Luchtfoto van het vliegveld van Kabul.

Foto Maxar Technologies via Reuters

Zo verliep de chaotische evacuatie uit Kabul

Reconstructie Het kabinet treuzelde maandenlang met het in veiligheid brengen van Afghaanse tolken. Een ad-hoc-coalitie van Kamerleden bepaalde uiteindelijk wie op de evacuatielijst kwam.

Af en toe krijgt ze nauwelijks adem, zo dicht staan de mensen op elkaar gepakt. Shagoofa probeert zich naar voren te dringen, tussen de zwetende lijven door, terwijl ze steeds achterom kijkt. Volgen de anderen haar?

Het Baron Hotel ligt vlak naast het vliegveld van Kabul. Ga naar het Baron, zo hebben de Nederlanders tegen haar gezegd. Daar zullen de vrouwelijke ontwikkelingswerkers en hun familie, 31 man in totaal, worden opgepikt. Maar na vijf uur duwen en trekken heeft Shagoofa nog niemand gezien. Het is al donker geworden, een ongepast moment voor een vrouw om op straat te zijn. Om haar heen schieten de Taliban in de lucht, strijders slaan op de menigte in met pvc-buizen en elektriciteitskabels.

In de verte, over de hoofden heen, ziet Shagoofa een groepje militairen. Uit alle macht wringt ze zich naar voren: Britten? Amerikanen? Het is de ochtend van 21 augustus als ze eindelijk een soldaat kan aanspreken. Ze heeft alle vrijgeleides van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken op haar telefoon geladen. Ze houdt het schermpje voor zijn gezicht, maar de militair schudt zijn gehelmde hoofd: „We don’t do paperwork.”

President Joe Biden had vooraf stellig verklaard: Kabul wordt géén Saigon. In 1975 eindigde de Vietnamoorlog in een chaotische evacuatie met wanhopige Vietnamezen, rennend naar de laatste helikopter. De Amerikaanse aftocht uit Afghanistan eindigde niettemin in eenzelfde debacle, met jonge Afghanen die zich vastklampten aan opstijgende transportvliegtuigen. In de chaos op Hamid Karzai International Airport probeerde ook Nederland zoveel mogelijk mensen in veiligheid te brengen. In de elf dagen na de val van Kabul evacueerden Nederlandse ambassademedewerkers en militairen ruim 2.500 burgers. Dat waren er veel meer dan gedacht, maar tegelijkertijd veel te weinig.

Het kabinet treuzelde maandenlang met het in veiligheid brengen van Afghaanse tolken en verloor de regie over de evacuatiemissie aan een hevig geïrriteerde Tweede Kamer. Niet de ministers, maar een ad-hoc-coalitie van Kamerleden bepaalde wie op de evacuatielijst mocht komen. De reddingsoperatie, die maar langzaam op gang kwam, werd een mission impossible met een open einde.

Hamid Karzai International Airport

Hamid Karzai International Airport

12 augustus Kabul

Overste Sven de Bruijn zit achter zijn bureau op de zwaar beveiligde Nederlandse ambassade in Kabul. Voor hem ligt de laatste rapportage van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Het is donderdag 12 augustus. In de grote steden van Afghanistan wordt zwaar gevochten, maar in Kabul is het nog rustig.

Sven de Bruijn diende twee keer in Uruzgan en was plaatsvervangend commandant van het Korps Commandotroepen. Als militair attaché is hij goed ingewijd in de snel verslechterende veiligheidssituatie in Afghanistan. Al in januari heeft de MIVD bericht over een „uitbreiding van Taliban-invloed”. Een „opmars naar het overnemen van het landsbestuur” is onvermijdelijk.

Na de aankondiging van Biden dat de Amerikaanse troepen definitief vertrekken, zijn de Taliban een veroveringstocht begonnen. Alleen om de belangrijkste provinciehoofdsteden hoeven ze hard te vechten. Op 12 augustus, als Mazar-i-Sharif, Herat en Kandahar wankelen, groeit het besef dat een strijd om Kabul onontkoombaar wordt. Een machtsovername door de Taliban is waarschijnlijk geworden, schrijft de MIVD die dag. Volgens de dienst kan het „al binnen negentig dagen” zover zijn. Het is drie dagen voor de val van Kabul, maar niemand weet dat dan. Ook de Amerikanen niet, zegt De Bruijn terugkijkend. „De maanden die we nog dachten te hebben, werden dagen en daarna uren.”

