er ongeveer 17,5 miljoen.

Het is zonneklaar dat zeker de varianten met versnelde bevolkingsgroei verstrekkende gevolgen hebben voor wonen, ruimtelijke ordening en onderwijs. Maar er is nog iets anders – groters, misschien wel. In haar lezing heeft Kaag zich ook twee andere doelen gesteld: het klimaat redden en sociale ongelijkheid terugdringen. Immigratie en dus bevolkingsgroei, de ‘oplossing’ voor de vergrijzing, maken het halen van de twee andere doelen alleen maar onrealistischer.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.