Opinie

Geef taalstudenten een aanmoedigingspremie

Geesteswetenschappen Om de aanwas van studenten op de talenstudies te vergroten zouden financiële voordelen geen taboe moeten zijn, vindt . De toekomst van talen als Frans en Duits staat op het spel.
Illustratie Hajo

Het aantal studenten aan Nederlandse universiteiten is weer flink gestegen. Maar deze groei geldt niet voor alle studierichtingen. Vooral de schooltalen Duits, Frans en Nederlands trekken al jaren nog maar weinig studenten en er is geen verbetering in zicht. Een onmiddellijk gevolg hiervan is dat het nu al grote tekort aan leraren in deze talen in de komende jaren dramatische proporties gaat aannemen. We dreigen in een neerwaartse spiraal te belanden. Nog minder leraren zal ook betekenen dat nog minder scholieren zich voor deze studierichtingen gaan inschrijven, enzovoorts.

De overheid probeert hier wel iets aan te doen, door gericht programma’s te ondersteunen die via alternatieve routes het lerarentekort trachten te verkleinen, maar deze zetten ondanks alle goede bedoelingen en inzet maar weinig zoden aan de dijk. Er is gewoon een gebrek aan massa.

In plaats van additionele programma’s die relatief duur zijn als je ze omrekent naar het aantal extra docenten dat daarmee wordt opgeleid, zou het probleem beter bij de bron kunnen worden aangepakt. Hoe zorgen we ervoor dat er weer meer scholieren Duits of Frans te gaan studeren? Daar gaat een vraag aan vooraf, namelijk: wat is de reden dat zij nu liever een andere studie kiezen?

In Nederland hebben we de afgelopen jaren een enorme toename gehad van brede studierichtingen, met klinkende namen, zoals International Studies, om slechts een voorbeeld te noemen. De combinatie van internationaal en een zekere vaagheid wat het precies inhoudt, maakt dit soort studierichtingen voor scholieren zo aantrekkelijk. Ze vormen als het ware lege projectievlakken waar de aankomende student al haar wensen en fantasieën op kan projecteren. Daar staan de schooltalen onvermijdelijk op een achterstand. Dat feitelijk de beroepsperspectieven van talenstudies net zo goed zijn of zelfs beter, is een inzicht dat pas later doordringt.

Arbeidsmarkttoeslag

Uiteraard zijn studenten vrij om de studie te kiezen die hen het meest aanspreekt. Dat betekent echter niet dat de verdeling van de studenten over de verschillende disciplines ook overeenkomt met de vraag op de arbeidsmarkt. De vraag is daarom hoe we studenten kunnen verleiden om studierichtingen te kiezen waaraan grote behoefte is.

Voor het geïnteresseerd maken van studenten is een vorm van beloning nodig, een incentive die de scholier over de streep trekt. Het principe van een arbeidsmarkttoeslag kan hier inspiratie bieden. Een arbeidsmarkttoeslag aan universiteiten is bedoeld om docenten te binden of te behouden die buiten de universiteit veel meer zouden kunnen verdienen en daarvoor deels gecompenseerd worden.

Lees ook: Taal- en cultuuronderwijs kan veel slimmer en leuker

Wat zou voor studenten zo’n premie kunnen zijn? Te denken valt aan het vrijstellen van collegegeld, een premie op afstuderen, een stipendium om de studie deels te bekostigen. Dit zijn slechts voorbeelden, ook andere prikkels zijn denkbaar. Het gaat me hier om het principe. Er lijkt nu namelijk nog een taboe te rusten op het bewust bevoordelen van bepaalde studierichtingen om meer studenten te trekken.

Het effect van zo’n aanmoedigingspremie is overigens veel groter dan alleen het financiële voordeel voor de student. Het geeft ook aan dat de maatschappij een groot belang hecht aan deze studenten. Erkenning en waardering zijn zoals bekend belangrijke drijfveren voor mensen en sturen keuzes. Het gevoel met een belangrijke studie bezig te zijn kan bovendien nog versterkt worden door expliciete aandacht vanuit politiek en economie en extracurriculaire evenementen, zoals een bezoek naar of bij de ambassadeur van het land van de betreffende taal. Het gaat erom dat de zichtbaarheid en het belang met kracht en vooral ook permanent worden uitgedragen. Nu blijft het meestal beperkt tot losstaande initiatieven, incidentele opmerkingen en ingezonden brieven.

Nudging

Een voorkeursbehandeling voor de talen lijkt me alleszins te legitimeren. Zolang de vrije markt van de studiekeuze niet tot een optimale verdeling van studenten leidt, met ernstige maatschappelijke gevolgen van dien, is ingrijpen van de overheid te rechtvaardigen. Het past zelfs goed in het post-neoliberalisme tijdvak waarin alom weer om meer sturing van de overheid wordt gevraagd. Studenten kunnen niet gedwongen worden, maar nudging is wel degelijk mogelijk.

Lees ook deze column van Michel Krielaars: De Nederlandse vertaalcultuur is ernstig in gevaar

Een dergelijke voorkeursbehandeling gaat ook niet ten koste van andere studierichtingen, daarvoor is het aantal studenten domweg te klein.

Het probleem is alleen dat de talenopleidingen zo klein zijn dat de weinige docenten zelf nauwelijks in staat zijn een vuist te maken. En ze staan onder druk, want de opleidingen zijn door het geringe aantal studenten (vaak niet meer dan tien per jaar) verliesgevend. Efficiëntiemaatregelen, zoals gemeenschappelijke onderwijsmodules met andere talen in het Nederlands of Engels, zijn begrijpelijk vanuit een financieel perspectief, maar hollen de talenstudies nog verder uit. Wanneer we deze ontwikkeling op zijn beloop laten kunnen we talen als Duits en Frans in de nabije toekomst afschrijven als academische disciplines. En dat in een verenigd Europa dat zo op meertaligheid pocht. Kortom, geen tijd meer om te klagen, maar om aan te pakken en wel in de vorm van een gecoördineerd masterplan.