Opinie

Controle op de coronapas: wie speelt er voor QR-politie?

Marc Hijink

Een slagroomtaart met een eetbare QR-code. Dat cadeau kreeg de Japanse techneut Masahiro Hara in 2019, als dank voor het uitvinden van de Quick Response-code, 25 jaar daarvoor.

Hara werkte in 1994 voor Denso Wave, fabrikant van auto-onderdelen. Tijdens een potje Go bedacht hij een nieuwe scanmethode om onderdelen tijdens het productieproces te kunnen volgen. Het blokjespatroon van een QR-code kan meer data bevatten dan streepjescodes. Omdat Denso het patentrecht vrijgaf, kon de QR-technologie zich over de hele wereld verspreiden. Nu scannen we er niet alleen auto-onderdelen mee, maar ook mensen.

In Nederland gaat dat met de coronapas, die via een QR-code op je telefoon aantoont of je volledig bent gevaccineerd of negatief getest. Dat systeem werkt goed – zolang er tenminste niet wordt gefraudeerd met testuitslagen en zolang mensen elkaars telefoon of identiteit niet even lenen. Maar vooral: zolang er wordt gecontroleerd.

Vanaf eind september wordt het scannen van de coronapas ingezet op veel meer plekken dan nu het geval is. Zo kan de anderhalvemeterregel worden losgelaten. Het is de bedoeling dat personeel van restaurants, cafés en bioscopen de QR-codes scant en de identiteit van bezoekers controleert.

Een restauranthouder die ik sprak, lijkt het geen enkel probleem om mensen te scannen: als klanten niet willen meewerken, dan lopen ze maar door.

Maar Koninklijke Horeca Nederland ziet het plan ab-so-luut niet zitten, liet Robèr Willemsen van de brancheorganisatie per mail weten: „Ondernemers willen niet weer als controleur/politieagent moeten optreden. Natuurlijk kun je personeel trainen, maar dan moet er wel personeel zijn.”

Ik ken ook horecamedewerkers – gedreven in hun vak – die weigeren hun eigen telefoontoestel te gebruiken voor de check-app. De uitleg: zij willen liever neutraal blijven in de tweedeling van de maatschappij.

Het scannen van een QR-code gaat misschien quick, maar op de response – oeverloze discussies met teleurgestelde gasten – zit niemand te wachten. Als de beoogde controleurs er geen trek in hebben, wie controleert dan of er wel wordt gecontroleerd? Dat moeten de gemeentes doen, vindt het kabinet. Want alle slimme techniek achter de coronapas ten spijt, zonder handhaving schiet je er weinig mee op.

De horecaondernemers vinden dat ze voor het karretje worden gespannen van de overheid: door met de coronapas drempels op te werpen voor niet-gevaccineerden, help je mensen over hun prikangst heen. „Verleiden”, noemt de verantwoordelijke minister De Jonge (CDA) dit „neveneffect”.

Het doet denken aan de schoolsluiting, afgelopen winter. Basisscholen gingen dicht, met als neveneffect dat veel mensen thuis moesten blijven werken om hun kinderen op te vangen.

We ervaren nu aan den lijve hoe het is om in een gewenst gedragspatroon te worden geduwd. In de online wereld heet dit nudging: apps en sites dringen zachtjes aan om je op de OK-knop of betaalknop te laten drukken. Denk aan felrode icoontjes die het aantal gemiste berichten tonen, of teksten als „nog maar één stoel beschikbaar!” en „drie anderen kijken naar dezelfde hotelkamer”. Met continue experimenten wordt het optimale effect behaald.

Online zit iedereen in zijn eigen, persoonlijke funnel – de marketingterm voor de trechter die je naar een aankoop leidt en waaraan je maar moeilijk kunt ontsnappen.

Met de coronapas, een experiment op zich, zitten we met z’n allen tegelijk in één grote trechter. Ontsnappen is lastig. Dankzij de QR-code zijn we keurig gecodeerde onderdelen van een machine, bestuurd door een chauffeur die ook niet precies weet waar de rit naartoe gaat.

Marc Hijink schrijft op deze plek elke woensdag over technologie. Twitter: @MarcHijinkNRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.