11 augustus Den Haag

Op 26 juli krijgt een voormalige commandant van het Afghaanse bewakingspersoneel in Uruzgan mail van de Nederlandse ambassade in Kabul. „Geachte heer”, schrijft de ambassade: „Het Nederlandse ministerie van Defensie blijft bij zijn beslissing dat u niet langdurig in een zichtbare positie voor de Nederlandse troepen heeft gewerkt. Dit betekent dat u niet in aanmerking komt voor het speciale programma voor Afghaanse tolken.”

De Afghaanse commandant (zijn naam is bekend bij de redactie) bewaakte vier jaar Kamp Holland, het Nederlandse hoofdkwartier van de missie in de provincie Uruzgan (2006-2010). Zijn broer is gewond geraakt na een aanval van de Taliban. Zelf heeft hij naar eigen zeggen ook verwondingen opgelopen, toen ze zijn huis beschoten. „De Taliban zijn op zoek naar mij en proberen me te vermoorden”, schrijft de Afghaanse commandant.

Hij is niet de enige die nul op het rekest krijgt. In de bijna twintig jaar dat Nederland militair actief is geweest, zijn de Nederlandse militairen bijgestaan door duizenden Afghanen: tolken, beveiligers, chauffeurs, elektriciens. Velen van hen lopen gevaar, maar alleen tolken kunnen automatisch rekenen op asiel: in november 2019 is er een speciale regeling gekomen voor de vertalers die de militairen hebben geassisteerd. De regeling was niet het initiatief van minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA), maar is afgedwongen door een motie van Kamerlid Salima Belhaj (D66).

De zaken van ándere Afghanen die voor Nederland hebben gewerkt, zoals de commandant, worden van geval tot geval beoordeeld. Maar Nederland is niet bepaald royaal. Nog op 11 augustus, vier dagen voor de val van Kabul, laat het kabinet weten „zeer terughoudend” te zijn met het laten overkomen van Afghaanse voormalige medewerkers. Het ministerie vreest een „niet-beheersbare toename in het aantal aanvragen”.

Afghaanse vluchtelingen op het vliegveld van Kabul hopen op een vlucht die hen naar het buitenland kan brengen. Foto LA Times via Getty

2 juni Den Haag

Anne-Marie Snels, oud-voorzitter van de militaire vakbond AFMP, krijgt vanaf het voorjaar steeds meer berichten van Nederlandse Afghanistanveteranen en hun tolken. Het vertrek van de VS betekent ook het einde van de Nederlandse aanwezigheid. De tijd begint te dringen. Snels zoekt diverse malen contact met minister Bijleveld.

Zorgen zijn er ook bij Sara de Jong, een politicoloog die aan de University of York onderzoekt hoe westerse landen met tolken omgaan. Het Verenigd Koninkrijk heeft op 1 april de tolkenregeling verruimd: iedereen die een „betekenisvolle, faciliterende functie” heeft gehad bij een Britse missie, mag komen. Vanaf juni komen er wekelijks vluchten met evacués vanuit Afghanistan aan in Birmingham.

Kamerlid Salima Belhaj dacht dat na haar motie uit 2019 de kwestie rond de tolken zou zijn opgelost, maar nu raakt ze steeds geïrriteerder. Leden van de vaste Kamercommissie voor Defensie hebben verschillende malen Kamervragen gesteld. Hoeveel tolken zijn inmiddels veilig in Nederland? Hoeveel wachten nog in Afghanistan? Antwoorden blijven uit.

Op 2 juni roept de vaste Kamercommissie voor Defensie demissionair minister Bijleveld naar de Kamer. Het kabinet doet er alles aan om de tolken naar Nederland te halen, zegt de minister, maar Nederland heeft niet alles in eigen hand. Zo claimt Bijleveld dat de Afghaanse autoriteiten een gelegaliseerde vertaling eisen van het Afghaanse identiteitsbewijs, de tazkera. Later blijkt de vertaling toch niet nodig.

