‘Dune’, de roman waar grote filmregisseurs zich op stukbijten – maar lukt het Denis Villeneuve nu toch?

Achtergrond | Dune Wat maakt de roman ‘Dune’ zo lastig verfilmbaar? Alejandro Jodorowsky noemde het sciencefictionepos met zijn focus op neokoloniale exploitatie en ecologie „te heftig en bizar voor Hollywood”.

Paul Atreides (Timothée Chalamet) en Lady Jessica (Rebecca Ferguson) in ‘Dune’.
Paul Atreides (Timothée Chalamet) en Lady Jessica (Rebecca Ferguson) in ‘Dune’. Foto Warner Bros Pictures and Legendary Pictures

Twee van cinema’s grootste surrealisten, Alejandro Jodorowsky en David Lynch, beten hun tanden stuk op het visionaire sciencefictionepos Dune van Frank Herbert uit 1965. Nu mag de Canadees Denis Villeneuve het proberen.

Wat maakt Dune zo lastig verfilmbaar? In 1965 zag niemand iets in Frank Herberts roman, die verscheen bij een uitgever van autohandleidingen. Inmiddels zijn ruim 20 miljoen exemplaren verkocht. Dune markeerde de opkomst van ‘softe sciencefiction’, gericht op (para)psychologie, ecologie en antropologie, niet op de harde wetenschap die het genre domineerde. De fixatie op bewustzijnsverruimende drugs was helemaal de jaren zestig.

Dune volgt de ‘hero’s journey’ van Paul Atreides, een telg uit een machtig geslacht in een feodaal galactisch keizerrijk. Het jaar is 10191, ruimtereizen is mogelijk dankzij ‘specie’, een verslavende drug die helderziend maakt. Gemuteerde, permanent stonede navigators plannen een veilig pad tussen de sterren, hun gilde heeft een monopolie op ruimtereizen. Specie komt alleen voor op woestijnplaneet Arrakis, maar 400 meter lange zandwormen en geharde guerrillastrijders, de inheemse Fremen, bemoeilijken de winning.

Als het nobele geslacht Atreides per keizerlijk decreet het bewind over Arrakis overneemt van de perverse Harkonnens, blijkt dat een valstrik: de jonge hertog Paul Atreides moet met zijn moeder de woestijn in vluchten. Daar groeit Paul uit tot Muad’Dib, charismatische leider van de Fremen, en na intens drugsgebruik tot de Mahdi, een ziener en selfmade supermens die een galactische jihad ontketent.

Neokoloniale exploitatie

Dune was baanbrekend in zijn focus op neokoloniale exploitatie en ecologie. Schrijver Frank Herbert was gefascineerd door woestijnecologie na een bezoek aan wandelende zandduinen in Oregon en door oriëntaalse profeten die in de woestijn tot hoger inzicht komen. Lawrence of Arabia was een inspiratie, en Edward Gibbons visie op imperia die als ze te bureaucratisch, geraffineerd en ‘verwijfd’ worden ten prooi vallen aan viriele, energieke barbaren. Een jihad was in zijn ogen een ‘collectief orgasme’ waarin de genen van weke oude ordes zich mengen met die van vitale nieuwkomers. Al was Herbert sceptisch over messianisme, dat bloedvergieten en despotisme bracht. Maar dat is onvermijdelijk; Dune ademt cyclisch fatalisme.

De sfeer is die van een middeleeuwse riddersage, met adelijke dynastieën, gildes en religieuze ordes. Ook borduurt Dune voort op koloniale fantasieën over ‘witte redders’ van primitieve volken. Maar Frank Herbert benaderde die thema’s met relativerende ernst. Alles is gepland in Dune, en elk plan verbergt een dieper, duister plan.

Jodorowsky’s ‘Dune’

Een verfilming van de cultroman kon niet uitblijven. Een Frans consortium dat in 1974 de rechten kocht, benaderde de Chileense surrealist Alejandro Jodorowsky. In Californië werkte George Lucas al aan zijn ‘Dune for dummies’, Star Wars. Ook met galactisch feodalisme, religieuze ordes, een slechte keizer en een jonge held uit de woestijn die op een mystieke queeste gaat.

Jodorowsky was een soort surrealistische goeroe sinds zijn geestverruimende western El Topo (1970). In Parijs verzamelde hij een groep ‘spirituele krijgers’: illustrators Chris Foss en Jean Giraud, ‘Moebius’, trucageman Dan O’Bannon, de Zwitsers ontwerper H.R. Giger, wiens ‘zieke kunst’ Jodorowsky geknipt leek voor het hof van de perverse baron Harkonnen. Terwijl ze schetsten, schreven en psychotrope drugs nuttigden, onderwierp Jodorowsky zijn 12-jarige zoon Brontis, die Paul Atreides moest spelen, twee jaar aan een spartaans regime van dagelijks zes uur vechtsport, van aikido tot schermen.

