Recensie

Recensie Film

‘Queenpins’: is vrouwencriminaliteit hip?

Komedie ‘Queenpins’ aarzelt tussen satire en slapstick om een waargebeurd verhaal te vertellen over kortingsbonnenfraude.

Vriendinnen Connie (Kristen Bell, links) en JoJo (Kirby Howell-Baptiste) zetten een zwendel op in kortingsbonnen, in ‘Queenpins’.
Vriendinnen Connie (Kristen Bell, links) en JoJo (Kirby Howell-Baptiste) zetten een zwendel op in kortingsbonnen, in ‘Queenpins’. Foto The Searchers

Als vrouwen dingen doen die voorheen alleen aan mannen waren voorbehouden, maakt dat hun daden dan opeens feministisch, of gewoon, eh, nou ja, wat die dingen dan ook waren die mannen deden? Twee jaar geleden maakte Jennifer Lopez furore met de „feministische strippersfilm” Hustlers, over een groep strippers die Wall Street-bankiers oplichtten, en die binnen het genre van de heist- en buddyfilm toch een iets complexer beeld probeerde te schetsen van de Amerikaanse cultuur die macht, begeerte en hebzucht verheerlijkt. Van dezelfde productiemaatschappij is er nu Queenpins, het armeluiszusje als het ware: ex-Olympisch kampioene Connie zet samen met haar vriendin JoJo een zwendeltje op in kortingsbonnen. Waargebeurd verhaal trouwens.

In de Verenigde Staten zijn die kortingsbonnen (‘coupons’) een heel ding, niet te verwarren met voedselbonnen (‘food stamps’). Het gaat om gratis telefoonkaarten bij aankoop van tandpasta. Om het idee dat als je vandaag niet naar Parijs gaat, dat je dan vanavond uit eten kan. Om niet-uitgegeven geld besparen. Er zit een ecosysteem achter dat sociale en klassenverschillen blootlegt. Je hele babykamer volstouwen met gratis cornflakes en shampoo is geen langetermijnstrategie. Maar dat is niet waar Queenpins in eerste instantie in is geïnteresseerd. En dat maakt de mix van satire en slapstick volgens het Catch Me If You Can-model die overblijft meteen een stuk minder leuk, want minder gelaagd, en dus minder venijnig.

Het zou zo heerlijk zijn als komedies meer in hun personages zouden investeren. ‘Vrouwencriminaliteit is hip’, zoals een van hen zegt, is geen afdoende motief. Er zit zelfs een naar moralistisch kantje aan het geheel. Want daar komt die kinderloze babykamer de hoek om: Connie vult de leegte in haar bestaan met spullen, ze heeft een ‘coupon high’ (een serieus verschijnsel). Had ze dan toch maar moeten luisteren naar haar echtgenoot, die nota bene belastinginspecteur is: een baan nemen? Of niet al haar geld aan peperdure IVF-behandelingen uitgeven?