Op de dag van het debat is Salima Belhaj een Whatsapp-groep begonnen onder de naam ‘Afghaanse tolkencoalitie’. Ze voegt de defensiewoordvoerders van VVD, CDA en ChristenUnie toe, net als Jasper van Dijk van de SP, Tunahan Kuzu van Denk en Kati Piri van de Pvda. „Kati en ik willen voorstellen om één sterke motie te maken met z’n allen”, appt Belhaj.

De motie die wordt aangenomen komt op naam van Piri en bevat concrete marsorders aan het kabinet. „Voor het einde van de Nederlandse aanwezigheid”, eist de Kamer, moet Nederland „al het mogelijke doen” om de Afghaanse tolken en hun gezinnen naar Nederland te halen. Daarna volgt een lijst met te nemen stappen. De Tweede Kamer trekt het initiatief naar zich toe.

Ook als Kabul op 15 augustus valt, is het niet het kabinet, maar de ‘Afghaanse tolkencoalitie’ van Belhaj die zal bepalen wie er moet worden geëvacueerd.

Lees ook: Hoe de val van Kabul in beeld werd gebracht

13 augustus Den Haag

Op vrijdagochtend 13 augustus belt Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), met demissionair minister van Onderwijs Arie Slob (ChristenUnie). Hij vraagt de minister of hij wil helpen om een groep Afghaanse journalisten en fixers die voor Nederlandse media hebben gewerkt naar Nederland te halen. Slob zegt zijn best te gaan doen in het kabinetsoverleg.

Ook Nederlandse ontwikkelingsorganisaties spreken hun Haagse netwerken aan. Jonge Afghaanse vrouwen die voor Nederlandse vrouwenrechtenprojecten hebben gewerkt, lopen acuut gevaar, waarschuwen ze. De hulporganisaties sturen lijsten met namen door: deze vrouwen moeten worden geëvacueerd.

Op zondagavond 15 augustus belt CDA-Kamerlid Derk Boswijk met minister van Defensie en partijgenoot Ank Bijleveld. „We hebben dit verkloot”, zegt Boswijk. „Laten we nu in ieder geval deze vrouwen op de evacuatielijst zetten.” Bijleveld is het daar mee eens. Nog dezelfde avond stuurt Boswijk een lijst met namen en kopieën van identiteitsbewijzen naar het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De volgende ochtend wordt Boswijk teruggebeld. „Ik heb hier geen politieke dekking voor”, zegt de ambtenaar aan de andere kant van de lijn. En na enig aarzelen: „De VVD wil niet mee.”

Boswijk stuurt gelijk een screenshot van zijn mail naar VVD-defensiewoordvoerder Jeroen van Wijngaarden. Die hangt meteen aan de lijn. De VVD wil hier echt niet voor gaan liggen, zegt hij tegen Boswijk. Om te helpen stuurt het VVD-Kamerlid een appje naar de politieke assistent van demissionair minister Sigrid Kaag (D66) van Buitenlandse Zaken. Zolang er een individuele beoordeling plaatsvindt of iemand echt in gevaar is, schrijft Van Wijngaarden, is er niets op tegen om deze vrouwen te helpen.

De VVD, kortom, wil vasthouden aan het geldende asielbeleid. Maar een meerderheid van Kamer wil veel vérder gaan dan dat. Salima Belhaj en Derk Boswijk hebben samen geschreven aan een motie waarin het kabinet wordt opgedragen de tolkenregeling uit te breiden tot álle Afghanen waarmee Nederland heeft gewerkt: chauffeurs, bewakers, ontwikkelingswerkers en journalisten. Op maandagavond gooit Belhaj de motie in de Tolkencoalitie-appgroep.

Het riool langs Abbey Gate, waar militairen van verschillende landen naast elkaar staan, om evacués op te pikken. Foto Akhter Gulfam/EPA

17 augustus Den Haag

De volgende dag, tijdens een vergadering van de Kamercommissie voor Defensie, lopen de emoties hoog op. PvdA-woordvoerder Piri bespreekt de zaak van de Afghaanse commandant die een afwijzing heeft gekregen van Defensie. „Het moreel kompas is ernstig zoek”, vindt ze.