De ambities groeiden, Jodorowsky’s script ook: volgens Frank Herbert, die in Parijs poolshoogte nam, was het zo dik als een telefoonboek en goed voor zeker 14 uur film. Talloze grote namen werden benaderd: Orson Welles, Alain Delon, Gloria Swanson, Mick Jagger, Udo Kier. Salvador Dalí wilde keizer Shaddam IV spelen voor 100.000 dollar per uur. Dalí eiste dan wel een rolletje voor hijgzangeres Amanda Lear, en een scène met een brandende giraffe.

In twee jaar staken financiers 2 miljoen dollar in de preproductie – maar Hollywoodstudio’s bleken niet bereid 15 miljoen op te hoesten voor Jodorowsky’s mystieke extravaganza en het project strandde.

David Lynch’ ‘Dune’

De filmrechten van Dune verhuisden in 1976 voor 2 miljoen dollar naar Italiaanse filmmogol Dino De Laurentiis. Toen regisseur Ridley Scott begin jaren 80 na zeven maanden afhaakte – hij zag meer in Blade Runner – introduceerde producer Raffaella De Laurentiis de excentrieke David Lynch bij haar vader Dino. De Laurentiis vond Lynch „net zo goed als Fellini”, pakte hem in, nam hem op in zijn familie.

Lynch raakte op zijn beurt betoverd door de exuberante De Laurentiis en diens luxueuze, smaakvolle levensstijl. Met sciencefiction had Lynch niets; onlangs had hij George Lucas afgepoeierd omdat hij geen interesse had om zijn Star Wars-film Return of the Jedi te regisseren. Maar Lynch wilde als dertiger ook wel eens geld verdienen en Paul Atreides’ ‘queeste naar verlichting’ sprak de volgeling van transcendente meditatie aan.

Dune werd Lynch’ enige poging tot een blockbusterfilm. Visueel maakt zijn film uit 1984 bij vlagen indruk: de elegante art deco van paleizen, de hallucinante dromen, de hysterische body horror van gemuteerde navigators en puisterige, insecten etende Harkonnens. Maar die charmes verbleken bij de knullige choreografie en trucage, terwijl het tweede, mystieke deel in de woestijn verzandt in een potpourri van actiemontage en voice-over waar geen touw aan vast valt te knopen. De grote finale – Fremen en zandwormen versus keizerlijk legioen – lijkt wel Monty Python. De verfilming van 2 uur en 17 minuten werd door de filmpers wreed gefileerd: het werd een flop.

„We hebben Dune verwoest in de montage”, verzuchtte Dino De Laurentiis veel later. De opgave was onmogelijk: Frank Herberts roman trouw blijven in het bestek van één film. Ridley Scott en later Denis Villeneuve zagen het scherper: dit complexe verhaal eist zeker twee films. Het fiasco verstoorde de warme band tussen Lynch en De Laurentiis overigens niet. Hij financierde ook Lynch’ volgende, Blue Velvet (1986), een culthit.

Lynch leerde van Dune om nooit af te zien van zijn recht op ‘final cut’, en tevens dat zijn surrealisme zich beter leent voor het kleine en alledaagse dan voor het grandioze en exotische. De baarmoeder van producer Raffaella De Laurentiis was een onverwachts souvenir aan de film. Die stond jarenlang in een weckfles in zijn koelkast – dacht Lynch althans. Toen Raffaella direct na de opnames een hysterectomie onderging, vroeg hij haar baarmoeder. Het ziekenhuis werkte niet mee, dus stuurde Rafaella maar een varkensbaarmoeder op sterk water.

Lees hier de recensie van ‘Dune’ van Denis Villeneuve

Nul interesse

Na David Lynch volgde in 2000 een goedkoop ogende, maar niet onverdienstelijke miniserie van Syfy Channel, zo populair dat een tweede serie volgde, Children of Dune. Anno 2021 lijkt Frank Herberts melange van ecologie, neokolonialisme en jihad relevanter dan ooit.

David Lynch heeft laten weten „nul interesse” te hebben voor nog een versie van Dune: dat herinnert hem aan zijn pijnlijke falen. Alejandro Jodorowsky, 90 jaar, liet Indiewire weten wel naar de film uit te kijken. Regisseur Denis Villeneuve moet hopen dat de oude surrealist zich niet te veel vermaakt. Toen Jodorowsky vernam dat de door hem bewonderde David Lynch Dune verfilmde, bezocht hij in 1984 de bioscoop met een mix van jaloezie en anticipatie. „Daar werd ik stukje bij beetje zo blij, omdat het een kutfilm was! Niemand kan Dune verfilmen.” David Lynch faalde dankzij zijn producer, denkt Jodorowsky. Dune is te heftig en bizar voor Hollywood, dat altijd water bij de wijn zal doen. „Ik hoor dat de nieuwe regisseur een genie is. Genieën overleven niet in Hollywood.”