Tweelingzussen Joséphine en Gabrielle Sanz in ‘Petite Maman’.

Foto Cinéart

Interview

Céline Sciamma over ‘Petite Maman’: ‘Herinneren is heel zintuigelijk’

Interview | Céline Sciamma, regisseur ‘Petite Maman’ is een tijdreisfilm zonder tijdmachine en een lofzang op de kindertijd.

We zijn nog maar net gaan zitten, en ik stel de Franse filmmaker Céline Sciamma een inleidende vraag over waar het idee voor haar nieuwe film Petite Maman vandaan komt, of ze verklapt meteen het geheim van de film, dit wordt een interview vol spoilers.

Sciamma is een graag geziene regisseur in Nederland, zeker na het succes van haar vorige film Portrait de la jeune fille en feu, dus nam ze de trein uit Parijs om bij een aantal voorpremières aanwezig te zijn. Sciamma praat graag over de ideeën achter deze nieuwe film, waarvoor ze het idee kreeg toen ze het muze-model-minnares-kostuumdrama Portrait aan het schrijven was, maar die ze pas tijdens de eerste Covid-lockdown kon maken. „Het idee voor de film trof me als een donderslag. Ik zag een scène voor me waarin twee achtjarige meisjes samen een boshut bouwen en het was direct duidelijk dat de een de moeder was en de ander de dochter, hoewel ze even oud zijn. Het was zowel poëtisch als verontrustend, radicaal en magisch, als een sprookje. Ik wist meteen dat ik iets te pakken had, het was theoretisch en sensueel tegelijkertijd.”

Eerst dacht ze dat het misschien een tekenfilm moest worden, maar dat idee schoof ze snel terzijde, want „het is een verhaal van vlees en bloed, over aanwezigheid, over lichamen, en hoe onze lichamen van toen we acht jaar waren nog steeds de onze zijn. Niet over het verleden, maar echte levende cinema.” In haar achterhoofd bleef ze aan dit beeld denken, en hoe dat ‘high concept’, de filosofische vragen die ermee gepaard gingen een verhaal konden worden. „Ik vroeg mezelf af wat het zou betekenen als ik mijn moeder zou ontmoeten toen ze nog een kind was. Is ze mijn moeder? Ben ik een moeder? Is ze mijn zus? Word ik verliefd op haar? Hebben we dezelfde moeder?”

Van daaruit ontstond het idee van een tijdreisfilm zonder tijdmachine. „Een tijdreisfilm die zich op een bepaalde manier buiten de tijd afspeelt, omdat hij niet in een specifieke tijd is gesitueerd.” Door de pandemie werd het onderwerp van de film voor haar alleen maar urgenter. Thema’s als intergenerationele rouw, kinderen die iemand uit de generatie boven hen verliezen, dat er overal mensen huizen aan het leegruimen waren, begonnen zich uit te kristalliseren. En toen ging het snel. Ze schreef het scenario in juli 2020, in oktober was ze aan het draaien.

In de tussentijd werden het huis en de boshut gebouwd die in de tijdreisfilm zonder tijdmachine toch op z’n minst de functie van doorgang naar een andere tijd hebben. Sciamma: „Als je terugkeert naar een huis waar je als kind bent geweest, dan zijn het niet de herinneringen die je naar het verleden verplaatsen, maar de geur, het geluid van de deur. Herinneren is heel zintuigelijk.”

De film zit vol speelse verdubbelingen en spiegeleffecten. Hoewel het huis in twee verschillende periodes voorkomt, werd het interieur niet aangepast, en bedacht Sciamma met haar camerapersoon Claire Mathon een lichtplan dat in alle scènes hetzelfde was, zodat je als toeschouwer nooit helemaal zeker weet of je je in het heden of het verleden bevindt, of de meisjes echt samen zijn, en in welke van de twee tijden dan.

Lees hier de recensie van ‘Petite Maman’

Net als in Portrait was Sciamma ook bij deze film geïnteresseerd in niet-hiërarchische verhoudingen tussen mensen: „Dit is een film, een drama, zonder conflict. Het gaat voor mij over gelijkheid – wat is een familiedialoog die gelijkwaardig is? – over een horizontale genealogie. Zelfs voordat Nelly de jonge Marion ontmoet is ze al een kleine moeder. En het gaat over de vloeibaarheid van tijd en continuïteit van onze kindertijd. Waarom denken we dat onze kindertijd iets uit het verleden is? Dat kinderen altijd gedomineerd moeten worden door volwassenen?”

Voor Sciamma heeft haar film zowel filosofische als psychologische en mythologische betekenislagen. „Alle therapieën zijn gebaseerd op eeuwenoude ficties. We blijven onszelf analyseren, begrijpen, helen via de mythe van rivaliteit – oh ik wil m’n vader vermoorden en m’n moeder neuken, dat moet het zijn. Wat zou er gebeuren als we nieuwe mythes verzinnen? Als we een begrip als zusterschap tussen generaties zouden herijken? Onze moeders en grootmoeders politiek zouden ontmoeten, en begrijpen dat zij niet dezelfde kansen hadden als wij, en dat daar veel verdriet vandaan komt.”