„Wát een clusterfuck”, zegt Boswijk. Hij houdt zijn telefoon omhoog. „Ik krijg net een half minuutje geleden een appje door van een gezin dat ze al dagen geen contact krijgen met het Buitenlandse Zaken-nummer.” Daarna schiet hij even vol.

Belhaj kondigt kwaad aan dat de volgende dag haar motie in stemming zal worden gebracht. „U weet dat er een meerderheid is”, zegt ze tegen minister Bijleveld en de staatssecretaris voor asielzaken, Ankie Broekers-Knol (VVD): „U hoeft niet te wachten tot de stemming.”

Maar het kabinet is niet van plan grote groepen Afghanen automatisch asiel te verlenen. Op woensdagavond is er een plenair debat in de Ridderzaal, zodat er kan worden gestemd over de motie-Belhaj. Staatssecretaris Broekers-Knol probeert een compromis te vinden: het kabinet wil de motie uitvoeren en proberen zoveel mogelijk Afghanen te evacueren, mits hun zaken daarna – conform het asielbeleid – individueel worden beoordeeld. Maar daar gaat Belhaj niet in mee. Ze houdt vast aan haar motie die betekent dat iedereen automatisch asiel krijgt.

VVD-woordvoerder Van Wijngaarden stelt een schorsing voor. Misschien komen de partijen dan tot elkaar? Belhaj weigert. „Ankie, tel je knopen”, appt Boswijk naar Broekers-Knol. „Nu focus op mensen weghalen.”

Tegen middernacht wordt er gestemd: motie aangenomen, de VVD stemt tegen. Tijdens de schorsing heeft minister Kaag Derk Boswijk geprobeerd te waarschuwen. Deze groep wordt veel te groot, vindt ze. Ook minister Bijleveld meldt zich, vertelt Boswijk. Ze zei: „Weet je wel wat dit betekent?”

Wachttoren vlakbij Holland Spot, die een belangrijk herkenningspunt voor Nederlandse evacués was. Foto Akhter Gulfam/EPA

22 augustus Kabul

Het militaire transportvliegtuig waarmee Michel Rentenaar op 22 augustus naar Kabul vliegt is leeg, dus hij mag in de cockpit zitten. Als het toestel de Afghaanse grens nadert neemt de Pakistaanse luchtverkeersleiding afscheid van de Nederlandse Hercules: „You are approaching unmonitored airspace. Good luck.”

Rentenaar is ambassadeur in Irak. Hij is geen man van das en maatpak, maar draagt een versleten blauw honkbalpetje van het Korps Mariniers. Rentenaar staat bekend als een man die gevaarlijke situaties aan kan. Hij komt ambassadeur Caecilia Wijgers bijstaan, zodat ze in ploegen kunnen werken.

Nederland is met een vertraging begonnen. Vanwege de slechte veiligheidssituatie is de plaatsvervangend ambassadeur, die in Kabul was tijdens de val, met zijn team naar Nederland gevlogen. Wijgers was toen in Nederland en arriveert pas op woensdag 18 augustus met haar team en ruim zestig commando’s, leden van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten en mariniers. Ook Sven de Bruijn keert terug op zijn post.

Het team gaat er dan nog vanuit dat ze ongeveer 450 mensen moeten evacueren. Zij weten nog niet dat dit aantal in de volgende dagen enorm zal groeien.

De commando’s verkennen de luchthaven. De situatie bij de twee gebruikte ingangen van het vliegveld, de North Gate en de East Gate, is chaotisch. De betonnen muren aan weerszijden van de toegangsweg stuwen de mensenmassa op, zodat wanhopige vluchtelingen elkaar verdrukken voor de poort. De Nederlanders moeten op zoek naar een oplossing.

Op zaterdag 21 augustus is die gevonden. Er is nog een derde ingang, de Abbey Gate. Aan de buitenkant van de muur loopt een waterafvoer. Dit open riool fungeert als een natuurlijke buffer tegen de mensenmassa, ziet overste De Bruijn, zodat mensen elkaar niet vertrappen. Vanaf de betonnen muur kunnen de commando’s evacués één voor één uit het bruine water trekken.

Diezelfde dag ontvangen de vrouwenactivisten, die na hun mislukte evacuatiepoging weer thuis zijn, bericht uit Nederland. Bij nader inzien mogen ze alleen hun echtgenoten en kinderen meenemen, niet hun ouders, broers of zussen. De volgende ochtend rond zes uur vertrekt de sterk uitgedunde groep opnieuw naar het vliegveld.

Een team van collega’s in Nederland en Kamerlid Derk Boswijk heeft een plattegrond voor hen gemaakt en gedeeld via een Whatsapp-groep. Toch lukt het in de mensenmassa niet om de juiste plek te vinden. Shagoofa’s smartphone biedt uitkomst: door de functie ‘locatie delen’ in te schakelen weet het team in Nederland waar ze zijn, en kunnen ze hen naar de ‘Holland Spot’ bij Abbey Gate loodsen. Om half drie ’s middags zijn ze allemaal het riool door en over de muur geholpen. Dolblij staan ze te druipen op het vliegveld.

Diezelfde dag mailt Buitenlandse Zaken aan andere evacués nog het advies „voorzichtig” te zijn met Whatsapp-groepen: „Dit kan een risico vormen voor uw veiligheid.” Maar er is niet voldoende mankracht bij het crisisteam op het ministerie van Buitenlandse Zaken om iedereen te bellen. Al gauw zitten ook ambtenaren in de appgroepen. Kamerlid Derk Boswijk durft zijn telefoon nauwelijks weg te leggen: dan heeft hij het gevoel dat hij mensen in de steek laat.

Foto Akhter Gulfam / EPA
Holland Spot, waar Nederlandse militairen staan, is gemarkeerd met iets oranjes, mensen die op de Nederlandse evacuatielijst staan, is gevraagd iets oranjes te dragen.
Holland Spot, waar Nederlandse militairen staan, is gemarkeerd met iets oranjes, mensen die op de Nederlandse evacuatielijst staan, is gevraagd iets oranjes te dragen.
Foto Akhter Gulfam/EPA

23 augustus Kabul

Als ambassadeur Rentenaar arriveert, weet hij dat Nederland nog maar enkele dagen heeft. Op 31 augustus moeten de Amerikanen het land hebben verlaten. Zij hebben Nederland de 26ste als deadline gegeven.

Maar het aantal namen op de evacuatielijst is pijlsnel opgelopen. Er blijken veel meer Nederlanders in het land te zijn dan de handvol die zich vooraf hadden geregistreerd bij de ambassade. Zo’n zevenhonderd mensen, veelal met een Afghaanse achtergrond, melden zich. Daarnaast stromen de aanmeldingen binnen van Afghanen die onder de motie-Belhaj vallen.

Rentenaar maakt een roterend schema voor de ambassademedewerkers: drie uur bij de Holland Spot, drie uur in de ‘holding area’ waar de identiteit van de evacués wordt gecontroleerd, drie uur in contact staan met Den Haag om de lijsten bij te werken, drie uur slaap. Anders is het niet vol te houden.

Jonge diplomaten barsten soms in snikken uit door het leed waarmee ze worden geconfronteerd. Mensen staan urenlang in het steeds verder stijgende water. Geregeld breekt er paniek uit als de Taliban weer eens in de lucht schieten. Ook Rentenaar is aangeslagen door de ontreddering op de gezichten en de stank die hem haast de adem beneemt.

Soms moeten harde keuzes worden gemaakt. Rentenaar ziet valse identiteitspapieren, zelfs een Nederlands paspoort zonder fotopagina. Die mensen worden teruggestuurd. Een Afghaans echtpaar heeft vier kinderen bij zich die totaal niet lijken op hun ouders. Het kán kindontvoering zijn, denkt Rentenaar, maar hij laat ze aan boord gaan: dat zoeken ze in Nederland maar uit. Een vijftienjarige jongen probeert zich aan te sluiten bij een Afghaans gezin, maar zij lopen weg zonder hem. Rentenaar laat de jongen tegenhouden.

De meeste evacués worden binnengehaald als het nacht is en militairen van de andere landen slapen. De Nederlanders werken 24 uur per dag door. Op het hoogtepunt van de evacuatie slagen ze er in om in één etmaal vijfhonderd personen het vliegveld op te hijsen. ‘Geef niet op’, roepen de commando’s tegen vluchtelingen die al uren in het smerige water staan. ‘Ga niet naar huis!’

Had ik maar een extra dag, denkt Rentenaar. Om de moed niet te verliezen kijkt de ambassadeur niet naar het aantal namen op de lijst, dat met het uur groeit.

Velen halen de eindstreep echter niet.

24 augustus Kabul

De afgewezen Afghaanse commandant uit Uruzgan heeft op 12 augustus gemaild met PvdA-Kamerlid Piri. Zij stuurt de zaak door naar de assistent van minister Bijleveld. Na het aannemen van de motie-Belhaj komt de commandant zéker in aanmerking voor evacuatie. Defensie geeft de naam van de commandant door aan Buitenlandse Zaken. Maar als die op 24 augustus met zijn gezin voor de Holland Spot staat, mogen ze niet naar binnen. Zijn gezin heeft de hele nacht bij het open riool gebivakkeerd, zo mailt hij de volgende dag naar Piri: „Vanochtend zeiden de Nederlandse soldaten dat ik het vliegveld moest verlaten.”

Vanaf zaterdag de 21ste waarschuwen de VS voor een ernstige terreurdreiging rond het vliegveld.

In de vroege donderdagochtend krijgt Piri een bevestiging van het crisisteam van Buitenlandse Zaken: „De heer hebben we op onze evacuatielijst gezet en hem gevraagd de gegevens van familieleden door te sturen naar ons. Helaas zijn op dit moment om veiligheidsredenen de toegangen tot het vliegveld gesloten.”

Nederland evacueert die dag bijna alleen nog mensen die al op het vliegveld aanwezig waren. Toch gaan ambassadeurs Wijgers en Rentenaar naar de Amerikaanse commandopost om te smeken of de poort nog één uur open mag. De Amerikanen stemmen toe. Drie tolken en hun gezinnen kunnen alsnog in veiligheid worden gebracht.

Enkele uren later hoort overste De Bruijn een doffe klap. Zwarte rook stijgt op vanaf de plek waar eerder op de dag de Nederlandse militairen stonden. 170 Afghanen en dertien Amerikaanse militairen komen om. Die avond stijgen de twee Nederlandse Herculessen voor de laatste keer op vanaf het vliegveld van Kabul, met aan boord de laatste evacués, het ambassadeteam en de militairen.

26 augustus Den Haag

In totaal hebben de Nederlanders 2.500 mensen geëvacueerd, onder wie 1.673 evacués met bestemming Schiphol. Van hen hebben er 708 de Nederlandse nationaliteit of recht op verblijf in Nederland, 371 zijn tolken met familie. 319 Afghanen zijn geëvacueerd onder de motie-Belhaj.

Inmiddels zijn er meer dan 40.000 mails binnen gekomen op het speciale e-mailadres van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hieronder bevinden zich 21.000 e-mails over mensen die op grond van een eerste inventarisatie aanspraak kunnen maken op asiel onder de motie-Belhaj. Om hoeveel mensen het gaat is volstrekt onduidelijk.

Hoeveel van hen daadwerkelijk naar Nederland komen hangt af van de toeschietelijkheid van de Taliban en van de politieke discussie die in Den Haag onvermijdelijk gaat losbarsten. Komende woensdag debatteert de Kamer met het kabinet. „De motie-Belhaj is onuitvoerbaar”, zegt VVD-woordvoerder Van Wijngaarden. „We hebben een ereplicht”, zegt het PvdA-Kamerlid Kati Piri.

De vrouwenactivisten verblijven in asielzoekerscentra en beginnen voorzichtig na te denken over een leven in Nederland. De Afghaanse commandant houdt zich schuil in Kabul.